‘Wij zijn een surrealistische band’

Interview Pixies

Op ‘Head Carrier’, het nieuwe album van de Pixies, klinkt de Amerikaanse band weer vanouds hysterisch en rebels.

Pixies: v.l.n.r. Paz Lenchantin, David Lovering, Joey Santiago en Black Francis Foto Travis Shinn / Bewerking fotodienst NRC

Alsof je zonder te remmen van een berg af rijdt, met gierende banden door de bochten en met de politie op je hielen. ‘Um Chagga Lagga’, de nieuwe single van de Amerikaanse indierockband Pixies, klinkt als een dronkemansrit. ‘I’m heading south but kind of west’, zingt frontman Black Francis terwijl overstuurde gitaren en beukende drums het nummer voortstuwen. ‘I just keep on driving, don’t get mixed up in shit.’ Het zingen verandert gaandeweg in mompelend kreunen, alsof er in de kofferbak een gekneveld slachtoffer ligt. Op de achtergrond klinken sirenes. Als je ernaar luistert, zoevend over de snelweg, trap je vanzelf nog wat harder op het gaspedaal. Dit is perfecte autorijdmuziek.

Ultieme roadtripsong

De inspiratie voor het nummer, vertelt Black Francis in de lobby van een Luxemburgs zakenhotel, kreeg de zanger ergens in deze contreien, toen hij vanuit België richting Zuid-Frankrijk reed. „Montpellier, Arles, die hoek. Flarden van die reis zijn verweven in dit nummer. Later heb ik de tekst weggetrokken van die Europese locatie en het meer algemeen gemaakt. Het is een nummer dat over iedereen zou kunnen gaan, op welke weg dan ook. Het is mijn poging tot een ultieme roadtripsong.”

‘Um Chagga Lagga’ – de titel is een door hem verzonnen eufemisme voor seks, aldus Black Francis - staat op het nieuwe Pixies-album Head Carrier, dat 30 september verschijnt. Het is het eerste ‘full album’ sinds Trompe Le Monde uit 1991 en klinkt als een heerlijk ouderwetse Pixies-plaat, vol hysterische rockabillyklanken, stuiterende punkakkoorden en krijsende stemmen. Anders dan op Indie Cindy, de verzameling EP’s die de Pixies in 2014 uitbrachten en die nogal lauwe reacties opleverde, klinkt de viermansformatie weer net zo energiek en rebels als in de beginjaren. Alle ingrediënten die de Pixies in de jaren tachtig en negentig tot zo’n legendarische band maakten - de woede, de gekte, de creativiteit, de tweestemmige samenzang – zijn op Head Carrier aanwezig.

Precies op de afgesproken tijd komen de bandleden binnendruppelen, ieder vanuit hun eigen hotelkamer. Vier totaal verschillende karakters zijn het, die op het persoonlijke vlak niet altijd even goed boteren, maar die samen een unieke sound voortbrengen. Zanger-gitarist Black Francis (1965), de gezette voorman, is het norse brein van de band en schrijver van alle teksten. Gitarist Joey Santiago (1965) gedraagt zich als een baldadige, semi-ongeïnteresseerde puber en is volgens eigen zeggen verantwoordelijk voor 75 procent van het Pixies-geluid. Drummer David Lovering (1961) is de meest goedaardige van het stel, een soort lieve oom die serieus op alle vragen ingaat en verschrikt kijkt als Santiago weer eens iets onaangepasts zegt. En dan is er nog de nieuwe goedlachse bassiste Paz Lenchantin (1973), die volgens de andere bandleden de reden is dat de sfeer tegenwoordig zo goed is in de tourbus.

Pixies - Um Chagga Lagga

In de voetsporen van Kim Deal

„Toeren is nu veel leuker dan vroeger”, zegt David Lovering. „En dat is vooral te danken aan Paz. Je wilt jezelf niet voor schut zetten tegenover een nieuw bandlid, dus we gedragen ons beter.” Ze hebben nu veel meer lol samen, beaamt Joey Santiago. „Paz werd ons jaren geleden al aangeraden. Ze heeft in bands als Zwan en A Perfect Circle gespeeld en was violiste bij Queens of the Stone Age. Ze wordt door muzikanten erg gerespecteerd. Ze kent iedereen in iedere stad.”

De bassiste vertelt dat ze ontzettend zenuwachtig was bij de eerste repetities. „Ik had het gevoel dat ik in de voetsporen van mijn voorgangster Kim Deal moest stappen. In het begin was dat echt een gevecht, vooral als het ging om de vocalen. Kims stem was altijd zo direct en uitgesproken. Dat probeerde ik te imiteren. Totdat ik op een gegeven moment besefte wat haar stem zo bijzonder maakte: het feit dat ze zo oprecht klonk. Die ziel van een stem is heel belangrijk. Ik ontdekte dat ik gewoon mijzelf moest zijn en niet moest proberen om op haar te lijken.”

„Ze heeft geworsteld met de oude nummers die we live spelen”, zegt Black Francis over zijn nieuwe collega, die met opgetrokken blote benen naast hem op de bank zit. „Het gevoel van een nummer moet je jezelf eigen maken. Als je dan nieuw materiaal opneemt, moet je uitvinden hoeveel van dat oude vocabulaire je gaat gebruiken en hoeveel je zelf kunt invullen. Paz is klassiek geschoold, zij is veel meer geneigd om muzikale frases in de baslijnen aan te brengen dan we tot nu toe gewend waren.”

Waarom duurde het zo lang voordat jullie met nieuw materiaal kwamen?
Lovering: „Toen we in 2004 na een pauze van tien jaar weer bij elkaar kwamen, hebben we zeven jaar lang alleen maar oude nummers gespeeld. Op een gegeven moment duurde de reünie langer dan dat we oorspronkelijk een band waren geweest. Toen wisten we dat het tijd werd om nieuw materiaal op te nemen.”

Op dit album zijn veel oude punkinvloeden te horen. Een nummer als ‘Talent’ heeft het up-tempo ritme en de ongepolijste directheid van de vroege songs van The Undertones of The Buzzcocks. Waren dat referenties?

Black Francis: „Tja, je maakt een plaat en je refereert naar van alles. Het ene moment praat je over Lou Reed, het volgende over Beethoven.”
Lovering: „Dat deze plaat zo rauw en onafgewerkt klinkt, heeft ook te maken met onze nieuwe Britse producer Tom Dalgety. Hij is opgegroeid met die oude punk. Hij houdt van veel distortion op de gitaren, het liefst laat hij alle wijzers in het rood lopen.”

De teksten zijn onnavolgbaar en gestoord als altijd. Er komen driekoppige monsters en marsmannetjes voorbij. In ‘Tenement Song’ zit de frase: ‘The drumsticks were his treasure trove/ Found in the ashes of the Cocoanut Grove’. Hoe komen jullie erop?
Black Francis: „Dat nummer gaat over een brand in een beroemde nachtclub in Boston, the Cocoanut Grove, waar in 1942 bijna vijfhonderd mensen omkwamen. Ook een vriend van mijn grootmoeder, een man naar wie mijn vader vernoemd is, is bij die brand omgekomen. Hij was een drummer., maar ik weet niet of hij die avond optrad of niet. Zo’n tekst bestaat dus uit flarden van collectieve en persoonlijke herinneringen. Plus wat je allemaal kunt vinden op Wikipedia.”

Legt u aan de andere bandleden uit waar uw teksten over gaan?
Black Francis: „Nee.”

Lenchantin: „Ik wil geen uitleg. Toen ik opgroeide, vond ik het fijn wanneer ik bij mijn favoriete muziek mijn eigen beelden kon verzinnen. En zo mijn eigen leven en mijn eigen ervaringen erin kon verweven. Als ik teksten krijg van Black Francis, omdat ik bepaalde delen als backing vocals moet zingen, vraag ik niet waarover die zinnen gaan. Dan ga ik uitzoeken hoe ik me ertoe kan verhouden. Zodat het bij mij vandaan komt. En ik hoop dat als andere mensen het zingen, het bij hen vandaan komt.”

Lovering: „Ik heb geen flauw idee waar zijn teksten over gaan. Ik luister alleen naar de melodie. Ik hoor wat de stem doet, maar ik luister niet naar de woorden. Bij onze muziek draait het om de verbeelding. Bij veel van de dingen waar Black Francis over schrijft, of het nu over ruimteschepen of religie gaat, kun je je eigen ideeën en plaatjes vormen.”

Santiago: „Eigenlijk interesseert het me geen ruk waar hij over zingt. Ik haak vaak in op losse woorden, en geef dan op die manier sfeer aan een song, alsof ik een soundtrack maak voor een film. Zo krijgt een nummer iets specifieks. In ‘Um Chagga Lagga’ zit op een gegeven moment een break. Die had ik ook kunnen invullen met een gitaarsolo, maar ik wilde er met het geluid van een sirene wat spanning in brengen. Ik hoorde de zinsnede ‘Um Chagga Lagga on the side of the road’ en moest denken aan een prostituee die vermoord werd gevonden langs de kant van de weg. Vandaar die sirene. Andersom laat ik me voor mijn muziek ook wel door films inspireren. Ken je het nummer ‘Dead’ van de elpee Doolittle, met dat pling-pling-pling-gitaartje? Dat heb ik ontleend aan de beroemde douchescène uit Psycho. De gitaarslagen memoreren het mes dat in haar lichaam gestoken wordt.”

Veel van jullie collega-punkbands maakten in de jaren tachtig nummers met expliciete, politieke teksten. De Pixies zijn nooit een politieke band geweest. Hebben jullie nooit de neiging je te willen uitspreken?

Black Francis: „Nee, wij zijn een surrealistische band. Ik maak geen kunst die wil reageren op het nieuws. Anderen zijn daar heel goed in, maar ik niet. Veel van die politieke songs zijn veel te specifiek, ze gaan over collectieve momenten die iedereen kent. Als een nummer te veel klinkt als het nieuws, verliest het voor mij zijn aantrekkingskracht.”

Lenchantin: „Wij willen muziek maken die tijdloos is. Als je jezelf te veel verbindt aan een specifieke tijd, stopt het bestaansrecht van de muziek als die tijd voorbij is. Dan zeggen mensen later in geschiedenislessen: in die tijd had je die en die bands. Ik luister veel naar klassiek. Die muziek heeft al die periodes overleefd. Daar kan ik eeuwen later nog steeds van genieten.”

Black Francis: „Op deze plaat staat een nummer dat ‘Head Carrier’ heet. Dat zit vol historische connotaties. Het gaat over Saint-Denis van Parijs, de heilige wiens hoofd werd afgehakt. Hij was het niet eens met de plek waar hij begraven zou worden en pakte toen zijn eigen hoofd op om er vervolgens tien kilometer mee rond te lopen, terwijl dat hoofd nog steeds aan het praten was. In mijn tekst wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van zijn metgezellen, die ook vermoord zijn. Als je kijkt naar het nieuws van vandaag de dag, met alle religieuze moorden, zou je er een parallel in kunnen zien. ‘Head Carrier’ is geen eenduidig commentaar op het nieuws. Maar de connectie is er wel, heel dun, als een haar.”

Head Carrier verschijnt 30 sept bij Pixiesmusic/Play It Again Sam. De Pixies spelen op
27 nov in de Heineken Music Hall.