Tieners juist vaker zwanger door pop

Een wereldwijd veelgebruikt voorlichtingsprogramma, bedoeld om tienerzwangerschappen te voorkomen, doet het tegenovergestelde. Meiden die het programma op Australische scholen volgden, kregen twee keer zo vaak voor hun twintigste een kind, en hadden ook tweemaal zo vaak een abortus, vergeleken met leeftijdgenoten die het programma niet volgden.

Het gaat om een training met een levensechte babypop die wil worden gevoed, verschoond en verzorgd. In Australië, waar de verontrustende onderzoekscijfers nu vandaan komen, heet het Virtual Infant Parenting Programme. Er zijn andere varianten, gebaseerd op het Amerikaanse Baby Think It Over programma. Zulke programma’s worden in bijna 90 landen gebruikt, schrijven de Australische onderzoekers in hun artikel dat donderdag is gepubliceerd in The Lancet.

Virtuele baby’s worden in Nederland voorzover bekend niet gebruikt. Preventieprogramma’s in Nederland gaan over veilig vrijen. Tienerzwangerschappen zijn hier relatief zeldzaam en komen vooral voor onder Surinaamse, Antilliaans, Turkse en Marokkaanse meiden en bij meiden uit strenge geloofsgemeenschappen. Dat staat in een eerder dit jaar uitgekomen onderzoek van het Rutgers Kenniscentrum Seksualiteit. In 2012 werden 6.264 vrouwen jonger dan 20 jaar zwanger in Nederland. Dat zijn ongeveer 4 per 1.000 15- tot 19-jarigen, volgens cijfers van de Wereldbank uit 2014. Bijna tweederde van die zwangerschappen eindigde met een abortus.

In de Verenigde Staten worden 24 van de 1.000 15- tot 19-jarigen zwanger. In Australië waren het er 14 per 1.000.

Het nu gepubliceerde Australische onderzoek is het eerste grote en langlopende onderzoek naar deze pop. Eerder dit jaar verscheen een Cochranestudie naar preventie van tienerzwangerschappen. Die was vernietigend over de kwaliteit van eerder preventieonderzoek.