Sinds aardbeving in Italië zeker 215 mensen gered

Dodental bijgesteld naar 241, reddingswerkers verwachten nog mensen levend onder puin vandaan te kunnen halen.

Reddingswerkers in Amatrice dragen een overlevende weg op een brancard. Filipo Monteforte/AFP

Sinds de aardbevingen in Midden-Italië woensdagnacht zijn 215 mensen levend onder het puin vandaan gehaald, aldus het Italiaanse persbureau ANSA donderdag op gezag van de brandweer.

Het dodental is bijgesteld naar 241 - eerder maakten de autoriteiten nog melding van 247 dodelijke slachtoffers. Dat zal de komende dagen vrijwel zeker verder oplopen. Zo’n 270 gewonden liggen nog in ziekenhuizen, van wie er tientallen nog in levensgevaar verkeren.

Het is niet precies duidelijk hoeveel mensen nog vermist worden, omdat in het gebied veel vakantiegangers waren. Bovendien zijn veel inwoners van de getroffen gebieden zelf ook op vakantie.

Tragedies

Hulpdiensten zijn nog altijd bezig met het doorzoeken van de verwoeste huizen. Soms hebben ze succes, maar vaker niet.

Zo werd in Pescara del Tronto bijna zeventien uur na de aardbeving nog een 10-jarig meisje levend gevonden. Haar toestand zou redelijk stabiel zijn, maar haar zus heeft het niet overleefd, schrijft de Italiaanse krant Corriere della Sera.

In hetzelfde dorp zijn ook twee broertjes van vier en zes jaar levend onder het puin vandaan gehaald. Hun oma had ervoor gezorgd dat ze onder het bed schuilden zodra de aarde begon te beven. Veel kinderen hebben de aardbevingen niet overleefd. De jongste was volgens Corriere della Sera acht maanden oud.

Onvermoeibaar

De reddingswerkers weigeren nog te zeggen wanneer er niet meer sprake is van levens redden, maar van lichamen bergen, zegt een woordvoerder tegen AP.

“We zullen onvermoeibaar doorwerken tot de laatste persoon is gevonden, en zeker weten dat niemand meer vast zit.”

Een woordvoerder van de brandweer refereerde aan de aardbeving in L’Aquila in 2009, toen na 72 uur nog een overlevende gevonden werd.

“We zijn nog steeds in een fase waarin we kunnen hopen dat we mensen levend vinden.”