Reclame maakt NPO luchtig en apolitiek

Ik moest het een paar keer lezen voor ik doorhad dat het geen parodie was. De uitspraken van NPO-baas Frans Klein tijdens de opening van het nieuwe tv-seizoen bleken echt. Het begon hoopgevend: hij gaf toe dat de NPO „qua functionaliteit achterloopt bij wat men nu gewend is”. Of we het nou leuk vinden of niet: de toekomst van tv is digitaal. De Netflixen en Youtubes gaan winnen. Kleins oplossing? NPO Gestart, een digitale omgeving waar programma’s, in tegenstelling tot Uitzending Gemist, te zien zullen zijn voor ze op tv komen. Mogelijk gaat de NPO zelfs „in een keer series online zetten zodat je straks kan bingewatchen”.

In beginsel geen slecht idee, maar het gaat mis als de verdere invulling duidelijk wordt. Aan de belabberde beeldkwaliteit gaat niks veranderen, want „dat kost te veel”.

Daarmee komen we bij de kern van de zaak als het gaat om het zinkende schip van de NPO. In zekere zin treft Klein helemaal geen blaam. Hij moet roeien met de riemen van ons zeer vreemde publieke omroepensysteem. Terwijl andere zichzelf respecterende Europese landen grote publieke omroepen met veel geld hebben die ook echt publiek zijn, dwingen wij onze publieke omroepen om ‘commercieel’ te opereren. De BBC mag bijvoorbeeld geen reclames uitzenden, waardoor innovatieve programmering geprikkeld wordt, want er hoeft geen rekening gehouden te worden met gevoeligheden rondom adverteerders.

Doordat de NPO vanuit Den Haag steeds meer wordt gedwongen om adverteerders en hogere kijkcijfers te halen, ontstaat er een soort creatieve stop. Er wordt steeds meer voortgeborduurd op ‘succesformules’ zoals alle mogelijke variaties op ‘Holland bakt’ of ‘Holland zingt’, terwijl innovatieve en autonome programmering onmogelijk wordt. De hartenkreet van Michael Schaap, alias de Hokjesman, in HP/De Tijd afgelopen dinsdag was daarom tekenend: „Waarom hebben wij geen intellectueel praatprogramma op primetime? Waarom kan het wel in Engeland, Duitsland of Frankrijk?”

De uitholling van de NPO door Den Haag is een proces dat al een aantal jaren aan de gang is. De ideologie daarachter is deels dat de kaasschaaf van de bezuinigingen ook elk jaar langs de publieke omroep moet gaan. Ik vermoed dat er een nog grotere, onderliggende ideologie is die zegt dat media eigenlijk honderd procent commercieel horen te zijn. Niks tegen commerciële televisie hoor, ik kijk er graag naar, maar een land zonder grote publieke omroep stevent af op een maatschappelijke verdomming waar enkel het belang van adverteerders heerst.

De klanten van commerciële media zijn adverteerders. De producten die commerciële media verkopen aan klanten zijn wij, het publiek. De programmering moet daarom luchtig, apolitiek, breed aansprekend en zeker niet te kritisch richting grote bedrijven – de klanten dus – zijn. In Amerika zien we pas in recente jaren dat er weer zeer goede maatschappijkritische tv wordt gemaakt. Waarom? Omdat advertentievrije omgevingen van media zoals Netflix en HBO de programmering weer vrij heeft gemaakt van de impliciete censuur die ontstaat als je adverteerders moet trekken.

Laten wij in Nederland daarom ten halve keren voor we ten hele verdwaald zijn. We moeten snel omschakelen naar een advertentievrije publieke omroep met een zeer goed budget die daarom kan innoveren zonder halfbakken non-oplossingen zoals een NPO Gestart zonder HD omdat het ‘te veel kost’.

Zihni Özdil is historicus en auteur van Nederland mijn Vaderland (Uitgeverij De Bezige Bij).