Realisme welkom in relatie met Turkije, van twee kanten

nrcvindt

Turkije is een ware vriend en bondgenoot. Het deelt, ook als land met een grote moslimbevolking, de zelfbevochten seculiere democratische waarden van Amerika, en verdient een hoofdrol in dit deel van de wereld. Die gloedvolle woorden sprak president Obama in 2009 in het parlement in Ankara. Hij kreeg een staande ovatie.

Zeven jaar later lijkt in die relatie weinig meer wat het was en is Obama’s vice-president Joe Biden in Ankara om te voorkomen dat de schade onomkeerbaar wordt. Turkije voelt zich van binnenuit en van buitenaf bedreigd: door de oorlog in Syrië, de terreur van IS en de oorlog met de Koerden op zijn eigen grondgebied, door de conflicten met de EU en na de couppoging van 15 juli denkt het door Amerika, NAVO-bondgenoot sinds 1952, verraden te zijn.

Veel Turken geloven dat Amerika op zijn minst van de coup moet hebben geweten. Dat de VS het vermeende brein, Fethullah Gülen, niet zonder meer uitleveren, wijst op kwade trouw. Evenals de Westerse zorgen over Erdogans draconische zuiveringen.

Bidens bezoek viel samen met een – mede door Amerikaanse vliegtuigen ondersteund – Turks offensief over de grens in Syrië, dat IS een van zijn laatste bastions daar moet ontnemen. Dat Turkije IS aanpakt is na jaren van dubbelzinnigheid welkom, al wil Erdogan ook voorkomen dat Syrische Koerden verder oprukken. Juist deze Koerden beschouwt Amerika als cruciale bondgenoot in hun strijd tegen het bewind van Assad. Het is een hard signaal aan Washington dat Turkije vooral zijn eigen belang nastreeft. Dat Biden de Koerden heeft gewaarschuwd het vacuüm na IS niet op te vullen is meer dan een symbolische opsteker voor Erdogan.

Het verlies van Turkije als bondgenoot zou voor het Westen catastrofaal zijn, en een cadeau aan Poetins Rusland. Het is van belang de Turkse zorgen over interne en externe stabiliteit serieus te nemen en Turkije opnieuw te erkennen als spil in de regionale strategie in plaats van alleen als schakel in de strijd tegen IS of de vluchtelingenstroom, zoals te lang is gebeurd.

Biden moet nog eens ondubbelzinnig de couppoging veroordelen. Westerse leiders hebben daarmee inderdaad getalmd. Tegelijkertijd is er geen reden Turkije te ontzien waar het gaat om het naleven van de normen waarop het zich zegt te baseren. De onrust over Erdogans ‘tegencoup’ is geen hysterie. De Turkse emoties zijn voorstelbaar, maar na alle paranoia is enig realisme nu welkom. Respect voor de rechtstaat dient Turkije (geo-)politiek en economisch op de lange termijn het best. Wrijving kan weldadig zijn in een ware vriendschap. Hopelijk zullen ook Erdogan en zijn kring Bidens bezoek in die volwassen termen behandelen.