Ook encryptie heeft grenzen

nrcvindt

Moet iedere burger voor zijn internetberichtjes gebruik kunnen maken van volledige versleuteling, waar geen nieuwsgierig bedrijf, geen hacker, geen overheid en vooral geen buitenlandse inlichtingendienst ooit meer bij kan? Na het schandaal van de massa-surveillance door inlichtingendiensten, onthuld door Snowden in 2013 is het verleidelijk die vraag met een klinkend ja te beantwoorden. Zéker – privacy, communicatievrijheid! Nooit meer buitenlandse ‘datastofzuigers’ van overheden die stiekem massale hoeveelheden internetberichten uitpluizen op bedenkelijke trefwoorden of ‘verdachte’ patronen.

Nu is privacy voor de burger inderdaad zeer belangrijk; encryptiesoftware is een goed middel dat de burger zeker niet ‘zomaar’ uit handen moet geven. Dienstverleners als Apple, Whatsapp en Facebook hebben dat goed begrepen. Maar geheime communicatie is geen absoluut recht – dat onderscheid wordt in de publieke opinie onvoldoende gemaakt. Ongetwijfeld gestimuleerd door het anarchistische techwereldje te Silicon Valley wier anti-gouvernementele houding past in de Amerikaanse frontier-traditie.

Bezwaren worden in de internetwereld te makkelijk weggewuifd; encryptie beperken zou zelfs ‘achterlijk’ zijn. Criminelen die voor hun kwade arbeid ook graag versleuteld communiceren vinden daar ‘toch’ wel mogelijkheden voor, ‘dus’ pak dit niet van de burgers af. Althans dat schreef de belangengroep Bits of Freedom, in reactie op nieuws over een Duits-Frans voorstel van deze week, om de Europese Commissie encryptie in bijzondere gevallen juist wettelijk in te laten perken. Bij het verzamelen van bewijs van terreur, maar ook kinderporno en mensenhandel is toegang tot communicatie onontbeerlijk. Dat is ook juist.

De bezwaren uit de internetwereld hebben de charme van de eenvoud, maar vertegenwoordigen ook een naïef mensbeeld. Het belang van de privacy van de burger is zo groot dat de activiteiten van criminelen en terroristen maar ingecalculeerd moeten worden. Totale communicatievrijheid voor iedereen, waar de overheid dan maar een ander antwoord op moet zien te vinden.

In deze utopie leven we echter niet. Telefoons moeten getapt kunnen worden, huizen doorzocht, personen gefouilleerd – mits in wettelijk goed omschreven gevallen, onder specifieke omstandigheden, na toestemming van de rechter en doorgaans voor een beperkte periode. In rechtstaten moet er bij serieuze verdenkingen ook bewijs verzameld kunnen worden in afgesloten, beveiligde ruimtes – of het nu een loods in de haven is of een berichtenstroom op internet. Encryptie kan dus nooit absoluut zijn.