Ontvoerd door terroristen

Tiede Herrema werd op 3 oktober 1975 ontvoerd door een afsplitsing van de IRA in Limerick, bracht 36 dagen met zijn twee ontvoerders door in kleine ruimtes en kwam vrij. „Ik zei altijd tegen de kinderen: Hij komt vrij”, zegt zijn vrouw Elisabeth. „Ik wist zeker dat hij een plan zou maken.”

„Ik dacht: ik moet mezelf niet teleurstellen”, zegt Tiede Herrema. „Dus nooit: vandaag kom ik vrij. Altijd rekening houden met de langere termijn.”

We zitten in hun woonkamer aan het Arnhemse Sonsbeekpark. Ik vroeg me af hoe Nederlanders waren in oude tijden van terroristische dreiging. Toen de voorpagina’s beheerst werden door afkortingen als ETA, RAF en IRA. Zo kwam ik op Herrema, destijds directeur van een Ierse vestiging van Akzo.

Hij heeft op zijn 95ste nog het gezicht van een sportman uit de jaren vijftig. Zij, iets jonger, nog steeds vaste krullen.

„Discipline”, zegt Herrema, die elke dag om acht uur opstaat, golft en twee keer per week naar de sportschool gaat. „Sober eten”, zegt zijn vrouw. „En een ijzeren gestel.”

Hij lag vastgebonden op een bed vol vlooien, onder de rand van zijn blinddoek kon hij net zien of het dag of nacht was. In gedachten stond hij ’s morgens op om zijn tanden te poetsen.

Heeft hij nog last van spoken uit die tijd? Hij schudt zijn hoofd. „Jawél”, zegt zij. „Als je ergens vastzit, daar kun je niet tegen.”

„Ik ben tamelijk ongevoelig”, zegt hij. „Een kouwe, zeggen mensen wel. Dat kwam toen goed uit: je raakt de kluts niet kwijt.”

Hij verplaatste zich in zijn ontvoerders Eddie Gallagher, die altijd met een pistool zat te spelen, en Marian Coyle. Zij was ondoorgrondelijk, maar Eddie vertelde over de vernederingen die het Ierse volk nog altijd onder Britse heerschappij moest doorstaan. „Ik begreep die frustratie wel.” Eddie maakte zijn handen los.

De terroristen raakten in de put, viel hem op. Eddie kreeg kramp in zijn nek toen politie en leger het huis omsingelden. „Ze zaten vaak te huilen.” En dus stelde Tiede steeds dezelfde vraag: wat gaan jullie nu doen? „Dat was tactiek.” Uiteindelijk gaven ze zich over.

Zou hij die tactiek ook op IS-strijders kunnen loslaten als hij in hun macht was? Hij denkt lang na. „Ik denk het niet”, zegt hij. „Zij zijn zo geprogrammeerd. Het vergt een mensenleven voordat je zo’n jongen ontrafeld hebt.”

Tien jaar geleden zag hij Eddie Gallagher nog een keer toen die uit zijn auto stapte. „Oh, Tiede”, zei hij. Ze wisselden een paar woorden. „Toen hij wegliep”, zegt Tiede Herrema, „zag ik aan zijn rug dat hij huilde.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl, Twitter: @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.