‘Nee rechter, dat schilderij heb ik níét gemaakt’

Kunstfraude

Peter Doig moest bewijzen dat niet hij, maar Peter Doige als 17-jarige in de jeugdgevangenis een landschap schilderde.

Het landschapsschilderij van Peter Doige, met een E. Een cipier van een jeugdgevangenis beweerde dat hij het in 1976 had gekocht van Peter Doig, zonder E.

De in Schotland geboren kunstschilder Peter Doig (1959) heeft een bizarre rechtszaak gewonnen, waarin hij ervan werd beschuldigd een schilderij te verloochenen dat hij als zeventienjarige zou hebben geschilderd.

Meestal doen kwesties over de authenticiteit van kunstwerken zich pas voor lang na de dood van de makers. Doig is misschien wel de eerste kunstenaar die in een rechtszaal moest aantonen dat hij niet de maker van een schilderij was.

Doig was in Chicago aangeklaagd door de Canadese oud-gevangenbewaarder Robert Fletcher en kunsthandelaar Peter Bartlow. Inzet van de zaak was een landschapsschilderij dat qua thematiek enigszins verwant is aan de landschappen waarmee Doig een van de meest gewilde kunstenaars ter wereld is geworden. Vorig jaar veilde Christie een doek van hem voor 25,9 miljoen dollar.

De cipier beweerde het doek in 1976 rechtstreeks van Doig te hebben gekocht, toen de kunstenaar in een gevangenis in het Canadese Ontario een straf uitzat voor lsd-bezit. Het doek, waar de bewaarder destijds 100 dollar voor betaalde, was vóór de rechtszaak getaxeerd op 10 miljoen dollar, bijna 9 miljoen euro.

Doig stelde nooit in een gevangenis te hebben gezeten en in 1976 leerling te zijn geweest op een middelbare school in Toronto. Door gebrekkige school- en gevangenisarchieven konden beide beweringen niet worden geverifieerd en moest zelfs Doigs moeder Mary getuigen over de bezigheden en verblijfplaatsen van haar zoon veertig jaar geleden.

Volgens oud-gevangenbewaarder Robert Fletcher wilde Doig niet toegeven het doek – gesigneerd ‘Peter Doige’, met een extra E – te hebben geschilderd, omdat hij daarmee indirect zou toegeven in de gevangenis te hebben gezeten.

De doorbraak kwam van een zus, Doige was haar overleden broer

Een doorbraak in de zaak, blijkt ook uit het vonnis, was de getuigenis van Marilyn Doige-Bovard, opgeroepen door de verdediging. De Canadese vrouw vertelde dat het doek in de gevangenis is geschilderd door Peter Doige, haar jong overleden broer.

In een verklaring na de uitspraak liet Doig weten blij te zijn dat het recht heeft gezegevierd, maar ook dat het wat hem betreft allemaal veel te lang heeft geduurd. „Dat een levende kunstenaar het auteurschap van zijn werk moet verdedigen, dat had nooit mogen gebeuren.”

Doig toonde zich na afloop van de rechtszaak ook kritisch over de motieven van de gevangenbewaarder en zijn kunsthandelaar. „Dat de eisers in deze zaak schaamteloos hebben geprobeerd de nalatenschap van een andere kunstenaar te ontkennen, alleen om er financieel beter van te worden, dat is verachtelijk.”

De advocaat van de cipier en de kunsthandelaar heeft gezegd een beroep te overwegen.