Lullo en feuten als cultureel erfgoed

Leden en reünisten kijken naar de Maskerade-optocht door het centrum van Leiden ter ere van het 200-jarig bestaan van studentenvereniging Minerva. Foto ANP / Remko de Waal

Wat hebben woonwagenbewoners, schutters in Brabant, Kerkrade en Diepenheim, Reus Jas de Keistamper uit Boxtel, fijnschilders uit Hindeloopen, Surinaamse-klederdrachtdragers en corpsstudenten gemeen? Ze vallen allemaal in de categorie ‘sociale cohesie en identiteit’ van de Nationale inventaris immaterieel cultureel erfgoed. Op die lijst staan gebruiken, feesten, gebeurtenissen en culturen die als traditie behouden verdienen te worden, aldus het Kenniscentrum immaterieel cultureel erfgoed.

Donderdag werden de studentenverenigingen aan de nationale inventaris toegevoegd. Het zooien en het vomeren, de feuten en de nullen, het indrinken en het afpilsen, de lullo, de knor en het hertje, de ontgroening en het regelen, de zaak en de toko – vanaf nu hebben de taal en de mores van 40.000 studenten in 48 gezelligheidsverenigingen in de 12 universiteitssteden in Nederland een officiële status als nationaal erfgoed.

De Nationale inventaris is een soort longlist voor tradities die de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uiteindelijk kan voorgedragen voor de internationale UNESCO-lijst voor immaterieel erfgoed. Het kenniscentrum is door het ministerie van OCW aangewezen om de Nederlandse lijst aan te leggen. Daarbij wordt gekeken in hoeverre een cultuur van generatie op generatie is overgegeven. De oudste Nederlandse studentenvereniging in de corporale zin van het woord is het Groningse Vindicat atque Polit, opgericht in 1815. Verder moet er een gemeenschap achter zitten (zoals die 40.000 studenten die lid zijn), die de vereniging ook als erfgoed beschouwt.

Dit staat nog meer op de inventaris:

Rendementsdenken

De Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV), die de studentenclubs vertegenwoordigt, doet dat laatste in elk geval. De Kamer heeft de aanvraag ingediend, in de vorm van een zorgerfgoedplan. Voorzitter Ruben Hoekman zegt in een toelichting dat het „rendementsdenken” in de samenleving en op de universiteit een bedreiging vormt voor de verenigingen. „In de afgelopen jaren hebben de verenigingen steeds meer aanmeldingen gekregen dan het jaar ervoor, maar wij horen van besturen dat de participatie afneemt.” Het wordt moeilijker en moeilijker mensen te vinden die in commissies willen plaatsnemen of de bar van de sociëteit draaiend willen houden, zegt Hoekman.

De LKvV, ook bekend van de ‘Instructie Verantwoord Alcoholschenken’ op zijn website, beschouwt de toekenning van de erfgoedstatus als „een steuntje in de rug” voor het behoud van deze traditie. De Kamer noemt in de aanvraag „facilitatie en stimulatie van ontmoeting en zelfontplooiing van de leden” als een van de pijlers van de verenigingscultuur, evenals „de ongeschreven regels (mores)” en „een introductieperiode voorafgaand aan het lidmaatschap”, een neutrale term voor de ontgroening.

De mogelijke bedreiging van een traditie is geen reden om die op de inventaris te plaatsen, zegt Ineke Stroucken, directeur van het Kenniscentrum. Plichten vloeien nauwelijks voort uit de plaatsing op de nationale inventaris. De studentenverenigingen moeten zich inspannen om de traditie te borgen en door te geven. Van die inspanning moeten zij elke twee jaar verslag doen aan het Kenniscentrum, dat op zijn beurt om de zes jaar verslag uitbrengt aan de VN-organisatie UNESCO.