Vrede in Colombia? Deze hindernissen moeten worden overwonnen

Weerstand

De vrede is getekend maar voordat die ook werkelijk van kracht is moet er nog erg veel gebeuren.

Foto’s van vermiste personen bij de viering van het vredesakkoord met de FARC in Bogota. Foto GUILLERMO LEGARIA/AFP

Na een halve eeuw verscheurende oorlog presenteerden de Colombiaanse regering en de linkse rebellenbeweging FARC (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) woensdagavond een vredesakkoord. Dat is een belangrijke stap, maar de weg naar echte vrede is niet eenvoudig. Wat zijn de grootste maatschappelijke obstakels in Colombia voor het bereiken van vrede?

1. Interne weerstand

Op 23 september zullen de partijen het vredesakkoord ondertekenen, daarvoor vindt het tiende en laatste interne congres plaats van de FARC. Dat is het moment waarop interne weerstand binnen de FARC kan worden geuit. En die weerstand is er, het is alleen onduidelijk hoe groot. Begin juli zei een eenheid van de FARC de wapens niet te zullen neerleggen. De verklaring van het Armando Rios front, bekend van de ontvoering van de Franse politica Ingrid Betancourt tussen 2002 en 2008, was het eerste teken van oppositie binnen de FARC tegen het akkoord. Die weerstand komt gedeeltelijk voort uit wantrouwen: na een eerdere poging tot vrede in de jaren tachtig werden guerrillero’s die zich ontwapenden en opgingen in de Patriottische Unie, een politieke partij, op grote schaal vermoord. Daarnaast zijn in Colombia nog veel paramilitaire groepen actief, die zich niet committeren aan het vredesakkoord en voor wiens vergelding guerrillero’s vrezen wanneer zij hun wapens inleveren.

2. Het justitiële systeem

Het grootste obstakel is het justitiële systeem dat de Colombiaanse regering en de FARC overeen zijn gekomen voor de berechting van daders. Het gaat uit van een vredescommissie, met als belangrijkste doel de waarheid boven tafel te krijgen. In ruil voor een volledige bekentenis kunnen daders, zowel FARC-strijders als Colombiaanse militairen, een maatschappelijke straf opgelegd krijgen – bijvoorbeeld het bouwen van een school in een afgelegen gemeenschap, of het verrichten van welzijnswerk in een bejaardentehuis. De maatschappelijke straf kan oplopen tot acht jaar en geldt voor „misdaden tegen de menselijkheid, genocide, en oorlogsmisdaden zoals gijzelneming of andere vrijheidsberoving, marteling, gedwongen verplaatsing, gedwongen verdwijning, buitenrechtelijke executies, en seksueel geweld.” Alleen wie liegt hangt een celstraf boven het hoofd, die kan oplopen tot twintig jaar.

In Colombia bestaat grote scepsis over dit systeem, die wordt aangewakkerd door oud-president Álvaro Uribe. Uribe voert al jaren campagne tegen de vredesbesprekingen, die hij ziet als een opmaat voor straffeloosheid. Hij beschuldigt de Colombiaanse regering ervan te heulen met „narco-terroristen”.

Ook Human Rights Watch (HRW) is kritisch. „Dat we vroeger straffeloosheid accepteerden als onderdeel van vrede, zoals bijvoorbeeld in Zuid-Afrika, betekent niet dat we dat anno 2016 ook zouden moeten doen. Dus we kunnen dit vredesproces, zoals dat nu wordt gebouwd op een schandelijk niveau van straffeloosheid, niet steunen,” zei José Miguel Vivanco, regionaal directeur van HRW, eerder dit jaar tegen deze krant.

Peilingen wijzen uit dat grote groepen Colombianen, met name de mensen in stedelijke gebieden die de afgelopen tien jaar nauwelijks nog last hebben gehad van het gewapende conflict, uit principiële overwegingen tegen dit justitiële systeem zijn. Slachtofferorganisaties zijn in grote meerderheid juist vóór een akkoord en hebben het vredesproces altijd gesteund. Zij zien vrede als de betere optie dan een oorlog die zoveel onschuldige slachtoffers heeft geëist.

3. Andere conflicten

Als Colombia op 2 oktober ja zegt tegen deze vrede en het akkoord wordt opgenomen in de wet, is het land niet van al zijn conflicten af. De ELN (Nationale Bevrijdingsleger), een andere grote guerrillabeweging is nog altijd actief. Wel startte de Colombiaanse regering dit voorjaar ook vredesbesprekingen met deze beweging. De ELN, die werd opgericht in 1964 en is geïnspireerd op de Cubaanse Revolutie, richtte zijn aanslagen vooral op de olie-industrie en infrastructuur voor energievoorzieningen. Zij financierden zichzelf door afpersingen en losgeld voor ontvoeringen. Er is nog geen vooruitzicht op een akkoord met de ELN. De agenda is veel vager dan bij de onderhandelingen met de FARC, en waarnemers vrezen dat dit vredesproces nog lang kan gaan duren.

4. Sociale gerechtigheid

Papieren vrede is een eerste stap, maar hoe pakt die in de praktijk uit voor de miljoenen slachtoffers die het conflict in ruim vijftig jaar heeft gemaakt? Colombia heeft ruim zes miljoen ontheemden, op drift geraakt in eigen land. Dat is een van de hoogste aantallen ter wereld. Hoewel in het deelakkoord over landhervorming is opgenomen dat een eerlijker verdeling van land zal plaatsvinden, en de Colombiaanse regering in 2011 een wet aannam die slachtoffers die van hun land zijn verdreven moet compenseren, is de praktijk weerbarstig. Dat concludeerde ook Amnesty International in een rapport over de uitvoering van de wet in 2012. De sociale en economische ongelijkheid is groot in Colombia, het nivelleren daarvan is een grote opgave.

5. Reïntegratie

De oorlog in Colombia duurt al 52 jaar. Veel rebellen die in het komende half jaar onder de voorwaarden van het akkoord hun wapens zullen inleveren, groeiden op als onderdeel van een in hun ogen ideologische strijd tegen de onrechtvaardige verdeling in het land. Een deel van hen werd als kind door de FARC ontvoerd en groeide op in de jungle als guerrillero. Hoe zullen zij reïntegreren in een vredessituatie? Worden zij geaccepteerd in de maatschappij en kunnen zij zich ermee verzoenen dat de strijd nu voorbij is? Die vragen zijn fundamenteel, ook als de Colombianen op 2 oktober instemmen met vrede. Ook bestaat de vrees dat niet alle FARC-strijders de lucratieve drugshandel zomaar zullen verlaten. De implementatie van het akkoord en de lokale uitvoering is straks cruciaal.