Eindelijk zwemmen met boerkini

Boerkini De vrijheid die moslima’s zichzelf gunnen om te zwemmen wordt ze met een boerkiniverbod weer afgenomen, schrijft Hasna El Maroudi,

Foto David van Dam / ANP

In Marokko zag ik vorig jaar voor het eerst vrouwen in wat men noemt een ‘boerkini’. Ze wandelden wat langs de kust en speelden met hun kinderen in het water. Voorheen zaten moeders onder parasols verscholen, terwijl de pappa’s met de kinderen in het water poedelden. Soms bereidden de vrouwen de lunch voor, vaker nog staarden ze door een zonnebril naar de zee waar hun man en kinderen zo heerlijk van genoten.

Ik vroeg me altijd af wat er door zo’n vrouw heengaat, kijkend naar die vrije zee, die alleen voorbehouden is aan kinderen en mannen. Wat zou er voor zo’n vrouw nodig zou zijn om ook lekker een duik te nemen? Om te roepen: ‘Dag opgelegde normen over zogenaamde vrouwelijke zedelijkheid!’ En: ‘Dikke doei, gemeenschapsdruk!’

De ‘boerkini’ biedt haar de mogelijkheid ook eens te genieten van het water. Wat dat betreft vreemd dat een aantal Franse burgemeesters, die ongetwijfeld wel voor integratie beweren te zijn, een verbod op het gewaad uitvaardigden. Ze jagen de vrouwen zo, hop, weer achter het fornuis.

In The Guardian vertelt de ontwerpster van de boerkini, Aheda Zanetti, waarom ze het gewaad ontwierp. Moslima’s die zich met een hoofddoek willen bedekken werden uitgezonderd van allerlei sporten omdat de hoofddoek niet praktisch is. Of ze stonden desondanks op het basketbalveld, met rood aangelopen hoofd, want zo’n doekje kan nogal warm zijn. De boerkini was in dergelijke gevallen dus een praktische oplossing. Een symbool van vrijetijdsbesteding, plezier, conditie en een goede gezondheid, aldus Zanetti. Van emancipatie en vrijheid dus. Ze illustreert onbewust hoe precair die emancipatie is. „Ik vind het fijn om achter mijn man te staan, maar ik ben de motor, daar kies ik voor”, schrijft ze. „Ik wil dat hij alle eer opstrijkt, maar ik ben de stille uitvoerder.”

Wat we hier zien is een vrouw die enerzijds met de boerkini een stap richting emancipatie zet, maar anderzijds achter haar man schuilt. Een vrouw die er zelf voor kiest de ongelijkwaardigheid in stand te houden. Van dat laatste gaan mijn feministische nekharen overeind staan, des te belangrijker dat het kleine emancipatiestapje – de boerkini – níet teniet wordt gedaan.

Los van het religieuze aspect, denk ik dat het sowieso niet bepaald slim is als de overheid de burger vertelt wat wel en niet gepast is qua badkleding. Ik kan prima zelf bepalen hoe naakt ik het strand op ga, of ik topless wil zonnen of vandaag toch liever mijn shirt aanhoud. In dit geval is ook het achterliggende idee van de Franse burgemeesters bedenkelijk. Het kledingstuk zou namelijk doen denken aan islamterreur. Met ‘laïcité’ – de godsdienstige neutraliteit – in de ene hand en de terreurangst in de ander, wordt de vrouw gestraft voor iets waar ze part noch deel aan heeft.

Het idee dat een vrouw die zich bedekt wel fundamentalistisch moet zijn, is onjuist. De naam ‘boerkini’ is dan ook belachelijk, het verwijst namelijk onterecht naar de boerka. De boerka is een gewaad dat door streng islamitische vrouwen wordt gedragen, al dan niet uit vrije wil. Het hele lichaam dient bedekt te worden: ook handen, voeten en gezicht. De boerka maakt van de vrouw een schim. Een wezen dat weliswaar op de wereld is, maar buitenshuis niet mag bestaan. Een vrouw die een boerka draagt zal nooit een boerkini (mogen) dragen. Een vrouw die een boerka draagt is eigendom van haar man, haar vader en haar broer. De boerkinidraagster kan iedere doorsnee hoofddoekdragende moslima zijn. Van AD-columniste Hanina Ajarai tot het meisje achter de kassa bij de Albert Heijn, van ‘De Meiden van Halal’ tot de hoofddoekmeisjes die de nieuwste mode passen bij Zara.

Het enige dat een verbod doet is ervoor zorgen dat deze vrouwen niet meer in zee zullen zwemmen. Het idee van een fundamentalistische moslima die zich in een boerkini hijst om te midden van half naakte lichamen de zee in te duiken, is zo lachwekkend dat ik me toch echt afvraag waar de fuck de Franse autoriteiten zich mee bezighouden. Fundi’s gaan a priori niet naar het strand en al helemaal niet naar een publiekelijk strand waar ze geconfronteerd worden met andermans ‘onzedelijkheid’.

In Frankrijk voert men al langer een discussie over de hoofddoek. Op openbare scholen geldt sinds 2004 een verbod op religieuze kleding. De huidige premier, Manuel Valls, staat bekend als een voorstander van het verbod op de hoofddoek op universiteiten. Valls zou het ding het liefst overal verbieden. Sinds 2011 is de niqaab op alle publieke plekken verboden. Onder het mom van secularisme, wordt beetje bij beetje een einde gemaakt aan de godsdienstvrijheid. Voor vrouwen. Want de mannen zijn hier niet de dupe van, het zijn de vrouwen die in hun bewegingsvrijheid worden beknot. En de grap is: uiteindelijk zal het alleen maar leiden tot een grotere splijtzwam in een samenleving die toch al verdeeld is. Een verbod op de boerkini leidt namelijk alleen maar tot het ‘zie je wel ze moeten ons niet’-argument, een voor islamisten uitstekend hulpmiddel om medestanders te rekruteren.

Het streven lijkt te zijn om de vrouw uit de hoofddoek te emanciperen, maar wie dat wil bereiken zal toch echt andere stappen moeten nemen. De hoofddoek is het probleem niet, het is een symptoom van een patriarchaal geloof, waarin mannen zichzelf de vrijheid van de wereld gunnen en de vrouw helemaal niets. Dat is precies wat er mis is met het verbod op de boerkini: dat kleine beetje vrijheid dat de vrouw zichzelf gunt om te kunnen zwemmen in de zee, om te kunnen ervaren hoe het voelt om door een golf meegenomen te worden, wordt van haar afgepakt. Men gunt de islamitische vrouw geen enkele vrijheid. Wat dat betreft hebben de burgemeesters toch meer gemeen met de fundamentalistische man dan ze zelf doorhebben.

Hasna El Maroudi is redacteur bij Joop.nl en columnist voor het feministische maandblad Opzij.