Eigenlijk zagen ze bij Disney niet zoveel in een musical

Musical

Twaalf jaar na de première komt de musical van The Lion King weer naar Nederland. Een interview met de geestelijk vader Thomas Schumacher.

Carole Stennett als Nala in The Lion King Foto Deen van Meer / bewerking fotodienst NRC

Ten slotte, als we al ten afscheid tegenover elkaar staan, geeft Thomas Schumacher antwoord op een vraag die nog helemaal niet was gesteld. „Ja”, zegt hij. „We gaan inderdaad een theatermusical maken van Frozen. Als ik hier in Londen over straat loop, wordt het me voortdurend gevraagd. Het antwoord luidt bevestigend. Maar het project is nog in ontwikkeling. We hebben nog niet de geëigende stijl gevonden. We nemen de tijd. Het hoeft niet snel te gebeuren, het hoeft alleen maar goed te zijn.”

De sprookjesfilm Frozen is het meest recente megasucces uit de animatiefilmfabrieken van Disney. En geen wonder dat de liefhebbers nu al uitkijken naar een musicalversie: sinds 1993 heeft het bedrijf het ene na het andere kassucces gescoord met theaterbewerkingen van de talloze titels uit de eigen filmcatalogus. Wat dat betreft zit de studio op een goudmijn – acht van de tien keer dat een Disney-film tot musical werd gemaakt, was dat een voltreffer.

„En toch is het minder makkelijk dan het lijkt”, zegt Thomas Schumacher, president van de Disney Theatrical Group, de theatertak van het bedrijf. Zijn thuisbasis is Broadway, New York, maar ten tijde van het gesprek zetelt hij tijdelijk in een karig ingerichte kantoorruimte bovenin het Lyceum Theatre in Londen, waar The Lion King al bijna zeventien jaar lang aaneengesloten volle zalen trekt. Terwijl hij aanvankelijk geen enkel heil zag in een theaterversie van die befaamde film.

‘Musical over dieren, hoe dan?’

„Het was in 1993”, vertelt hij, „dat we onverwacht in de roos schoten met een musicalbewerking van The Beauty and the Beast – de eerste keer dat we het risico namen om van een van onze films een Broadway-musical te maken. Waarop mijn toenmalige baas zei: en nu een musical naar The Lion King? Dat leek me een heel slecht idee, want zo’n theatermusical zou in de verste verte niet op de film kunnen lijken. De film was bij uitstek cinematografisch. En dan: een verhaal over dieren, hoe zou dat moeten? Met realistische make-up, zoals bij Cats? Of met maskers, waarachter je de gezichten van de spelers verstopt en dus alle emoties verliest? Ik zag geen enkele manier om er echt theater van te maken.”

Tot hij op het idee kwam regisseur Julie Taymor in te schakelen, die in Amerikaanse theaterkringen al eer had ingelegd met avant-gardistische operavoorstelligen als Oedipus Rex en Die Zauberflöte. Taymor aarzelde. Ze vond de Disney-films vaak veel te gladjes. Maar toen ze er langer over nadacht, zag ze veel mooie mogelijkheden – een combinatie van Afrikaanse uitdossingen, Japans poppenspel, Indonesisch danstheater en invloeden uit allerlei andere windstreken. Terwijl de maskers als hoge hoofddeksels op de hoofden van de spelers prijken, zodat ieders gezichtsexpressies volledig zichtbaar blijven.

„Iedereen dacht dat ik gek geworden was”, stelt Schumacher grijnzend vast. „Maar het is háár visie die The Lion King groot heeft gemaakt.” En over Taymors aanvankelijke bedenkingen: „Disney is lang niet zo zoet als veel mensen lijken te denken. Op tweederde van de eerste akte wordt de vaderleeuw overweldigd en gedood door een kudde gnoes. Dat kan ik niet zoet vinden.”

The Lion King groeide sindsdien uit tot Disneys grootste hitmusical. De gezamenlijke omzet van de vele versies die over de hele wereld werden gemaakt (inclusief de Nederlandse), bedraagt ruim 6,2 miljard dollar.

„Alles bij elkaar hebben we nu tien theatermusicals gemaakt op basis van onze films. Daarvan zijn er acht een succes geworden. Dat is ongekend. Op Broadway flopt 75 tot 80 procent van alle shows die er worden uitgebracht; het succespercentage is dus niet groter dan 20 à 25 procent. Voor Disney ligt dat omgekeerd.”

De twee flops waren Tarzan en The Little Mermaid. Maar ook die hebben geen verlies opgeleverd, omdat ze via het theaterbedrijf van Joop van den Ende een succesvolle herkansing kregen op het Europese vasteland. „Ik heb met Joop heel heftige ruzies gehad over de aanpassingen die we nodig vonden”, aldus Schumacher. „Maar we hebben er andere creatieve teams, nieuwe scriptschrijvers en een nieuwe regisseur op gezet. Joop heeft die markt voor ons opengebroken. Al houden wij bij alle producties wél het laatste woord.”

Muziek is essentieel

Voor musicalmakers hebben de Disney-films één groot voordeel: er zitten meestal al liedjes in. „Muziek zit in het DNA van de Disney-studio’s”, beaamt Thomas Schumacher. „Walt Disney zelf was ervan overtuigd dat muziek essentieel was bij animatie. Sterker nog: hij liet altijd eerst de muziek opnemen en kon dan de animatie aanpassen aan het ritme van de muziek. Als er in een film niet wordt gezongen, moet je niet proberen het verhaal tóch te laten zingen. Wij produceren bijvoorbeeld ook de theaterversie van de film Shakespeare in love, maar we hebben er geen musical van gemaakt. Als er geen aanleiding is om te gaan zingen, is er geen aanleiding. Punt.”

Zo heeft hij ook al moeten constateren dat diverse Disney-films ongeschikt zijn voor een musicalversie: „Bambi bijvoorbeeld. Daar zitten weliswaar een paar liedjes in, maar veel is het niet. Verder bestaat het hele script uit niet veel meer dan 900 woorden. Bambi gaat vooral over de prachtige achtergrondschilderingen van Tyrus Wong – en achtergrondschilderingen zingen niet.”

Zo zijn ook Lady and the Tramp („nota bene uit mijn favoriete Walt Disney-periode”), Pinocchio en Jungle Book vooralsnog afgevallen: „Interessante verhalen. Maar de goede manier om die te vertellen, hebben we nog niet gevonden.” Waarna hij over Frozen begint.