De Spaanse regering die er niet zal komen

Spanje

Nog voor premier Rajoy zijn minderheidsregering met de liberalen rond heeft, hebben de socialisten al gezegd geen steun te geven. Er is geen uitzicht op het doorbreken van de politieke impasse.

Demissionair premier Mariano Rajoy (links) en PSOE-leider Pedro Sánchez spreken op 2 augustus over de formatie. Fotografen worden weggestuurd. Susana Vera/Reuters

Spanje zit komende vrijdag 250 dagen zonder regering en zicht op het verbreken van de impasse is er niet. Sterker nog, de nieuwe poging van de conservatieve Partido Popular om een regeerakkoord te sluiten dat volgende week gesteund zal worden door een meerderheid in het parlement lijkt bij voorbaat gedoemd tot mislukken.

Terwijl de beoogd premier, Mariano Rajoy, nog onderhandelt met het liberale Ciudadanos van Albert Rivera, bereidt de socialistische partijleider Pedro Sánchez al een toespraak voor waarin hij een blokkade door zijn PSOE zal beargumenteren.

270616bui_verkiezingen

Sinds de parlementsverkiezingen van 20 december vorig jaar is het politieke landschap van Spanje dusdanig veranderd dat regeringsvorming een tantaluskwelling is geworden. Aan het oude tweepartijenstelsel, waarbij de conservatieve PP en de linkse PSOE elkaar decennialang afwisselden, kwam plots een einde. Nieuwe partijen als het radicaal-linkse Podemos en het gematigde Ciudadanos vestigden zich naast de oude rivalen, die aanzienlijk terrein verloren maar niet werden weggevaagd. De vier partijen stonden zover uiteen dat het vormen van een coalitie mislukte. Nieuwe verkiezingen op 26 juni veranderden daar weinig aan.

Een derde verkiezingsronde?

Alle partijen zijn het erover eens dat het voor de derde keer uitschrijven van verkiezingen absurd zou zijn. Die zouden op 25 december plaatsvinden. De Partido Popular (137 zetels) probeert ruim voor de Kerst een coalitie te smeden met Ciudadanos (32 zetels). Maar voor een meerderheid hebben ze 176 zetels nodig. Zonder gedoogsteun van aartsrivaal PSOE komt de PP simpelweg niet opnieuw aan de macht.

Rajoy en Sánchez, die de voorbije twee verkiezingen een zeer verbeten strijd met elkaar uitvochten, zijn op elkaar aangewezen. Een vrijwel onmogelijke situatie voor twee politici die in vrijwel alles elkaars tegenpolen zijn – politiek en persoonlijk. Sánchez schilderde Rajoy in een keihard verkiezingsdebat af als te „onbetrouwbaar” om te regeren – een verwijzing naar de talloze corruptie-zaken binnen de PP. Dat was tegen het zere been van Rajoy, die Sánchez „lafhartig” en „miserabel” noemde.

Sinds de verkiezingen van 20 december hebben Rajoy en Sánchez elkaar vier keer gesproken. Op 23 december zei Sánchez dat zijn partij tegen een nieuwe regering van de PP zou stemmen. Rajoy kon niet anders dan de formatieopdracht van koning Felipe VI weigeren. Op 12 februari kon hij zijn gram halen toen Sánchez hem om steun vroeg voor een kabinet van de PSOE en Ciudadanos. Tegen beter weten in liet Sánchez het aankomen op een stemming in het parlement.

Na de verkiezingen van 26 juni veranderden de verhoudingen nauwelijks. Opnieuw nam Rajoy het voortouw en opnieuw weigerde Sánchez deelname aan een regering met Rajoy als premier. Daarop zocht de PP-leider steun bij Ciudadanos. Ondanks de openlijke afwijzing van de PSOE nam hij eind juli wel de opdracht van de koning aan om te gaan formeren. Op 2 augustus bevestigde Sánchez wederom de afwijzing van zijn partij.

De kans dat Rajoy volgende week in het parlement een absolute meerderheid achter zijn regering krijgt, is verwaarloosbaar. Sánchez en de PSOE hebben geen haast. Ze zinspelen erop dat de regioverkiezingen in Galicië en Baskenland op 25 september en de behandeling van een aantal corruptiezaken waarbij PP-politici betrokken zijn, in het nadeel van Rajoy zullen uitvallen.

Rajoy heeft al aangegeven om, als het nodig is, begin oktober een tweede poging te wagen om een regering te vormen. Tot die tijd houdt Sánchez vast aan zijn ‘nee’. Het Belgische wereldrecord – 541 dagen zonder gekozen regering na de verkiezingen van 2010 – komt op die manier met de dag dichterbij.