De mooiste Oostblokmonsters

Nauwe verwanten

Bernard Hulsman bespreekt architectuurontwerpen die op elkaar lijken. Vandaag: Oostblokreuzen die mooi zijn van lelijkheid.

Paleis der Sovjets, waarmee Le Corbusier deelnam aan de prijsvraag voor een nieuw hoofdkwartier van de Sovjetstaat. Beeld Le Corbusier / The Charnel House

Heel lang was ‘Oostblok’ een synoniem voor lelijk. Wie over bijvoorbeeld een gebouw zei dat het ‘Oostblokarchitectuur’ was, bedoelde dat het grof en afzichtelijk was. Maar sinds een jaar of vijf is de Oost-Europese ‘socialistisch modernistische’ architectuur uit de jaren zeventig en tachtig in de mode. Om het half jaar verschijnt er wel een koffietafelboek vol foto’s van betonnen Oostblokreuzen die mooi zijn van lelijkheid. Een week of twee geleden plaatste Dezeen, het Britse webmagazine voor cultureel correcte design- en architectuur, een fotoserie van met sloop bedreigde betonkolossen in Polen en andere voormalige communistische landen. Doel van de serie is de monsters te redden, „hoewel ze worden geassocieerd met totalitaire regimes”, staat erbij als toelichting.

Een van de mooiste Oostblokmonsters in de fotoserie van Dezeen is de sporthal in de Roemeense stad Bacau uit 1975, ontworpen door Gheorghe Chira. Opvallendste onderdeel van de hal is de betonnen boog waaraan het dak van het gebouw is opgehangen.

Het kan niet anders of Chira is op het idee van zijn reuzenboog gekomen door het beroemde ontwerp voor het Paleis der Sovjets, waarmee Le Corbusier in 1931 deelnam aan de internationale prijsvraag die het regime van Stalin had uitgeschreven voor een nieuw hoofdkwartier van de Sovjetstaat. Door de gigantische boog waaraan het dak van de grote paleishal met stalen kabels zou worden bevestigd, waren kolommen in de zaal voor 15.000 toeschouwers overbodig.

Le Corbusier was de gedoodverfde winnaar van de prijsvraag. Omstreeks 1930 was hij kind aan huis in Stalins Rusland. Niet alleen was hij toen druk bezig met de bouw van een groot kantoorgebouw in Moskou, maar ook werkte hij aan plannen om de Russische hoofdstad op het Kremlin te veranderen in een park met woon- en kantoortorens.

Maar Stalin zag niets in Le Corbusiers plannen. Tot ontsteltenis van de vele Corbu-aanhangers in en buiten de Sovjet-Unie, bekroonde de jury in 1932 een art-deco-achtige toren die het hoogste gebouw ter wereld moest worden. Het ontwerp was een van de eerste proeven van socialistisch realisme en had een duidelijke boodschap: in de Sovjet-Unie was niet langer plaats voor Corbu en zijn modernisme. Pas jaren na de dood van Stalin in 1953 werd de ban op modernisme in de Oostbloklanden opgeheven en mochten architecten als Chira zich weer laten inspireren door Corbu’s werk.