Buitenlandse financiering moskee lastig te verbieden

Analyse Salafistisch centrum

Tweede Kamer stuit op botsende rechten.

Het kabinet moet een einde maken aan de buitenlandse financiering van moskeeën. Zo willen Tweede Kamerleden voorkomen dat Golfstaten het salafisme, een fundamentalistische versie van de islam, in Nederland verspreiden.

NRC berichtte woensdag over de aankoop van een schoolgebouw in Rotterdam door een liefdadigheidsinstelling uit Qatar. Salafisten vestigen er een lescentrum. Geldschieter Eid Charity is in het verleden in verband gebracht met terrorismefinanciering.

De aankoop van 1,7 miljoen euro met buitenlands geld volgt op gevallen waarin moskeeën geld krijgen uit landen als Qatar, Koeweit en Saoedi-Arabië. Kamerleden vrezen dat het salafisme zo meer invloed krijgt op de Nederlandse moslimgemeenschap. Volgens de AIVD kan de antidemocratische boodschap van sommige salafisten leiden tot radicalisering.

Rotterdamse politici, onder meer van grootste coalitiepartij Leefbaar Rotterdam, proberen de koop tegen te houden. Ook Kamerleden zijn bezorgd. Sadet Karabulut (SP): „Deze enge politieke ideologie, die niets opheeft met democratische waarden, wil onze kinderen hersenspoelen.” Pieter Heerma (CDA): „We willen voorkomen dat rare buitenlandse clubs in Nederland op deze manier invloed kopen om onze jongeren gevaarlijke denkbeelden op te leggen.”

Een Kamermeerderheid, inclusief VVD, bepleit het beperken van financiering voor moskeeën uit de Golfstaten. Het kabinet heeft een aangenomen motie daartoe echter niet uitgevoerd, aangezien financiering niet zomaar te verbieden is. Volgens de Grondwet moet eenieder gelijk behandeld worden. Als iemand uit Qatar geen pand in Nederland zou mogen kopen, maar iemand uit België wel, lijkt daar geen sprake van.

Zo’n verbod zeggen voorstanders dan, zou alleen voor gebedshuizen gelden. Maar dat zou weer neerkomen op inperking van het grondrecht van godsdienstvrijheid, zegt Sophie van Bijsterveld, hoogleraar religie, recht en samenleving en CDA-senator. Minister Asscher (Integratie, PvdA) zei in 2013 dat godsdienstvrijheid betekent dat de overheid zich „niet heeft te mengen in de samenstelling, inrichting, bekostiging of theologische koers van religieuze of levensbeschouwelijke organisaties”. In juli noemde hij de koop van het schoolpand in Rotterdam „legaal, maar ongewenst”.

De koop terugdraaien lijkt niet meer mogelijk. Rotterdamse politici willen het bestemmingsplan laten wijzigen, maar ervaring leert dat daar vlak na een verkoop heel zwaarwegende argumenten voor moeten zijn.

De ophef rond de financiering sterkt salafisten in hun idee dat zij ongelijk worden behandeld. „Het is een bevestiging van wat wij al dachten, namelijk dat de overheid probeert om de islamitische gemeenschap tegen te werken”, zegt Arnoud van Doorn, woordvoerder van stichting Al Nour, de koper van het schoolpand. „Onze voorkeur gaat ernaar uit om dingen in goed overleg te doen. Maar als wij tegen een gemeente zeggen: wij willen hier een initiatief beginnen, gaat onmiddellijk de deur voor ons dicht. Tja, dan word je eigenlijk gedwongen om het dan maar zelf te doen. Die islamitische centra komen er sowieso.”