Klimaatakkoord ‘Parijs’ was een succes, maar de doelen halen wordt bijna onmogelijk

Klimaatakkoord

De kans is groot dat het klimaatakkoord van Parijs al dit jaar in werking treedt. Beseffen de deelnemende landen wel hoeveel zij moeten doen om het echt te laten slagen?

Toeristen bij de Pastorurigletsjer in Peru. Op de foto rechts van het pad is te zien dat de ijsgrens in het verleden veel lager lag. De gletsjers zijn de watervoorziening voor delen van Peru. Foto Martin Mejia/AP

Deelnemers aan de klimaattop in Parijs zijn nog steeds beduusd van het succes. Dat ze afgelopen december met zo’n 190 landen hebben afgesproken om het uiterste van elkaar en van zichzelf te vragen, om gevaarlijke opwarming van de aarde te voorkomen, was een ongekende diplomatieke balanceeract. Nu, acht maanden later, is dat enthousiasme nog niet weggeëbd.

Maar bij veel wetenschappers leidden de afspraken uit het klimaatakkoord meteen al tot gefronste wenkbrauwen. Ze vragen zich af of het wel haalbaar is. Vooral het streven om de gemiddelde temperatuurstijging onder de anderhalve graad Celsius te houden (ten opzichte van de tijd voor de Industriële Revolutie). In hun enthousiasme beloofden de politici alles in het werk te stellen om die grens niet te passeren – en als dat niet helemaal lukt, om er zo dicht mogelijk bij in de buurt te blijven en zeker niet over de twee graden heen te gaan. Het was het opmerkelijkste resultaat van de klimaattop. We zitten nu tenslotte al op een stijging van ongeveer één graad.

Het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties, gaat onderzoeken wat moet gebeuren om de grens van anderhalve graad wel te halen. Een zware verantwoordelijkheid, zei de nieuwe voorzitter Hoesung Lee vorige week, toen het panel in Genève bijeenkwam om erover te praten. Het rapport moet beleidsmakers adviseren, maar mag niet te politiek zijn.

Kleine eilandstaatjes bedreigd

20160825_Klimaat2

Een belangrijk deel van het onderzoek wordt het bepalen van de gevolgen van het passeren van de grens van anderhalve graad. Die kunnen groot zijn. Allereerst voor de kleine eilandstaatjes, die grotendeels onder de zeespiegel dreigen te verdwijnen. Datzelfde geldt voor veel laaggelegen kuststeden. Verder zullen langere periodes van grote droogte optreden, komt er minder voorspelbaar weer. En de verwachting is dat op termijn de landbouwopbrengsten fors zullen dalen.

De toename van extreem weer lijkt voorlopig het zichtbaarste gevolg te zijn – een beetje zoals we dat dit jaar op veel plekken in de wereld hebben gezien.

Deze week nog publiceerde het Australische Climate Institute een rapport waarin staat dat meer dan anderhalve graad opwarming zal leiden tot veel meer extreme hittegolven in het land en dat twijfelachtig wordt of het Groot Barrièrerif de opwarming en de zeespiegelstijging overleeft.

Maar tegelijk constateren de wetenschappers dat de haalbaarheid gering is. Jelena Manajenkova, plaatsvervangend secretaris-generaal van de Wereld Meteorologische Organisatie, zei daarom vorige week in Genève dat ze „trots, maar ook een beetje bezorgd was” over het resultaat van Parijs.

Door Parijs denkt nu iedereen dat die anderhalve graad met een beetje extra inspanning haalbaar moet zijn, zei de Australische onderzoeker van klimaatextremen Andrew King tegen de website Carbonbrief. „Maar dat is domweg niet het geval.” Om een reële kans te maken (minimaal 50 procent) moet de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd binnen een decennium naar nul en daarna ‘negatief’ worden, dat wil zeggen dat er broeikasgassen uit de atmosfeer moeten worden gehaald. Dat kan door bomen te planten of met verschillende nieuwe technologieën. De meeste daarvan zijn echter nog in ontwikkeling en voorlopig schreeuwend duur.

Politici lijken zich daar tot nu toe weinig van aan te trekken. Hun enthousiasme over Parijs is nog net zo groot als in december – op een enkeling na. De Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump vindt het klimaatakkoord helemaal niks. Klimaatbeleid kost te veel banen en als hij president wordt, wil hij alle klimaatgerelateerde betalingen aan de VN stopzetten. Klimaatverandering is in de ogen van Trump sowieso onzin, een hoax bedacht door China om de Amerikaanse concurrentiepositie te verzwakken.

Ook de nieuwe Filippijnse president Duterte liet vorige week weten dat hij het klimaatakkoord niet zal ratificeren. In de Philippine Daily Inquirer sprak hij van een „stom” en „absurd” akkoord, een truc van de rijke landen bedoeld om de industriële ontwikkeling van arme landen aan banden te leggen. Het liefst had Duterte een buitenlandse ambassadeur die hem onlangs aan zijn klimaatverplichtingen herinnerde „een schop gegeven”.

Snelle ratificatie

Maar Trump en Duterte staan vrijwel alleen. De meeste landen hopen juist het momentum van Parijs vast te houden met een snelle ratificatie van het akkoord. China heeft dit voorjaar al gezegd nog voor de top van de G20 in Huangzhou, begin volgende maand, de formele goedkeuring te willen afronden. President Obama wil er in ieder geval voor zijn vertrek zijn handtekening onder hebben gezet.

Scheidend VN-chef Ban Ki-moon heeft op een speciale bijeenkomst tijdens de Algemene Vergadering van de VN in september, wereldleiders uitgenodigd te vertellen wanneer zij hun ratificatie denken te voltooien.

Daarmee groeit de kans dat het akkoord nog voor het einde van het jaar in werking treedt. Dat gebeurt als 55 landen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor ten minste 55 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen het hebben goedgekeurd. Vergelijk dat eens met het Kyoto-protocol uit 1997, dat meer dan zeven jaar moest wachten voordat genoeg landen het hadden geratificeerd.

De vraag is of politici nog steeds zo gretig zullen zijn als het IPCC in 2018 met zijn rapport komt en duidelijk wordt wat nodig is om hun beloftes waar te maken.