‘Nederland scoort slechtst bij doorstroom naar vast werk’

Dit zei D66-leider Alexander Pechtold in een persbericht over de arbeidsmarkt.

Foto ANP

De aanleiding

Het loopt uit de hand met de flexibilisering van de arbeidsmarkt, vindt D66. Er komen in Nederland wel veel tijdelijke banen en uitzendbanen bij, maar de vaste baan dreigt volgens D66 een museumstuk te worden.

Was het tijdelijke contract vroeger een opstap naar een vaste baan, nu is het dikwijls een eindstation, stelde de partij afgelopen weekend in een persbericht. D66-leider Pechtold zei: „Nergens in de westerse wereld is het verschil in regels tussen vaste en tijdelijke contracten zo groot als in Nederland. En nergens stromen zo weinig mensen met een tijdelijk contract door naar een vaste baan.” We checken het tweede deel van Pechtolds uitspraak, over de doorstroming.

Waar is het op gebaseerd?

In een notitie bij het persbericht verwijst D66 naar onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de denktank van geïndustrialiseerde landen. In de notitie staat een OESO-grafiek over het percentage werknemers met een tijdelijk contract dat tussen 2008 en 2011 doorstroomde naar een vaste baan, in 21 landen. Nederland scoort het slechtst. In een OESO-rapport over de Nederlandse economie uit maart, waar de grafiek uit komt, staan de precieze cijfers. 16,5 procent van de mensen met een tijdelijk contract in Nederland had na drie jaar een vaste baan. De data komen oorspronkelijk uit een OESO-studie uit 2014.

En, klopt het?

De gegevens zijn correct, maar vertellen niet het hele verhaal, zegt Alexander Hijzen, econoom bij de OESO. Ze gaan over de doorstroming van een tijdelijke baan naar een vaste én fulltime baan, zoals overigens ook in de D66-notitie staat. Maar mensen veranderen ook van tijdelijke banen naar vaste banen in deeltijd. „Een belangrijk verschil, juist in Nederland, waar veel parttime wordt gewerkt”, zegt econoom Hijzen.

Vaste deeltijdbanen zijn wél meegenomen in een vergelijkend OESO-onderzoek uit 2015. In dit recentere lijstje, ditmaal met dertien landen, eindigt Nederland niet als laatste. De OESO keek naar de kans op doorstroom van ‘tijdelijk’ naar ‘vast’ binnen één jaar en binnen drie jaar. In beide gevallen scoort Nederland slechter dan het OESO-gemiddelde, maar wel beter dan onder meer Spanje, Italië, Frankrijk en Polen.

Dat D66 dit recentere onderzoek niet noemt, is niet erg verbazend. De OESO koos ervoor om in het rapport over Nederland uit 2016, door D66 aangehaald, juist weer de oudere grafiek uit 2014 te gebruiken.

Maar er bestaat ook onderzoek van een ander instituut, waarin Nederland evenmin hekkensluiter is. De Europese Stichting tot Verbetering van de Levens- en Arbeidsomstandigheden, een EU-agentschap in Dublin, nam in een studie uit 2015 ook vaste deeltijdbanen mee.

Na één jaar (tussen 2011 en 2012) stapte 13 procent van de Nederlandse werknemers over van een tijdelijk naar een vast contract, volgens het EU-agentschap. Heel weinig, maar in Frankrijk was het nog minder. De doorstroming na drie jaar (tussen 2009 en 2012) was in Nederland 34 procent. Frankrijk, Griekenland en Spanje deden het nog slechter.

Conclusie

Pechtolds uitspraak dat „nergens in de westerse wereld” zo weinig mensen overstappen van een tijdelijk naar een vast contract is alleen correct op basis van één studie van de OESO. Daarin gaat het alleen over de doorstroming van tijdelijke naar vaste én fulltime contracten. In andere studies, van zowel OESO als EU, is ook de doorstroming naar vaste deeltijdcontracten verwerkt. Daarin presteert Nederland weliswaar ook slecht, maar is het geen hekkensluiter. Daarom beoordelen we de uitspraak als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt