Losersvlucht en boerkini

LOSERSVLUCHT. Terugkeren van een skivakantie met een gipsvlucht leek me al geen pretje, maar terugkeren van de Spelen met de losersvlucht lijkt mij een vernedering die nooit mag worden herhaald. Wie geselecteerd wordt voor de Olympische Spelen behoort tot de beste sporters van het land. Dat lukt alleen als je daar jarenlang hard voor hebt getraind – en er dus veel voor hebt gelaten. Dat is geen garantie voor een medaille, wereldwijd kunnen er nu eenmaal sporters zijn die nog beter zijn dan jij.

Maar de inspanning die je hebt geleverd vraagt hoe dan ook om een beloning, niet om een verplichte eerdere terugreis omdat jouw verlies wellicht een negatieve invloed zou kunnen hebben op sporters die nog moeten presteren. Het omgekeerde kan ook waar zijn: dat sporters die nog moeten presteren zich extra laten motiveren door het verlies van collega-sporters.

Genadeloos woord: losersvlucht, echt een heel nare frame, zoals dat tegenwoordig heet. Elke sporter vindt het vervelend om te verliezen, maar dat maakt je natuurlijk nog geen loser – een woord dat allerlei andere negatieve associaties oproept. Voor de deelnemers van de Paralympische Spelen komt er geen losersvlucht – dat zegt al genoeg. Samen uit, samen thuis lijkt mij bij uitstrek een olympisch uitgangspunt.

COMMENTAAR. Wat ik misschien wel het leukste van de Olympische Spelen vond, was het deskundige en enthousiaste commentaar dat ik heb gehoord van met name sportsters. Zo zag ik onder meer Lucia Rijker commentaar leveren op de boksprestaties van Nouchka Fontijn en Fatima Moreira de Melo op de finale van het dameshockey.

Ik kijk niet vaak naar sport, maar zie weleens voetbalwedstrijden en die worden vrijwel altijd van commentaar voorzien door enigszins zure of juist veel te joviale mannen van gevorderde leeftijd. Zij weten alles beter en steken dat niet onder stoelen of banken.

Nee, dan het commentaar van onder meer Lucia Rijker en Fatima Moreira de Melo. Deskundig zonder betweterig te worden en zó betrokken dat Rijker ging meeboksen in de NOS-studio – stootcombinaties in de lucht – en dat Moreira de Melo meehuilde met de vrouwen die de finale verloren. Ik vond het een verademing.

BOURKINI. Ik kom er niet onderuit: de bourkini. Of, zoals Van Dale het spelt: de boerkini. Dit woord is ontstaan door boerka en bikini samen te trekken.

De eerste bikini was ontworpen door Louis Réard (1897-1984) en werd op 5 juli 1946 door Micheline Bernardine getoond op een modeshow in het Molitor-zwembad te Parijs. Vier dagen daarvoor hadden de Amerikanen een atoombom tot ontploffing gebracht bij het atol Bikini in de Stille Zuidzee. Die ontploffing was van tevoren aangekondigd en wereldnieuws.

Waarom Réard zijn badpak bikini noemde is niet met zekerheid bekend. Dat bi in het Latijn ‘twee’ betekent zal hem goed van pas zijn gekomen en waarschijnlijk ging hij ervan uit dat het tweedelige badpak zou inslaan als een bom. Dat was ook zo: over de bikini is indertijd veel meer ophef geweest dan over de boerkini nu. Ook in Nederland. Zo gaf het gemeentebestuur van Raalte (Overijssel) pas in 1965 toestemming om in het zwembad een bikini te dragen; daarvoor heerste daar een bikiniverbod, een voorloper van het boerka- en het boerkiniverbod.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks over taal. Twitter: @ewoudsanders