Klein

Afgelopen weekend was ik weer eens goed aan de snik dankzij mijn verticale beperking. Ik stond bij een concert en dan is het toch altijd weer een kwestie van tijd voor er een knotwilg van een vent voor je komt staan om je zicht te blokkeren.

ellendeckwitz0
De knotwilg in kwestie zat onder de doodshoofdtattoeages en droeg een T-Shirt met het tourschema van een band uit ’83. Je onderhandelt met jezelf, denkt ‘ik kwam voor de muziek, niet voor het zicht’ maar zo’n laag botten, spieren en welvaartsvet zorgt toch voor een geluidswal waavoor ze langs de A1 hun handen zouden dichtknijpen.

Mijn moeder, van wie ik die afwijking hebt, zegt dat er ook voordelen aan zitten. Je eet minder omdat je niet bij alle keukenkastjes kunt. Je hebt weinig been te scheren. En als je wilt dat niemand je ziet, ziet niemand je. We waren haar laatst op een familiefeest uren kwijt. Bleek dat ze achter een krukje stond.

Met elke vezel in me heb ik net de een meter 65 gehaald wat prima zou zijn geweest als ik in Thailand woonde. Het is een gek moment waarop je je realiseert dat je je maximale lengte hebt bereikt. Als kind was ik natuurlijk ook al mini, maar dan heb je nog al je zinnen gezet op de groeispurtprofetie. Dan denk je nog dat je foetale omvang maar voor even is. Toen ik op mijn 21e nog steeds even klein was als mijn moeder, knapte er wel iets. Een leven lang op mijn tenen staan, ellebogen ontwijken en als schattig worden bestempeld. Mijn moeder probeerde me te troosten door te zeggen dat de kleine mensen in onze familie stokoud worden. Toen werd ik al helemaal levensmoe: dan ben je al van bonsai-omvang, en moet je daar ook nog eens decennia lang onder gebukt gaan.

Toen ik dit weekend dus bij een concert stond en die XL gast mijn zicht blokkeerde, probeerde ik mezelf te troosten. ‘Teleurstelling is de tuin der compassie’ schreef de soefi-mysticus Rumi. Mijn compassie had inmiddels de omvang van een oerwoud. Toen deed de zanger getuige het gejuich iets spectaculairs dat ik niet kon zien en had ik er genoeg van. Ik tikte de man voor me op zijn schouderblad. Net op dat moment kwamen er twee nog grotere mannen voor hem staan. De knotwilg draaide zich naar me om, wees naar de tweeling sequoia’s voor hem en trok een sip gezicht. Ik trok een sip gezicht terug. De rest van het concert kreeg ik niet meer mee, omdat ik tegelijkertijd juichte en weende om iets, ik weet niet wat, maar het was gerechtvaardigd.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.