‘Ik kan niet alleen naar schoonheid kijken’

Interview Beeldende kunst

Lennart Booij begon zijn loopbaan bij de PvdA, nu is hij conservator bij het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Lennart Booij bij de noodwoning voor een aardbevingsgebied. Foto Olivier Middendorp

Een noodwoning voor het aardbevingsgebied in Haïti is het pronkstuk van de tentoonstelling Dream Out Loud, Designing for tomorrow’s demands in het Stedelijk Museum Amsterdam. Het door Pieter Stoutjesdijk ontworpen huis is een product van de digitale revolutie. Een computergestuurde freesmachine en plaatmateriaal van landbouwafval, meer is niet nodig om de 2.484 onderdelen te maken. Zonder spijkers en schroeven kan de noodwoning daarna in elkaar worden geschoven.

Stoutjesdijk, oud-student van de TU Delft, is een van de 26 ontwerpers waarvan werk is geselecteerd voor de gemeentelijke kunstaankopen, de tweejaarlijkse traditie in het Stedelijk, die dit keer in het teken van hedendaagse vormgeving staat en waarvoor zo’n vierhonderd ontwerpers werk inzonden.

Het is een opmerkelijk homogene tentoonstelling, de eerste onder leiding van Lennart Booij (45), de nieuwe conservator toegepaste kunst en vormgeving van het Stedelijk. In de jaren negentig werd Booij bekend door zijn politieke activiteiten voor de PvdA en de vernieuwingsbeweging Niet Nix, later was hij mede-oprichter van het campagnebureau BKB. Drie jaar geleden promoveerde hij op de Franse glaskunstenaar René Lalique en werd hij kunsthandelaar.

‘Dream Out Loud’ is een geëngageerde tentoonstelling met vele voorstellen voor een betere wereld: van een vleesvervanger en een zeestofzuiger om de plastic soep te bestrijden, tot meubels van gerecyclede kunststof. Volgens Booij weerspiegelt de tentoonstelling de belangrijkste vormgevingstrend van de afgelopen jaren. Een nieuwe lichting ontwerpers, zegt hij, heeft afscheid genomen van het Dutch Design met een knipoog. „De houding van deze ontwerpers is serieuzer geworden. Ze denken meer na over maatschappelijke impact en over hun verantwoordelijkheid wat betreft materiaalgebruik en productieprocessen.”

Twee jaar geleden kreeg het Stedelijk een hoop kritiek vanwege de tentoonstelling van Marcel Wanders, de hotelinrichter. Is dit een inhaalslag?

„Dat woord zal ik niet in de mond nemen. Wanders staat voor een tijd waarin Dutch Design de wereld veroverde. Toen ontstond een soort euforie: alles wat Nederlandse ontwerpers aanraakten kon in goud veranderen. In dat tijdvak heeft die tentoonstelling een goede rol gespeeld. Nu staat een nieuwe generatie op die meer nadruk legt op maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

Sluit dat aan bij de tijdgeest?

„Vormgeving eist een steeds belangrijker plek op in het maatschappelijke domein. Steeds vaker wordt iets als een vormgevingsvraagstuk gezien. Hoe massa’s zich verplaatsen, biologische ontwikkelingen in een laboratorium, de manier waarop merken zich willen presenteren.”

Drie jaar geleden zei u in een interview dat u te maatschappelijk georiënteerd was om in de kunst te vluchten. Is er wat veranderd in uw leven?

„Niet zo veel. Dit is denk ik een vrij maatschappelijke tentoonstelling. Toen ik drie jaar geleden op Lalique promoveerde, heb ik in mijn dissertatie duidelijk de link met de sociologie gelegd: wie waren de kopers, wat voor betekenis had dat soort vormgeving op de massa-industrie. Ik zou nooit alleen maar naar de schoonheid van objecten kunnen kijken.

„Voor mensen die me goed kennen komt deze stap niet als een verrassing. Vanaf mijn veertiende jaar verzamel ik al Gispen-stoelen en glas van Copier. Maar of ik als conservator mijn pensioen haal? In zo’n museum werken is een enorm voorrecht. Maar voor iemand die bijna altijd zelfstandig ondernemer was, is het wel wennen om in zo’n grote bureaucratische instelling een plek te hebben.”

Welke kwaliteiten uit uw vorige leven hoopt u in te brengen in de museumwereld?

„Ik heb vaak verschillende domeinen met elkaar verbonden. Het zou mooi zijn als dat in het museum ook lukt. Commercieel bewustzijn en toegankelijkheid kan ik ook inbrengen. Een museum is een openbare ruimte, van ons allemaal. Dat vind ik belangrijk.”

Welke expositie zou u graag maken?

„Een tentoonstelling over vormgeving en geweld. Een actueel thema, dat kan leiden tot een tentoonstelling waarbij vormgeving, beeldende kunst, fotografie en grafische kunst mooi samenvallen. Een kalasjnikov is ook ontworpen.”

Dream Out Loud is t/m 1 jan. te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam. In het museumauditorium is zaterdag van 16.00-17.30 uur een debat over de tentoonstelling.