‘Ik dacht lollig te zijn’, zegt man die Vermeer-pop ophing

Rechtszaak

Tachtig uur werkstraf eist het OM tegen de man die op 7 februari een pop van Feyenoord-keeper Kenneth Vermeer aan een strop hing.

„Nou, hier zit u dan. Wat vindt u daarvan?” De drie rechters kijken de verdachte streng aan.

„Niet prettig natuurlijk”, zegt Ferdi T., rechtop tegen zijn rugleuning gedrukt.

„Terecht?”

„Eh... eh... ja...”

„U zegt het aarzelend.”

„Ja.”

„Wat is er gebeurd?”

„Er is een pop over de reling gegaan, dat is er gebeurd.”

Een bruine opblaaspop met een wit T-shirt aan. Met op de rug de tekst ‘Vermeer 1’, en op de buik ‘NSB’. De pop hing over de reling van de Amsterdam Arena toen op 7 februari dit jaar de wedstrijd Ajax-Feyenoord begon. Feyenoordkeeper Kenneth Vermeer, die eerst bij Ajax speelde, liep vanuit de spelerstunnel het veld op en zag zichzelf daar bungelen over de tweede ring van Vak 410, het zogenoemde sfeervak, met een touw om zijn nek. Alsof het een strop was. Hij voelde zich gekrenkt en deed aangifte van bedreiging.

Op de camerabeelden blijkt dat Ajax-supporter Ferdi T., een 26-jarige gasfitter uit Wageningen, de pop over de reling had gehangen. In een zitting voor de meervoudige kamer in Amsterdam eiste het Openbaar Ministerie vanmorgen 80 uur werkstraf en een stadionverbod voor drie jaar wegens belediging en bedreiging met de dood.

„Hoe kwam die pop daar?” vraagt de rechter.

„Dat weet ik niet.”

„Dus u ziet daar opééns die pop liggen in het vak?”

„Ik zag ’m liggen.”

„Enig idee wie hem heeft meegenomen?”

„Nee, geen idee.”

„Er was niemand die zei, toen u ’m pakte: blijf van m’n pop af?”

„Nee.”

„Apart.”

„Ik dacht daar lollig mee te zijn.”

„Die pop had een touw om zijn nek...”

„Ja, om hem mee vast te houden. Dat er ‘NSB’ op stond heb ik niet gezien.”

„En daar bungelt dan meneer Vermeer.” De rechter zucht diep. „Ik snap niet wat daar zo lollig aan is.” Ferdi T. neemt een slokje water, een lichte trilling in zijn hand.

De zaak is uitzonderlijk. Beledigingen zijn er altijd wel in een voetbalstadion, ook racistische. Maar krijg daders maar eens voor de rechter. Een heel stadion vervolgen dat ‘Bommen op Rotterdam’ roept, dat is onbegonnen werk. En met camerabeelden individuele supporters opsporen die iets racistisch roepen op de tribune is lastig, zegt de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Theo Hofstee, portefeuillehouder voetbalzaken bij het OM. Ditmaal is wel duidelijk wie de delictpleger is geweest: iemand die een pop over de reling hing. Bovendien deed Kenneth Vermeer aangifte, noodzakelijk bij belediging. „En zomaar een spreekkoor oké, maar dit was echt discriminatoir”, zegt Hofstee.

Ferdi T. had Kenneth Vermeer heus niets willen aandoen, verklaart hij in de rechtbank. En toen hij tijdens de wedstrijd door vrienden werd gebeld – de pop leidde tot veel beroering op sociale media – haalde hij ’m weer naar boven. Het incident haalde CNN, en op straat in Wageningen, „een klein stadje”, wordt hij nog altijd wel eens aangesproken op zijn actie.

Maar meer dan een eenvoudige beledigingszaak is dit in feite niet, zegt Hofstee. Liever handelt hij zulke zaken af met snelrecht, dan is de maatschappelijke commotie minder en daarmee ook de gevolgen voor de verdachte. Maar ditmaal was snelrecht om technische en praktische redenen niet handig en ging de zaak naar de meervoudige kamer, in een grote zaal met drie rechters. „Je moet daar geen statement in zien”, zegt Hofstee.

Ferdi T. heeft spijt betuigd. Hij heeft een strafblad, voor 2012 had hij een aantal geweldsdelicten gepleegd. Ook heeft hij beide ouders verloren. Maar volgens zijn werkgever is hij een harde werker en zet hij altijd de schouders eronder. Zijn jongere broer, met wie hij samenwoont, noemde de actie „dom en onbegrijpelijk”. Die zei volgens de rechter: „We hebben in onze opvoeding geleerd eerst na te denken voordat je doet.”

Over twee weken doet de rechtbank uitspraak.