‘Hoe de liefde in stand te houden?’

Reportage Theater Oostpool

‘Demonen’ van Lars Norén is een heftig huwelijksdrama. Hoofdrolspeler Daan Schuurmans ziet hoop en liefde: „Soms moet het heel donker zijn om te weten dat er licht is.”

Daan Schuurmans Foto Krista van der Niet Onder: repetitie van Demonen Foto’s Leo van Velzen ©

Nu bestaat het hellend vlak van de speelvloer nog uit aan elkaar getimmerde houten schotten, straks glanst er plexiglas. „Dan is dit decor net een gestolde traan”, zegt acteur Daan Schuurmans. Met Kirsten Mulder en twee andere acteurs van Toneelgroep Oostpool uit Arnhem repeteert hij aan het huiskamerdrama Demonen (1984) van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén (1944). Volgens film- en toneelacteur Schuurmans houdt Norén van glas „als symbool van verdriet, van huilen”.

Voor regisseur Marcus Azzini is het repetitielokaal als een „veilige zone waarin acteurs en regisseur het toneelstuk en elkaars spel ontdekken”. Eerst lezen ze aan tafel het stuk, woord voor woord, zin na zin. Daarna gaan ze de vloer op. Van elk woord proberen ze de verscholen betekenis te achterhalen. „Maar ook”, zoals Azzini het uitdrukt, „met welke kleur en intentie een acteur de woorden zegt en tot wie hij of zij zich richt.”

Het lokaal van Oostpool is een zwarte, donkere ruimte. Alleen door een enkel hoog venster valt licht binnen.

Op dit ogenblik repeteren in Nederland tal van theatergezelschappen aan voorstellingen voor later in dit seizoen. Ze hebben zich teruggetrokken in gesloten lokalen waar nauwelijks of geen buitenstaanders komen. „Een repetitiekot”, citeert Azzini met instemming schrijfster Griet Op de Beeck. Als de spelers het tempo te hoog opvoeren, zegt hij: „We hoeven geen trein te halen, de première is pas op 8 oktober.” En: „Soms gebeuren in dit kot de mooiste dingen, die nooit een voorstelling zullen halen.”

Repeteren is ook de eigen gedachten de vrije loop laten. Actrice Kirsten Mulder, tegenspeelster van Schuurmans, brengt de twee bankjes in herinnering waarop de vier acteurs zaten bij het allereerste begin. Mulder: „We vormen een soort kwartet, een klein universum. Maar op die vloer staan we vaak ver van elkaar. Om de liefde te benadrukken zijn we eerst twee aan twee op een bank gaan zitten, dicht bijeen. Als om te benadrukken dat de echtparen om wie het draait echt bij elkaar horen. Geen toeschouwer krijgt de scène op dit bankje ooit te zien, toch geeft het steun aan onze interpretatie.”

Demonen speelt zich af in een smaakvol appartement ergens in Zweden, in het begin van de jaren tachtig. Tomas (Rick Paul van Mulligen) en Jenna (Mariana Aparicio Torres) gaan op bezoek bij hun buren: Frank, gespeeld door Schuurmans, en Katarina, vertolkt door Mulder. De aanvankelijk ongedwongen sfeer van de borrel ontaardt in een helse liefdesstrijd, geïnspireerd door het grootste huwelijksdrama aller tijden, Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1962) van Edward Albee.

Hoop op een kind

Toch bestaat er voor Schuurmans een groot verschil. Na afloop van de repetitie zegt hij: „George en Martha zullen voor altijd kinderloos blijven, maar Frank en Katarina kunnen nog een kind krijgen. Hun toekomst ligt open. Ze zijn per slot eind dertig. Dat Tomas en Jenna ouders zijn van een jongen en meisje is een van de demonen die de liefde tussen Frank en Katarina bedreigen. Toch koesteren wij de hoop op een leven met een kind, ondanks de wrijving en zelfs afkeer. Dat moet ook wel: als spelers geven we niet op, we gaan die strijd aan uit liefde. Om juist bij elkaar te blijven. De titel Demonen suggereert heftige emoties en dat is ook zo. Maar liefde en haat, wanhoop en hoop hebben elkaar nodig. Soms moet het heel donker zijn om te weten dat er licht is.”

Ook Azzini benadrukt dat Demonen „een toneelspel is over liefde, zorg en aandacht. Norén werkt welbewust met harde tegenstellingen. In elke scène en soms in een enkele zin gaat het over liefde en ook destructie, woede en tederheid. Het is opvallend hoe vaak de personages tegen elkaar zeggen van elkaar te houden. Zo’n bekentenis krijgt vaak een negatieve ondertoon, zoals in een zin als deze: ‘Ik houd van je, ik kan niet zonder je leven. Maar ik vind je niet aardig.’ Dat is twee keer zacht en een keer hard. Iedereen wil in zijn leven die ene grote liefde vinden. Maar is die liefde eenmaal gevonden, zoals tussen de stellen in Demonen, dan is het zaak die liefde te behouden. Dat is misschien wel het allermoeilijkst.”

Op de werktafel in de repetitieruimte liggen Nederlandse en Engelse vertalingen van het werk van Norén. Plus het vuistdikke script. Norén geeft uitvoerige en precieze regieaanwijzingen over decor, interieur, lichtval, stemming van de personages, hoe ze zich bewegen en wat ze doen. Hij behoort tot schrijvers die psychologisch realisme nastreven, maar de acteurs houden de tekst liever concreet en strak, zonder alle emoties prijs te geven. Over de Katarina van Kirsten Mulder noteert Norén: „Ze maakt de indruk zich in haar eigen wereld te bevinden en in die wereld huilt ze.”

Het staat er meteen al, op de eerste bladzijde: ‘huilen’. „Het is spannend hoe we dit gaan vormgeven”, overweegt Mulder. „Misschien laat ik ook wel de zachtheid van Katarina zien. Norén schreef het stuk ruim dertig jaar geleden. In die tijd toonde het theater veel meer dan nu de hevige gevoelens en diepere drijfveren van de personages. Demonen was zo’n stuk dat extreem beladen werd gespeeld. Dat is nu anders. Het wonder van dit stuk is, nu, in deze tijd, dat helder en concreet spel toch grote emoties kan oproepen. Soms zit dat niet in woorden, maar in beweging of stilte.”