Griend moet stoppen met verdwijnen

Wadden

Natuurmonumenten herstelt Griend, een van de weinige ‘echte’ Waddeneilanden. Kan het vogeleiland straks voor zichzelf zorgen?

Foto Rien Zilvold

De „mooiste werkplek ter wereld”, noemt Willem Miedema het waddeneiland Griend. De projectleider bij Natuurmonumenten is niet altijd nodig op het eiland waarvan hij de herstelwerkzaamheden leidt, maar hij probeert er toch zo vaak mogelijk te zijn. En dat terwijl het niet makkelijk is om er te komen: ’s ochtends een half uur varen, overstappen op een kleiner bootje, en dan honderden meters tot je middel door de Waddenzee waden. Elke keer weer spannend, want het tij is nooit hetzelfde. „Maar het is een leuke afwisseling op het vele kantoorwerk”, glundert Miedema.

Miedema probeert er met zijn team voor te zorgen dat Griend stopt met verdwijnen. Sinds de Afsluitdijk de Zuiderzee afsloot, is het waterpeil in de Waddenzee met twintig tot dertig centimeter gestegen. Vogelparadijs Griend, in beheer bij Natuurmonumenten, dreigt daardoor van de kaart te worden geveegd. Deze zomer probeert Natuurmonumenten daar samen met Rijkswaterstaat en Boskalis een stokje voor te steken door het eiland te versterken.

250816BIN_griend

Erg bekend is Griend niet. Toch hebben velen het eiland gezien: wie op de boot tussen Harlingen en Vlieland of Terschelling zit, kan het niet missen. De onervaren Waddenreiziger zou zelfs kunnen denken na een half uurtje al de eindbestemming te naderen: witte stranden, heuveltjes en helmgras doemen op. Zelfs twee torentjes zijn te onderscheiden.

Onbewoond en roofdiervrij

Maar op Griend wonen, afgezien van twee vogelwachten, alleen maar vogels. Vooral de grote stern is van oorsprong kind aan huis op het eiland.

Boswachter van Natuurmonumenten Erik Jansen: „Ze broeden er al zeker honderd jaar. Eerst zaten ze op Rottumeroog, maar dat werd vanwege de Eerste Wereldoorlog gemilitariseerd.” Niet ideaal voor de vogels, die hun toevlucht zochten tot een ander oord in de Waddenzee en zo op het voedselrijke, onbewoonde en roofdiervrije Griend terechtkwamen. „Het beloofde land”, grapt Jansen.

Het eiland wordt nu voor de vogels – naast de grote stern zijn er nog vele andere soorten – verstevigd. Eerder deed Natuurmonumenten dat al in 1957 en 1988, maar het blijkt opnieuw nodig. Het eiland overlaten aan de natuur vindt de vereniging niks. „Door menselijk ingrijpen is de situatie nu juist hoe hij is”, vertelt medewerker Alje Zandt. „Bovendien is er echt nergens in Nederland zo’n grote vogelkolonie als hier.”

Lees ook over de drukte op Texel: ‘Texel is toch het vlotte eiland van de Wadden’

De kosten van de onderneming bedragen zo’n 2 miljoen euro. Het meeste geld hiervoor komt van de provincie Friesland en Rijkswaterstaat. Natuurmonumenten zelf doet voor 200.000 euro mee en vroeg zijn leden om mee te betalen. „We hebben niet alle 650.000 leden benaderd”, vertelt Zandt. „Maar we kregen veertienduizend reacties. We doen wel vaker dat soort acties, maar deze respons was echt hoog. Je merkt dat de Waddenzee leeft bij mensen, overal in het land.”

Een eigen zandmotor

Dus gaat er nu elke dag – nadat het team naar het eiland is gewaad – een groep bulldozers aan de slag met zand uit de vaargeul dat op de westerhelft van het eiland wordt gestort. Zo krijgt het eiland zijn eigen zandmotor, net als bij Scheveningen: de stroming verspreidt het zand langs de kust, die daarmee wordt verstevigd. Tegelijkertijd wordt een nieuwe toegang tot de kwelder gegraven, die door de getijdenwerking verder kan aanslibben en hoger worden.

De bedrijvigheid op het eiland is goed zichtbaar. Enkele grote CAT-trucks rijden af en aan met zand en storten het op verschillende plekken.

Een buis van enkele kilometers lang vervoert het gebaggerde zand van de zeebodem naar het strand. Per uur wordt zo de inhoud van vijftig vrachtwagens op het droge gesproeid. De geur van sulfaat, dat vaak meekomt bij grondwerkzaamheden, hangt in de lucht.

Lees ook Op een wandelend eiland, over de landschappelijke veranderingen op Rottumerplaat

Is deze drukte niet erg verstorend voor de vogelpopulatie? Alje Zandt van Natuurmonumenten: „Natuurlijk wil je het eigenlijk liever niet. Maar we letten goed op dat we niet te dicht bij de zandgebieden met vogels komen. Met palen is gemarkeerd waar de medewerkers mogen komen. Ze kunnen in de pauze echt niet zomaar een ommetje maken.”

Het gedrag van de vogels lijkt zijn woorden te bevestigen: duizenden zitten te midden van de werkzaamheden op de stranden van het eiland, de trucks negerend.

Het herstelwerk wordt meteen aangegrepen om meer studie te maken van het eiland. „Eigenlijk is Griend een van de weinige echte Waddeneilanden”, vertelt Laura Govers, leider van het onderzoeksteam dat de Nijmeegse Radboud Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen hiervoor hebben gevormd. „Het ligt niet voor de helft aan de Noordzee, zoals de meeste andere eilanden. We vragen ons af of dat soort eilanden misschien een andere dynamiek hebben en zich anders ‘bewegen’ door de Waddenzee.”

Het team gaat ook onderzoeken wat de precieze effecten zijn van de maatregelen die nu worden uitgevoerd. De hoop van Natuurmonumenten is dat Griend hierna op eigen kracht verder kan – zonder dat om de paar decennia ingrijpen nodig is.

Jansen: „Het is natuurlijk leuk als de generaties na ons ook nog iets te doen hebben. Maar we hopen dat het eiland nu weer zelfstandig met zeven meter per jaar en zonder kleiner te worden gaat ‘wandelen’ naar het zuidoosten, zoals het vroeger ook deed.”