Klets eens minimaal een uur met een vluchteling

Vluchten NRC-redacteur Maral Noshad Sharifi vluchtte uit Iran. Voor haar documentaire Lieve Buren, donderdag te zien op NPO3, onderzocht ze of de liefdevolle ontvangst die zij in 1993 ervoer, nog voorkomt.

Foto Karijn Kakebeeke

Het verhaal hoorde ik afgelopen nieuwjaarsnacht voor het eerst. Mijn oom en ik waren op het Thaise eiland Ko Pha Ngan, op weg naar een fullmoonparty, dat is een strandfeest voor de westerse jeugd met glitters, neonverf, en veren. Onderweg in de taxi, toen we al vrolijk aangeschoten waren, vertelde mijn oom, die drie jaar ouder is dan ik, over iets dat had plaatsgevonden tijdens Iraans Nieuwjaar, in 1993. Dat jaar woonden we beiden nog in Teheran.

Mijn oom, die toen zeven jaar was, had twee kuikentjes gekregen die met verf waren bespoten: een paarse en een groene. We waren in die tijd beste vriendjes. Hij rende trots naar mijn oude huis om de kuikentjes aan mij te laten zien, we zouden er samen mee kunnen spelen.

Toen mijn vader opendeed en hem vertelde dat mijn moeder en ik niet thuis waren, liep mijn oom teleurgesteld naar huis. Opgeven deed hij niet. Twee uur later kwam hij weer langs met zijn kuikentjes maar we waren nog steeds niet thuis en drie dagen later, toen hij weer met gepiep uit zijn handjes voor de deur stond, nog niet. Hij was verbaasd dat wij zo lang buiten de stad waren. Tot mijn vader een paar dagen daarna huilend in mijn oma’s woonkamer stond om mijn familie te vertellen dat mijn moeder was vertrokken uit Iran, voorgoed, ze had mij meegenomen. Hij had zijn best gedaan haar tegen te houden maar haar geduld was op. Die dag veranderde voor mijn familie in een groot jankfestijn, zegt mijn oom. Ze maakten zich zorgen: mijn moeder was op dat moment 29 jaar oud en zwanger van mijn broertje.

Lees ook Geef iedere vluchteling een Bianca, over Marals buurvrouw in Moerkapelle

Achtergebleven verhalen

Ik hoorde dit verhaal over de kuikentjes dus pas in december, op mijn 26ste – 22 jaar na ons vertrek uit Iran. Het is een voorbeeld van een verhaal dat ik nog niet kende over mijn verleden. Zo zijn er veel meer. Vluchtelingen hebben logischerwijs veel achtergebleven verhalen die ze misschien nooit zullen horen. En andersom ook: vanaf het moment dat vluchtelingen vertrekken tot – als ze geluk hebben – hun aankomst, gebeuren er dingen die de achterblijvers nooit zullen weten. En dan zijn er nog de mensen die het onderweg niet redden – daar hoor je meestal niets over.

Als er in het Westen iets verschrikkelijks gebeurt, neem een aanslag, kunnen de slachtoffers altijd worden herdacht. Je ziet foto’s en leest verhalen van nabestaanden. Je weet wat hun laatste WhatsApp-gesprek was, en krijgt een beeld van hoe hun leven eruitzag voor hun dood: studeerde aan die universiteit, werkte in dat restaurant, liep daar en daar stage. Het geeft je kippenvel, het ontroert je, je voelt dat hun onrecht is aangedaan.

Als er een boot met vluchtelingen kapseist, blijft het meestal bij een nieuwsbericht. Een voorbeeld uit deze krant: „Voor de Libische kust is donderdag een boot met vluchtelingen gekapseisd. Volgens de Italiaanse kustwacht zijn daarbij twintig mensen om het leven gekomen en werden 88 mensen uit het water gered. Woensdag sloeg een houten vissersboot om in het Kanaal van Sicilië met aan boord vijfhonderd mensen. Van hen worden er volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) nog altijd honderd vermist.”

Er zijn op dit moment koelcellen vol met op elkaar gestapelde lichamen van verdronken vluchtelingen die nooit geïdentificeerd zijn. De achterblijvers weten niet dat ze daar liggen. De eerste zes maanden van dit jaar zijn er 2.899 vluchtelingen gestorven op zee, in 2015 zijn 2.770 mensen doodgegaan, en een jaar eerder 3.279 mensen.

De laatste tijd, eigenlijk sinds het begin van deze humanitaire crisis, ben ik me meer gaan identificeren met mijn vluchtelingenachtergrond – en ik weet dat dit voor meer Nederlandse vluchtelingen geldt. Ook al is de kans groter dat ik op een terras zit in Parijs dan op een gammel bootje uit Nederland moet vluchten; een kapseizende boot komt bij mij harder binnen dan een aanslag. Duizenden mensen van wie we nooit zullen weten hoe hun glimlach eruitzag en wat hun dromen waren.

Ook weet ik: ik had een van hen kunnen zijn.

Daarom doet het misschien ook meer pijn als ik de heftige reacties zie op de komst van vluchtelingen in Nederland en elders. Als je weet welke risico’s mensen nemen om die vrijheid en veiligheid te proeven waar wij iedere dag gratis mee wakker worden, dan is het moeilijk te bevatten dat die geluksvogels, sommige Nederlanders dus, vluchtelingen met gebalde vuisten en spandoeken staan op te wachten. En dat sommige vinden dat er een piemel moet in degene die zich wel bewust is van z’n bevoorrechte positie in deze wereld.

Al staan zij natuurlijk tegenover een veel grotere groep mensen die vluchtelingen wél met open armen ontvangen.

Toen ik de kans kreeg om een film te maken wist ik dat het over de ontvangst van vluchtelingen in Nederland moest gaan. Ik wilde weten of die liefdevolle ontvangst die mijn moeder en ik ervoeren in 1993, anno 2016 – na Verdonk en Wilders en de varkenskoppen – nog zou bestaan. Mijn hypothese was: ja! Ik geloof dat al die boze mensen eigenlijk om iets anders bang zijn. Na de aanrandingen in Keulen en de aanslagen van de afgelopen zomer in Duitsland valt hun vluchtelingenangst wellicht beter te begrijpen. Maar nog steeds niet helemaal.

Iemand die ik ken schreef op Facebook dat de stelling, hoe meer vluchtelingen hoe groter de kans op terreur klopt als een bus. Evenals de uitspraak: hoe meer dagen je werkt, des te groter de kans op ontslag, of hoe meer seks je hebt, hoe groter de kans op ziektes. Moet je minder seks hebben?

Leg zelf ook eens een nieuw contact

Als je angstig bent voor vluchtelingen omdat je er persoonlijk een vervelende ervaring mee hebt gehad, dan is dat gevoel gegrond. Maar als je angstig bent zonder er ooit een te hebben ontmoet dan kan dat gevoel ook weer snel weggaan. In Oss stonden een paar maanden terug wat buurtbewoners fel te demonstreren voor een huis waar de familie Hassan, een Syrisch vluchtelingengezin, inmiddels in woont. Bewoner Mark Ouwens zei tegen NRC: „Het is niet zo dat ik eens lekker bij ze op de koffie ga, maar we hebben nul last van die mensen. En ik zeg je eerlijk: ik heb ook meegedaan aan die demonstraties.”

In Geldermalsen, een dorp waar rellen uitbraken toen de gemeente heel onhandig aankondigde dat ze hier een azc wilde openen, ging ik op zoek naar mensen die tegen de komst van meer vluchtelingen zijn. Daar ontmoette ik Claudia, het belangrijkste personage uit mijn film. Claudia is zeventien jaar ouder dan ik, ze is tegen de komst van meer vluchtelingen - ik niet. Maar het boeit allemaal niks. We zijn vriendinnen geworden en kunnen van elkaar leren, misschien wel meer dan van de vrienden die we hebben die dichter bij ons staan.

Als ik je iets van advies mag geven: bekijk mijn film en leg zelf ook een nieuw contact. Vluchtelingenlovers, praat even met iemand die moeite heeft met vluchtelingen. En vluchtelingenhaters, ga even een vluchteling ontmoeten. Minimaal een uur kletsen. Hup!

Laat je me weten hoe het was?

Reageren? Via: vluchtelingen@nrc.nl. Maral Noshad Sharifi is buitenlandredacteur bij NRC. Haar film ‘Lieve buren’ wordt donderdag op NPO3 om 21.40 uur uitgezonden in 3Lab (VPRO).