Alleen in huis ga je piekeren

Annie Blanken (72)

uit Lochem

‘Eenzaamheid overvalt je. Het is bijvoorbeeld mooi weer. Je ziet iedereen weggaan. Ik kan dat niet zomaar. Vanwege mijn heup. Daar zit ik al tien jaar mee. Vijf keer is mijn heup uit de kom geschoten. Ik heb een nieuwe heup gekregen. Ik ben nu aan het revalideren. Ik heb wel een scootmobiel, maar daar heb ik een ongeluk mee gehad, en daardoor ben ik bang geworden. Dus dan ga ik wandelen met de rollator. Dan spreek je mensen. Dat doet wel weer goed. Dan voel je de eenzaamheid niet zo.

Ik hou van gezelligheid. Als je het donker inziet, en je komt dan mensen tegen, dan zie je ineens weer de leukigheid. Alleen in huis ga je piekeren. Als het regent, en je zit alleen thuis, dan ga je denken: getverderrie wat moet ik nu toch eens ondernemen. Ik ben creatief. Ik doe de tuin. Ik doe aan bloemschikken. Onlangs heeft een vriendin me opgehaald om naar de Matthäus Passion te gaan hier in de kerk. Ik kreeg een vrijkaart. Het was geweldig. De akoestiek in deze kerk staat op nummer twee in Nederland en dat kon je ook wel horen.

Hij zorgde voor een ziekenauto

Ik heb er wel een verjaardag voor moeten laten gaan. Een buurman werd vijftig en die vierde dat in het clubgebouw van de padvinders. Die mensen hebben veel voor mij gedaan. Elke keer als mijn heup losraakte, lag ik hier en kon ik geen kant op. Hij zorgde dan steeds voor een ziekenauto. Zijn vrouw ging mee in de ziekenauto, omdat ze het zo zielig vond dat ik daar alleen in lag. Ik vond het zó naar om te moeten zeggen dat ik liever naar de Matthäus Passion ging.

Gisteren heb ik gevraagd hoe de verjaardag was geweest. Hij zei: we organiseren binnenkort een avondje met mijn schoonmoeder, dan kom jij toch ook? Leuk, hè. Dus dat is ook weer geregeld. Ik moet er nog een bloemstuk voor maken.

Als je alleen bent, is de zondag het ergst. Alle mensen krijgen vrienden of familie op bezoek, en jij zit alleen. De kinderen wonen ver weg. Mijn dochter kan niet iedere zondag komen. Ze woont in het Midden-Oosten. In Bahrein. Ze was er voor haar werk en ze ontmoette daar een man. Een Bahreini. Dan loopt het anders. Mijn zoon woont in Hilversum. Hij komt vaak. Als hij vrij is, dan voelt hij: ik moet weer eens naar mama toe. Mijn zoon en ik skypen ook wel eens. En ik spaar voetbalplaatjes voor de kleinzoons. Die stop ik in een envelop en stuur ze op. Dat is leuk. Heb je weer contact.

Ik woon hier nu tien jaar. Alles gelijkvloers. In het vorige huis moest ik, vanwege mijn heup, zittend naar boven en naar beneden. De kleinkinderen komen wel eens logeren. Ook die uit het buitenland. Die slapen allemaal op matrassen op de grond. Ze blijven meestal een maand. Daar heb je heel veel gezelligheid aan. Als ze weggaan, is dat voor mij een ramp. Dan is het naar stil in huis. Dan overvalt je de eenzaamheid. De laatste keer dat ze hier waren, is twee jaar terug. Ze zijn nu zuinig. Want de kinderen moeten studeren. Als ze geld hebben, komen ze weer.

Je bent onze moeder niet

Ik ben al 25 jaar alleen. Mijn man was vertegenwoordiger in oliën en vetten. Hij is vroeg overleden. Hij was tien jaar ouder dan ik. Na zijn dood heb ik wel een vriend gehad. Maar dat vonden zijn kinderen niet echt fijn. Zijn dochters waren allebei getrouwd. Ze zeiden steeds maar weer: Annie, je bent een leuke vrouw, maar je bent onze moeder niet. Nou, dat zou ik ook nooit worden, dat wil ik toch niet? Dat begon me te vervelen. Ik kan daar niet tegen. Ze mogen het best een keer zeggen, maar ze zeiden het iedere keer weer. Op Moederdag. Met Pasen. Dan zeiden ze het weer: Annie, je bent wel een leuke vrouw maar je bent onze moeder niet. Ja, wat schiet ik daar mee op? Ik snapte het verhaal van die meisjes niet. Ik heb er vaak naar gevraagd.

Die schoonzoons zeiden: hou nou maar op, daar kan Annie toch ook niks aan doen? Ik kreeg er nooit antwoord op. Misschien is er ooit iets voorgevallen met de moeder of de vader. Iets wat ik niet weet. Mijn vriend was voor de kinderen. Hij was alleen. Zijn vrouw had kanker gehad. Hij zei: mijn vrouw mis ik iedere dag. Dat is natuurlijk zo, als je zo lang getrouwd bent geweest. Die vriend kwam ook wel eens hier. Hij wilde graag iemand hebben. Hij vond het fijn om ergens samen naartoe te gaan. Fijn dat hij onder de pannen was. Maar hij streed voor de kinderen. Dat vond ik een raar verhaal. Ik werd daar bang van. Het was niet standvastig. Na vier jaar heb ik het stopgezet. Ik dacht: daar ga ik niet mee verder. Dat is nu acht jaar geleden. Daarna is er niemand meer gekomen.”