Aardbevingsschade wordt niet snel hersteld, weten ze in l‘Aquila

Foto AFP

Padre Fabio staat, in korte mouwen en met zwarte handschoenen maar wel met priesterboordje, mee te helpen met het puinruimen en zoeken naar overlevenden in Amatrice, is te zien op Sky-tv. De jonge, bebaarde pastoor werkt in een gehucht in de buurt, maar vindt dat hij na de aardbeving van dinsdagnacht hier harder nodig is. Tegen Sky zegt hij:

„We beleven nu opnieuw de nachtmerrie van l’Aquila.”

Op 6 april 2009 was er op ongeveer dezelfde tijd ’s nachts een verwoestende aardbeving in en rond de stad l’Aquila, hemelsbreed enkele tientallen kilometers verder naar het zuiden. Daarbij vielen 309 doden en raakten tegen de 70.000 mensen dakloos. Maar niet alleen de beving zelf, van maar liefst 23 seconden en 6,2 op de schaal van Richter, was een nachtmerrie. Ook de nasleep was dat.

Zeven jaar en zeker twaalf miljard euro later zijn er nog steeds ruim 11.000 mensen die wachten op een nieuwe woning. Voor anderen is wel iets gevonden, en er is heel wat nieuw gebouwd. Maar in die nieuwe woonblokken, waarvan sommige ver buiten de stad liggen, zijn zoveel problemen dat veel mensen zo snel mogelijk weer weg willen. De naam van een bewonersorganisatie daar zegt het al: ADE, voor (in het Italiaans) Aan ons lot overgelaten, Vergeten, Gemarginaliseerd.

Premier was toen Silvio Berlusconi, mediamagnaat en een man van grote gebaren. Hij beloofde een razendsnelle wederopbouw en verplaatste het G8 overleg van drie maanden later, gepland op Sardinië, naar een schoolgebouw in een buitenwijk van l’Aquila. In die buitenwijk werden razendsnel wegen vernieuwd en gebouwen opgeknapt. Maar in het historische centrum van l’Aquila waren zelfs nog nauwelijks hijskranen te zien toen de top werd gehouden.

Zeven jaar later zie je wel een silhouet van hijskranen als je door de bergen van de Apennijnen naar l’Aquila rijdt. Nog steeds. In het centrum staan heel veel palazzi in de steigers. Sommigen noemen de stad ‘de grootste bouwput van Europa’. Bij de herdenking van de ramp vorig jaar beloofde premier Renzi, net een jaar aan de macht, op Facebook dat nu eindelijk serieus werk gemaakt zou worden van de wederopbouw.

Niet dat er niets was gebeurd. In hoog tempo zijn aan de rand van l’Aquila woningen neergezet. Zoals beloofd door Berlusconi. Daar zijn 185 woonblokken gebouwd, goed voor 4600 woningen. Maar daarbij lijkt de prioriteit te hebben gelegen bij het geld verdienen voor de bouwondernemingen – in afgeluisterde telefoontjes reageerden sommige projectontwikkelaars uitgelaten op het nieuws van de aardbeving, omdat dat werk voor hen zou betekenen.

Veel planning is er niet aan te pas gekomen. Neem Assergi. Een bijna nieuw stadje, ten noordoosten van l’Aquila. Hier zijn veel 65plussers ondergebracht. Maar de meeste straten hebben geen trottoir en de dichtstbijzijnde grote supermarkt is tien kilometer verderop. Eind vorig jaar stond een derde van de appartementen hier leeg, ook al omdat de nieuw gebouwde huizen veel problemen vertoonden.

En justitie is ook geïnteresseerd geraakt in deze projecten. Er zijn sterke aanwijzingen dat de georganiseerde misdaad mee heeft geprofiteerd van het wederopbouwgeld, vooral de camorra, de Napolitaanse versie van de maffia. Meestal als in Italië grootse projecten moeten worden opgezet, zoals voor de wederopbouw na de aardbeving, liggen het gevaar van corruptie en een rol voor de maffia op de loer. Daarom zijn de beelden van het puinruimen in Amatrice niet voor iedereen slecht nieuws.