3.000 euro boete voor een frauderende bankier: ‘een lachertje’?

integriteit

Met 18 man bewaakt DSI de integriteit in de financiële sector. Is het door de sector zelf opgerichte tuchtorgaan wel streng genoeg?

Mercurius, de god van de handel, op de beurs in Amsterdam. Foto Lex van Lieshout / ANP

Op schema ligt men niet helemaal. „De opdracht voor 2016: laat zien dat zelfregulering werkt”, luidde de titel van de Nieuwjaarsboodschap van DSI-voorzitter Dirk Schoenmaker. DSI is het zelfreguleringsorgaan van de effectenbranche, verantwoordelijk voor het tuchtrecht van aangesloten financiële instellingen.

Vorige week was DSI breed in het nieuws vanwege de straffen die het oplegde aan vijf Nederlandse (oud-)werknemers van Rabobank die betrokken waren bij de gigantische Libor- en Euriborfraude: de wereldwijde manipulatie van rentetarieven. Drie leidinggevenden kregen boetes van 1.500 tot 3.000 euro, een juniormedewerker een boete van 750 euro en een inmiddels bij Rabobank vertrokken bankier kreeg een boete van 1.500 en een berisping, ontdekte Het Financieele Dagblad.

Veel te lage straffen, vonden critici. De in fraude gespecialiseerde hoogleraar Marcel Pheijffer noemde het in zijn blog op vakwebsite Accountant.nl „weerzinwekkende bedragen”. Volgens Pheijffer wordt het „geloofwaardig functioneren van het eigen tuchtrecht volledig ondermijnd”. Het zit hem vooral hoog dat DSI leidinggevenden gemakkelijk laat wegkomen.

Ook vanuit politiek Den Haag klonk er de nodige onvrede. „Ik snap de kritiek dat dit wel hele lage boetes zijn voor een hele ernstige zaak”, zei minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA). Hij wees er ook op dat schuldigen in het buitenland wél gestraft zijn, ook strafrechtelijk.

Zijn partijgenoot Tweede Kamerlid Henk Nijboer noemde de straffen „een lachertje” en zei tegen Nu.nl zelfs dat hij naar aanleiding van de uitspraken vindt dat het tuchtstelsel voor banken op de schop moet.

Tuchtrecht versus strafrecht

Op papier had een hogere boete zeker gekund. DSI-regels bieden ruimte voor boetes tot 25.000 euro. Maar volgens directeur Jerry Brouwer is de praktijk anders. Sinds de oprichting in 1999 heeft DSI nog nooit zulke hoge boetes opgelegd en dat maakt het onmogelijk om dat in het geval van Rabo wél te doen. „We hebben te maken met jurisprudentie van 17 jaar, daar kun je niet zomaar van afwijken.”

Wat iemand misdaan moet hebben om wél de maximale boete van 25.000 euro te krijgen? Dat weet Brouwer ook niet. „Maar het is goed dat die ruimte er is voor als een topman met een heel ander salaris zich misdraagt en de boete meer naar draagkracht moet worden geheven.”

De directeur vindt het onterecht dat DSI nu kritiek krijgt en is het ook niet met Pheijffer eens dat de boetes het vertrouwen in het tuchtstelsel ondermijnen.

„Ik snap de grote maatschappelijke onrust wel want er is iets ergs gebeurd, maar dan is het aan het Openbaar Ministerie om dat aan te pakken en het OM heeft besloten om geen werknemers te vervolgen.”

De critici halen volgens hem tucht- en strafrecht door elkaar. Bij andere tuchtstelsels zoals die van advocaten, juristen of medici worden ook niet of nauwelijks boetes opgelegd, zegt Brouwer. „Tuchtrecht gaat er om dat je iemand raakt in zijn functioneren.”

DSI werd in 1999 opgericht door de financiële sector zelf. Het zou voor ‘zelfreinigend vermogen’ in de sector zorgen. Centraal staat het openbare DSI-register waarin financiële professionals worden opgenomen die door de DSI-screening zijn gekomen en die hun periodieke integriteits- en kennistoetsen halen. Dat register dient als een soort keurmerk, consumenten kunnen het raadplegen bij het kiezen van een financieel adviseur.

Daarnaast is er het tuchtrechtstelsel. Drie (van de achttien) DSI-medewerkers houden zich daarmee bezig. Ze zijn verantwoordelijk voor de tucht van de dik 6.000 aangesloten financiële professionals. Sinds 2015 doen ze ook het onderzoek naar schendingen van de bankierseed (afgelegd door 87.000 bankwerknemers).

De suggestie dat drie personen weinig is, wuift Brouwer weg. „Het is voldoende.” DSI is volgens Brouwer geen detective.

„Ik kan niet zomaar een fraude-afdeling van een bank oplopen en kijken wat ik daar vind. Dat kan de politie ook niet.”

DSI is vooral afhankelijk van meldingen die het krijgt vanuit de sector of zaken die het zelf op het spoor komt door de uitspraken van de rechter of berichtgeving in de media.

Jaarlijks doet DSI naar „tientallen” zaken onderzoek. De oogst in 17 jaar is dat de tuchtcommissie van DSI in totaal 28 keer een maatregel oplegde, het vaakst (zeven keer) een berisping.

Tekst gaat verder onder de grafiek.
grafieken

Een keer nam het de hardste maatregel, het bij naam noemen van een persoon. In 2010 werd beleggingsgoeroe Geert Schaaij voor drie jaar geschorst en werd zijn naam geopenbaard. Schaaij had op televisie bij Business Class het aandeel van beddenproducent Dico aangeprezen terwijl zijn bedrijf daar belangen in had.

Voor Schaaij had de straf weinig gevolgen. Zijn DSI-certificering heeft hij na zijn schorsing nooit meer verlengd, maar Schaaij is nog steeds beleggingsadviseur en schuift nog steeds bij Harry Mens aan, nu om zijn bedrijf Beursgenoten te promoten.

Zonder deze casus te noemen, zegt Brouwer dat het feit dat deelname aan het zelfreguleringsorgaan DSI niet verplicht is, zou moeten veranderen. „Ik zou graag in de wet geregeld zien dat je mee moet doen.”