Zusterstrijd in tijden van anorexia

©

Stella kijkt enorm op tegen haar knappe zusje Katja, een talentvol kunstschaatser met zelfs een privétrainer. Met haar onhandige, mollige puberlijf kan de rossige Stella niet aan haar tippen. Zij wil Katja zijn, traint verbeten op de ijsbaan, is stiekem verliefd op haar trainer. Dan ontdekt ze dat haar perfecte zus lijdt aan een eetstoornis. Katja dwingt geheimhouding af met dreigementen, tot het probleem zich niet langer laat negeren.

My Skinny Sister klinkt zo als een probleemfilm voor televisie die de kijker bewust moet maken van de ernst en omvang van boulimie en anorexia, met ouders die leerzaam alle fouten uit het boekje maken. Dat is ook het doel van de Zweedse regisseur Sanna Lenken, die zelf anorexia had. Wat My Skinny Sister boven zo’n issuefilm doet uitstijgen is het perspectief van lelijk eendje Stella. Door de ogen van deze fan én rivaal zien we de manipulatie, schaamte, ontkenning en spelletjes achter Katja’s façade van controle: een idool valt van haar voetstuk. Wat voor de onzeker door het leven stoempende Stella, mooi naturel vertolkt door debutante Rebecka Josephson, misschien wel een goede les is. Maar ook frustrerend, want of Katja nu prima donna is of stervende zwaan: zij monopoliseert de aandacht.

Die zusterlijke rivaliteit en geloofwaardige mix van intimiteit en rancune verheft My Skinny Sister boven de doorsnee tv-film. Die toont een eetstoornis door de ogen van handenwringende ouders of van het slachtoffer, met als klassieke beeld het uitgeteerde skeletmeisje dat in de spiegel nog steeds een dikzakje ziet. My Skinny Sister houdt zich verre van subjectiviteit en body horror – je krijgt Katja’s lijf ook nauwelijks te zien – alsmede emotioneel spektakel. Maar die chique keus tegen melodramatisering heeft een nadeel. My Skinny Sister is levensecht, maar soms wel een beetje saai.