‘Wijk- en jeugdteams moeten draai nog vinden’

Interview Jenine Timmers, advies- en klachtenbureau jeugdzorg

Het aantal klachten over jeugdhulp piekt. Schuld van de decentralisatie per 2015?

De telefoon bij het klachtenbureau over de jeugdhulp rinkelde het afgelopen halfjaar opvallend vaak. Ruim 6.400 kinderen, jongeren, ouders en hulpverleners wisten het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) te vinden. Dat is al bijna net zoveel als in heel 2015.

Ze hadden vragen over trajecten, de nieuwe wetgeving, maar ook veel klachten, zoals over beslissingen van jeugdhulp en bejegening door hulpverleners.

De stijging valt samen met de inrichting van het nieuwe jeugdstelsel, waarin gemeenten sinds 2015 zelf verantwoordelijk zijn voor de jeugdhulp. Geen toeval, zegt directeur Jenine Timmers van het AKJ, een onafhankelijke stichting met tachtig vertrouwenspersonen in het land. Maar concluderen dat de decentralisatie tot significant meer problemen leidt, gaat haar te ver.

Hoe verklaart u de toename van het aantal klachten dan wel?

Timmers: „We hebben de afgelopen tijd flink geïnvesteerd in voorlichting. Cliënten weten ons dus beter te vinden. Al hebben de ingrijpende veranderingen in de jeugdhulp zeker óók geleid tot meer klachten.”

Welke klachten betreft het?

„Een groot deel van de klachten hoorden we altijd al. Jongeren in instellingen die vinden dat ze door een hulpverlener onheus zijn bejegend. Dreigende taal: ‘als je nú niet ophoudt dan ga je naar de afzondering!’ – voortkomend soms uit pedagogische onmacht. Ouders die het oneens zijn met een uithuisplaatsing, ouders die vinden dat ze onvoldoende zijn voorgelicht: ‘Ik wist niet dat me dít boven het hoofd hing!’ En er zijn klachten die aan de decentralisatie zijn te relateren.”

Zoals?

„Niet alle cliënten krijgen wat ze gewend waren. Gemeenten kopen nu zelf jeugdhulp in en maken daarin eigen keuzes. Soms horen we dat het geld in een gemeente op zou zijn, of alle bedden bezet. Of de ondersteuning valt weg van een psycholoog waar ouders al jaren vertrouwd mee waren, omdat de gemeente die ene psycholoog niet vergoedt.”

Laten gemeenten steken vallen?

„Het idee achter de decentralisatie is goed. Sneller hulp, dichter bij huis, en pas ingrijpen als het echt nodig is. Maar nieuwe wijk- en jeugdteams moeten hun draai vinden en organisaties moeten leren afstemmen op elkaar. Dat kost tijd. Soms wordt daardoor te laat ingegrepen. Dat merk je aan het toegenomen aantal crisisopnamen. Dan is er door hulpverleners te lang aangemodderd.”

Was decentralisatie dan wel zo’n goed idee?

„Dat weten we pas over drie, vier jaar, als het stelsel, dat best ingewikkeld is, is uitgekristalliseerd.”