Schrijver Anton Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

13/14

‘We slachten hier 650 varkens per uur’

Arnon Grunberg

In de anime Spirited Away van Hayao Miyazaki ontdekt de tienjarige Chihiro Ogino dat haar ouders varkens zijn geworden omdat ze eten naar binnen hebben gewerkt dat voor de goden bestemd was. Rondlopend in het nieuwe slachthuis van Westfort denk ik aan die scène. Overal hangen varkens – het beeld is niet van schoonheid gespeend –, maar soms zie ik mensen hangen.

René, die me rondleidt, vertelt dat honden zijn hobby zijn. „Ik ben nu bezig met het Italiaanse ras Mastino Napoletano,” zegt hij.

In een van de stallen waar nog levende varkens wachten op de rest van het traject ligt een dood varken. Dat gebeurt soms. De dag ervoor had ik gezien hoe een varken met een gebroken poot uit de vrachtwagen kwam. Zo’n varken wordt handmatig met de electrocuteertang verdoofd. Even klonk gekrijs, vervolgens werd zijn halsslagader doorgesneden. Binnen vijf minuten was het bloed opgedweild.

Het slachthuis is in twee delen verdeeld, de machinelijn, waar mensen in blauwe overalls rondlopen, en de schone lijn, waar mensen in witte overalls rondlopen. In de machinelijn wordt geslacht, bloedt het varken uit en wordt het ontdaan van zijn haar. In de schone lijn volgt de rest van het slachtproces. Het slachthuis is een fabriek. Het lawaai, de lopende band, het betrekkelijk eentonige werk. Weinig is gerobotiseerd. Veel werknemers komen uit Polen of Kaapverdië.

Vandaag mag ik varkens die uit de verdooflift zijn gerold aan hun achterpoot ophangen. Zwaar werk. De varkens liggen op elkaar op de band. Je moet oppassen dat je ze niet aan een voorpoot hangt.

„We slachten er 650 per uur,” zegt René.

De beren hebben in twee procent van de gevallen een afwijkende geur door hormonen die door consumenten als onaangenaam kan worden ervaren. Een Poolse dame brandt daarom de huid even aan, waarna een andere dame ruikt of de beer daadwerkelijk zo’n penetrante geur heeft.

Ik denk aan Modern Times van Chaplin.

Van het hoofd van de afdeling, Jan, mag ik een varken met een bijl doormidden hakken en reuzel uit zijn binnenste trekken.

„Dat valt niet mee, hè,’”zegt Jan. „Dat doen die jongens elke dag. En weet je hoeveel ze verdienen?”

„Vijftien euro per uur,” schat ik.

„Rond de tien euro,” zegt Jan. „Daarvoor zou jij het niet doen.”

Ik kijk naar de mannen. Soms loopt er een bijna tegen zijn collega aan, omdat de band sneller gaat dan zijn handen.

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’