‘Stop dat ding weg en wordt eens een echte muzikant’

Toots de muzikant Emotie, dát is belangrijk in muziek, zei Toots Thielemans. „Heel alleen, hoort u? Stillekes komen dan de viooltjes erbij.”

Toots Thielemans thuis met zijn gitaar. Foto Paul Bergen

De mondharmonica onderstreept een gevoel, zei Toots Thielemans met nadruk. „Mits ge het goed speelt, anders wordt het al snel een speelgoedje. Emotie, dat is belangrijk. Zoals bij een filmscène.” Het interview was bij hem thuis aan de rand van het bosachtige dorp Terhulpen, voorbij Brussel. Overal hingen foto’s van ontmoetingen met zijn jazzvrienden. Op het tafeltje naast hem lag zijn ouwe glimmende ‘broodje’, zijn mondharmonica. Stelt u zich eens voor, zei Thielemans in het Tootsiaans - een mengeling van Vlaams, Frans en Engels, met frases die recht uit het oude Brusselse Marollendialect kwamen - hoe acteur Marcello Mastroianni in een filmscène in de auto zit. Zijn maîtresse heeft hem verlaten, zijn vrouw wil scheiden en hij is zijn werk kwijt. En nu is hij van plan zich door het hoofd te schieten. Vervolgens pakte Thielemans zijn harmonica en blies een paar droevige noten. „Heel alleen, hoort u? Stillekes komen dan de viooltjes erbij.”

Herkenbaar en vertrouwd zijn ze, zijn melodietjes voor Turks Fruit, Midnight Cowboy, Baantjer tot ja, de leader van Sesamstraat toe. Met zijn mondharmonica drukte Toots zijn stempel, meestal melancholisch. Het zat in de frasering, de blue notes. „Blaas en drie centimeter verder hoor je het geluid”, zei Thielemans. Hij refereerde aan Willem Duys. Hoe die had gezegd: ‘Laat die Toots maar lekker huilen met zijn broodje.’ Ja werkelijk, knikte Toots, er konden tranen druipen uit zijn instrument.

Weggejoeld

In de jazz was Toots Thielemans een musicus van de buitencategorie: een natuurlijke en virtuoze improvisator op een ongewoon klein instrument. Ooit werd hij met zijn harmonica in de New Yorkse jazzscene weggejoeld. „Stop dat ding eens weg en wordt nu eens een echte muzikant”, zeiden ze daar. Een bopper op een mondorgel? Maar ‘ze’ gingen hem serieus nemen. Toots zette de norm. „Vóór Toots kon niemand zich inbeelden dat een mondharmonica zo mooi kon klinken”, zei zijn goede vriend, producer en arrangeur Quincy Jones. Volgens hem zorgde Toots in zijn eentje voor de emancipatie van de harmonica. Toots bracht het instrument naar de top. Muzikanten als Stevie Wonder volgden hem.

Zijn eerste mondharmonica, toen Toots ongeveer veertien jaar was, was een chromatische, met een bereik van drie octaven en daardoor in meer muzikale kaders passend dan de diatonische. Begin jaren vijftig was hij vooral als gitarist in het kwintet van de blinde jazzpianist George Shearing te horen. Zijn compositie Bluesette maakte hem wereldberoemd: hij floot unisono bij zijn gitaarspel. Toen Sarah Vaughan het voorzag van tekst, kwamen er talloze versies van andere artiesten.

Maar ook op harmonica werd hij steeds geliefder – de sound was uniek en onvergelijkbaar in de jazz. Het was trompettist Miles Davis die suggereerde dat Thielemans eens met jazzpianist Bill Evans moest spelen. Het resultaat was het prachtige duoalbum Affinity uit 1979. Die opnames waren heel belangrijk voor Thielemans. Want inmiddels bleef hij lang hangen in de commerciële hoek. De Belg nam alle klussen aan. Van goede jazz tot pop. Of een goed verdienende commercial voor Old Spice. Bill Evans had een missie: hij wilde laten weten dat Toots echt jázz kon spelen. „Mijn spel is sindsdien op te delen in twee periodes”, zei Thielemans, „Vóór Bill en na Bill.”

Thuis voelde de zachtmoedige Belg zich in Amerika altijd tussen de grote muzieknamen. They made me feel at home, mijmerde de jazzveteraan graag. En zij, van Quincy Jones tot de jonge Jaco Pastorius die hem zijn jazzvader noemde, voelden zich thuis bij de bescheiden doch inventieve Toots. Dat bleek ook ruim tien jaar terug, in 2004, bij een bijzonder muzikaal eerbetoon: ‘The Magic of Toots: A Celebration of Toots Thielemans’ in de New Yorkse Carnegie Hall. Grote namen uit de jazz als pianist Herbie Hancock, saxofonist Joe Lovano en klarinettist Paquito d’Rivera kwamen de Belgische harmonicavirtuoos lof toezwaaien. En ook toen zijn negentigste verjaardag groots werd gevierd, in 2012 in het mooie Chateau La Hulpe, regende het internationale huldeblijken.

Wie speelde met Toots Thielemans, leerde over ruimte en emotie in de muziek. Hij was een groot balladevertolker. Wat hij speelde, kwam van diep uít hem. Hoe meer op leeftijd, hoe meer de aaibare opa van de internationale jazzgemeenschap ontroerde. Maar altijd bleef hij een expressieve verteller, die uit dat kleine instrument de fraaiste melodieën toverde.