Rusland mag vliegbasis Iran niet meer gebruiken

Rusland gebruikt niet langer de Iraanse luchtmachtbasis Hamadan voor bombardementen op Syrië. Dat heeft het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken maandag gemeld. Daarmee lijkt er een abrupt einde te komen aan de opmerkelijke militaire samenwerking die vorige week naar buiten werd gebracht.

Het was voor het eerst sinds de Islamitische Revolutie dat Iran een ander land toestond om troepen en materieel op zijn grondgebied te stationeren. Dit leidde tot kritiek van Iraanse parlementariërs. Volgens hen was het een schending van de grondwet, die een verbod bevat op „de vestiging van iedere buitenlandse basis in Iran, zelfs voor vreedzame doeleinden”.

De regering lijkt hier gevoelig voor, omdat Iran een lange geschiedenis heeft van buitenlandse inmenging. Minister van Defensie Hossein Dehghan wees de kritiek van de hand. „We hebben geen enkele militaire basis aan de Russen gegeven.” Hij zei dat de samenwerking tijdelijk was en beperkt tot bijtanken. Zaterdag zei hij nog dat Rusland de basis mocht gebruiken „zo lang als nodig” was.

Tegelijkertijd viel hij Rusland aan voor het feit dat het de samenwerking naar buiten had gebracht. Dit was „onbeschaafd en heeft het vertrouwen geschaad”. Ook het Russische leger zei maandag dat het de basis niet langer gebruikt, maar het liet de mogelijkheid open dat het daar in de toekomst wel weer gebruik van maakt.

Rusland en Iran geven beide cruciale militaire steun aan het Syrische regime in de burgeroorlog. (Reuters)