Rechterbeen gezocht (7)

‘Ray, weet je nog die lezing over diversiteit en beeldvorming bij de politie, vrijdag? Zo goed dat je daar bij was!”, zei Nol Fontein, hoofd voorlichting van de politie Amsterdam door de telefoon tegen rechercheur Ray Purperhart. „Ik heb net met je chef en het districtshoofd overlegd en jij moet ons, de politie van Amsterdam, redden. Vanavond.” Ray begreep niet hoe. Hij had weliswaar piketdienst, maar zat nu in een etentje met zijn vriendin, sputterde hij tegen.

Fontein liet zich niet van de wijs brengen. Er zou over een half uur, half elf deze avond, een inval zijn in een hennepkwekerij in een woning in de Bijlmer, na een tip. Mogelijk waren er wapens in het pand. En, nu kwam het, die inval zou door Nieuwsuur voor tv gefilmd gaan worden. Dat hadden de hoofdcommissaris en Fontein met de tv-redactie afgesproken. En nu was het essentieel, voor de beeldvorming van het politiekorps Amsterdam, dat er een zwarte politiebeambte meedeed. Om het diverse karakter van het korps te tonen. Er was al een Nederlands-Marokkaanse agent. En hij, Ray Purperhart, was de enige beschikbare zwarte politieman deze zondagavond. Hij moest dus direct komen. „Geweldig toch?”, zei Fontein.

Ray protesteerde opnieuw, maar Fontein zei dat dit ook onder de piketdienst viel, en dat Ray anders zijn poging om recherchechef te worden wel vergeten kon. Ray geloofde zijn oren niet.

Hij liep naar Janice en Lemoensberg, die genoeglijk zaten te praten, en zei: „Sorry, ik ben helaas opgeroepen voor een noodgeval, een zaak op leven en dood.” Hij richtte zich tot Janice en zei: „Het wordt laat, wacht maar niet op mij, ik zie je straks thuis.” En weg was hij

*

Zes keer had rechercheur Ray Purperhart die nacht voor de tv-cameraploeg over moeten doen hoe hij een kalasjnikov had gevonden bij de politie-inval in het armetierige flatje waar een mager hennepkwekerijtje was. Nol Fontein was er aldoor bij geweest en was wild enthousiast. „Dat wordt een super tv-reportage”, zei hij. „De boodschap is duidelijk: wij bij de politie zijn waakzaam, dienstbaar én divers!” Fontein had ook omstandig aan de cameraploeg uitgelegd dat dit het werk van de ‘soul cop’ van Amsterdam-Zuidoost was. Zo werd Ray door zijn politiecollega’s genoemd, legde Fontein uit, omdat hij op personeelavondjes van het korps graag zijn favoriete muziek, oude soul, draaide. Ray had zijn bijnaam altijd gekoesterd – ook al omdat hij verwekt was tijdens een legendarisch concert van Arthur Sweet Soul Music Conley in de Bijlmer in 1980, waar zijn Nederlandse moeder de Surinaamse saxofonist Raymundo Puperhart in een bezemkast had getrokken. Maar Fonteins gekakel maakte de bijnaam voos.

Half drie ’s nachts was hij thuis. Janice was er niet, zoals hij inmiddels wel verwacht had. In plaats daarvan kwam tante Lotti op haar scootmobiel slaperig aanrijden, met de mededeling dat Janice langs was geweest, dat ze hem nooit meer hoefde zien. „En dit hoeft ze ook niet.. Ray, mi boi, wat heb je gedaan…”, zei tante Lotti en overhandigde hem het krokodillenlerentasje. Ray belde en appte nog, maar Janice reageerde niet. Hij pakte de whiskeyfles, zette oude soulmuziek op. Om half vijf stuurde hij Anita een sms ‘Ik kom wat later, laat geworden ivm politie-inval’, en probeerde te slapen.

(Wordt vervolgd)