Opportunisme bindt Erdogan en Poetin

Opinie In de afgelopen tweeduizend jaar is er geen periode aan te wijzen waarin Europese landen zo weinig te vertellen hadden in het Midden-Oosten als nu, betoogt Marcel Kurpershoek.

foto Alexander Zemlianichenko/AP

Voor het Kremlin is de dooi met Turkije een vorm van ‘constructief opportunisme’. Dat is precies wat Erdogan en Poetin gemeen hebben. Opportunisme heeft ook Erdogan gebracht waar hij nu is. Zijn uitspraak „Democratie is een tram waar je afstapt als je je doel hebt bereikt” gebruikte hij toen hij toenadering zocht tot de Europese Unie; nu houdt hij zich er de militairen mee van het lijf. Maar dat opportunisme komt bij beiden wel voort uit een diepgevoelde visie.

Erdogan wil een eeuw Turkse geschiedenis ongedaan maken: hij verwerpt het kemalistische secularisme met zijn eenzijdige oriëntatie op het Westen. Poetin wil terug naar het 19de-eeuwse Europese ‘concert der naties’. Maar toen was het Ottomaanse Rijk de zieke man van Europa en Erdogan kijkt daarom liever naar sultan Mehmet, die in 1453 Constantinopel innam. Wij kunnen daarbij ons gezicht moeilijk in de plooi houden, maar wijsheid in de omgang met die leiders is het besef dat zij hierover bloedserieus zijn.

Behalve opportunisme delen Erdogan en Poetin een bazaarmentaliteit. Alle trucs worden uit de doos gehaald om de beste prijs te bedingen. Erdogan versterkt via het Kremlin zijn onderhandelingspositie bij de VS en Europa, en Poetin doet omgekeerd hetzelfde.

Geen haar op Erdogans schedel peinst erover om de banden met NAVO en EU door te snijden. Maar de belangen van Turkije en Rusland raken elkaar in de regio rond de Zwarte Zee, de Kaukasus en Syrië. Erdogan en Poetin willen laten zien dat zij als leiders van grote mogendheden de zaken daar goed onderling kunnen regelen. Ze leven in de spiegelzaal van hun historische dromen: de Turkse economie is nu kleiner dan die van Nederland en Rusland staat lager op de economische ladder dan Spanje. Natuurlijk bepaalt de militaire infrastructuur Ruslands positie in de wereld. Tegenover de uitgeputte soft power van de EU stelt Poetin zijn hard power, verankerd in lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad. De Amerikaans-Russische dialoog over Syrië is voor Moskou van grote waarde. Het doet de herinnering herleven aan de Koude Oorlog, toen overeenstemming tussen Washington en Moskou de wereldvrede bepaalde.

Zijn hard power demonstreert Rusland nu met de inzet van strategische bommenwerpers, die hun bommentapijten uitstrooien over Aleppo. Nog spectaculairder is dat zij opereren vanaf een basis in Iran: zelfs de Iraanse sjah heeft de Amerikanen dát nooit toegestaan. Poetin maakt volop gebruik van de ruimte die wordt geboden door Obama’s terughoudendheid. Als de hardere Clinton de nieuwe Amerikaanse president wordt, bieden de laatste maanden van Obama voor Poetin een niet te missen kans om de Russische positie in het Midden-Oosten te versterken.

Moskou en Teheran reageerden meteen positief op het mislukken van de coup tegen Erdogan. Voor Poetin was dit het vijgenblad dat hij nodig had om terug te komen op zijn furieuze reactie op het neerhalen van een Russische bommenwerper. Erdogan was meer dan gelukkig dat hij de schuld voor dat pijnlijke incident in de schoenen van de gülenisten kon schuiven: niet híj had het toestel neergehaald, maar een verrader die het op Erdogan zelf had gemunt. Europa speelt inmiddels nauwelijks nog een rol: in de afgelopen tweeduizend jaar is er geen periode aan te wijzen waarin Europese landen zo weinig te vertellen hadden in dit gebied als nu. Het Russische machtsvertoon is een afgeleide van het zwakke tegenspel van de andere partij. Amerikaans-Turkse onenigheid is daarvan een onderdeel. Het zit Turkije hoog dat de VS zwaar leunen op de Syrische tak van de Koerdische PKK. Misschien had dat gecompenseerd kunnen worden door meer steun aan de Syrische rebellen en de opzet van veilige zones in Syriëē. Maar die voorstellen werden afgeserveerd in de Oval Office.

Turkije zit met miljoenen vluchtelingen, terrorisme, een PKK met nieuw elan, om niet te spreken van de 80.000 mensen in leger, politie, rechtelijke macht en onderwijs die na de coup zijn ontslagen en de bedrijven die zijn geconfisqueerd. Het uitleveringsverzoek voor Gülen, die naar Amerika vluchtte, is vooral een stok om de hond te slaan: Erdogan wil de VS inpeperen dat de Turkse prioriteiten werden genegeerd. Moskou en Teheran zagen onmiddellijk hun kans.

De drie hoofdsteden delen het verlangen om de VS een toontje lager te laten zingen. Daarnaast staat voor hen in Syrië veel op het spel. Voor Rusland bases en strategische faciliteiten. Voor Iran: de aanvoerroute naar Hezbollah in Libanon en de balans van afschrikking met Israël. Maar Turkije kan de overwegend sunnitische gewapende oppositie in Syrië niet helemaal laten vallen. Dat snapt zelfs Rusland. Iran en Rusland steunen (voorlopig) Assad, maar voor Erdogan is hij anathema. De posities van Moskou, Teheran en Ankara lijken dus op het eerste gezicht onverzoenbaar. Erdogan wacht de Amerikaanse verkiezingen af. Een echte alliantie met Rusland, de facto een versterking van Assad, valt vooralsnog niet te verwachten.

Een novum is de inzet van de Russische Toepolevs vanuit Iran. De disproportionele reactie doet denken aan de Amerikaanse ‘kerstbombardementen’ met meer dan honderd B-52’s op Hanoi in 1972, waarbij waarschijnlijk duizenden Vietnamezen omkwamen. Snel daarna sloten de VS een akkoord om het conflict te beëindigen. Maar Rusland blijft rekenen op een overwinning.

Het Russische ingrijpen was een reactie op de verzwakking van het regime van Assad, die inmiddels fors terrein heeft gewonnen. Het offensief tegen Aleppo moest de strijd beslissen, maar leidde vooralsnog tot een tegenoffensief van de oppositie.

Nu zijn er twee mogelijkheden. Of Assad lanceert een succesvol offensief tegen het contraoffensief, met hulp van Rusland en Iran. De vraag is wat Turkije en Saoedi-Arabië dan gaan doen: zij zijn (IS niet meegerekend) de belangrijkste steunpilaren van de gewapende oppositie tegen Assad. De tweede mogelijkheid, die de VS buitenspel zou zetten, is een soort bestand dat van Aleppo een verdeelde stad maakt, zoals Nicosia.

Assad krijgt dan een gegarandeerde corridor tussen zijn deel van de stad en de rest van het ‘nuttige Syrië’: het deel dat geen woestijn is, met Damascus, de kust en het achterland, en een deel van de Eufraatvallei. De Koerden behouden hun de facto autonome zone langs de Turkse grens. Vervolgens worden verdere ontwikkelingen in de VS afgewacht en versterken alle partijen zich voor een volgende ronde. Constructief opportunisme. Het kan ruimte geven om een regeling te vinden voor het probleem Assad, zonder de structuur van het regime aan te tasten.

Assad, die de minderheden gijzelt met de angst voor extremisten, zou dan moeten plaatsmaken voor een bewind dat niet berust op angst en geweld. Nieuw leiderschap moet komen uit de civiele kant van het staatsbestel, niet uit de gecompromitteerde veiligheidsdiensten. De civiele oppositie in ballingschap is daartoe niet in staat gebleken. Maar Assad vertrekt niet uit vrije wil. Hij pleegde meer misdaden dan ooit en dus heeft hij geen enkele garantie op veiligheid.

Amnesty rapporteerde over de achttienduizend Syriërs die in de gevangenissen van Assad zijn doodgemarteld. De wereld probeert hardnekkig weg te kijken van deze schande, maar het is een onoverkomelijk obstakel voor vrede en wederopbouw. Daarom kan er voor een Westen met enig zelfrespect geen weg terug zijn naar normalisering van de betrekkingen met het Assad-regime. Zelfs als een bestand wordt bereikt, blijft een oplossing voor de ‘Assad-knoop’ een essentiële voorwaarde.