Oorlog tegen drugs in Filippijnen eist 1700 levens in zeven weken

Een slachtoffer van politiekogels in Manila Foto AFP

In de zeven weken sinds het aantreden van de Filippijnse president Rodrigo Duterte zijn bij de door hem uitgeroepen oorlog tegen de drugs al ruim 1700 doden gevallen. Dat is veel meer dan tot nu was aangenomen. Zowel in eigen land als in het buitenland leidt de campagne, waarbij veel mensen zonder vorm van proces lijken te worden geëxecuteerd, tot toenemende ongerustheid en kritiek.

In de Senaat zei de Filippijnse politiechef Ronald dela Rosa maandag dat de politie sinds 1 juli al 712 drugshandelaren en gebruikers heeft gedood. De politie onderzoekt volgens hem de dood van nog eens 1067 mensen, die eveneens bij drugs gerelateerde incidenten om het leven kwamen.

De politiechef onthulde ook dat 700.000 drugsgebruikers en handelaren zich inmiddels vrijwillig hebben gemeld bij de politie. Op het bureau krijgen ze een waarschuwing dat ze met hun drugsgebruik en drugshandel moeten stoppen, anders hangt hen arrestatie en mogelijk zelfs de dood boven het hoofd bij confrontaties met de politie.

Hoewel de bevolking de meedogenloze anti-drugscampagne van Duterte, een van zijn belangrijkste verkiezingsbeloftes, steunt, klonken er gisteren ook uit de Filippijnen zelf meer bezorgde geluiden na Dela Rosa’s verklaring. “Dit heeft een angstaanjagend effect”, zei de liberale senator Frank Drilon naderhand.

“We zijn allemaal bezorgd over het aantal doden, dit is hoe dan ook zeer verontrustend.”

Vorige week al drongen twee deskundigen van de Verenigde Naties er bij de regering van Duterte op aan om te stoppen met buitenrechtelijke executies. Duterte reageerde daar afgelopen weekeinde korzelig op en opperde dat de Filippijnen misschien maar beter uit de VN konden treden en samen met China en andere landen een nieuwe mondiale organisatie konden opzetten. Het Filippijnse ministerie van Buitenlandse Zaken haastte zich de volgende dag te verklaren dat het land geen plannen heeft de VN te verlaten.

Maandag sloten ook de Verenigde Staten, vanouds een belangrijke bondgenoot van de Filippijnen, zich aan bij het koor van de critici. Washington zei “diep bezorgd te zijn” en riep de regering op de rechten van de mens te respecteren.

Ook de Filippijnse politie zelf is bepaald niet brandschoon. Politiechef Dela Rosa erkende dat zo’n 300 politieagenten van betrokkenheid bij de drugshandel worden verdacht. Als zij worden schuldig bevonden, zullen ze worden ontslagen, zei hij.