De lessen van de aanslagen

Terreur

Wat vertellen de recente aanslagen over de manier van werken van terroristen? Inlichtingendiensten moeten steeds meer mensen in de gaten houden, terwijl één dader vele slachtoffers kan maken.

Franse soldaten patrouilleren over de Promenade des Anglais in Nice, twee weken na de aanslag. Foto Dan Kitwood / Getty

„Lone wolves uit de hele wereld, kom naar Brazilië. Visa’s en tickets zijn gemakkelijk te krijgen, Insh’Allah.”

Met deze boodschap, voor de gelegenheid naar het Portugees vertaald, probeerde Islamitische Staat sinds juli aanhangers naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro te dirigeren. Aanbevolen doelwit: „Amerikaanse, Britse Franse en Israëlische bezoekers.” Geadviseerde terreurmethode: „Gif of medicijnen in eten en drinken.” Toegestaan alternatief: „Speelgoed-drones met kleine explosieven.”

De oproep van Islamitische Staat, die werd onderschept door Amerikaanse en Braziliaanse inlichtingendiensten en geen (zichtbare) navolging kreeg, toont de veelzijdigheid van de IS-aanpak.

Allereerst was de oproep technisch goed ontwikkeld (de boodschap stond op het versleutelde Telegram, een geavanceerde telefoon-app die in maart ook was gebruikt door de aanslagplegers op Brussel-Zaventem). Ten tweede was hij voor een speciale gelegenheid gemaakt: Rio 2016. En ten slotte was hij gericht op de werving van doe-het-zelfterroristen die overal ter wereld in naam van IS willen opereren.

Artikelen over de reeks aanslagen in de voorbije maanden wierpen meer licht op de gebruikte methode en aanpak van IS, waarmee ook Nederland volgens het kabinet-Rutte in oorlog is. Ze boden een overzicht van de belangrijkste facetten van de dreiging na de gebeurtenissen in Orlando, Magnanville, Nice, Würzburg, München, Reutlingen, Ansbach, Saint-Étienne-du-Rouvray, Charleroi en Hua Hin.

1. Ook digitaal zijn terroristen zeer actief

IS doet volop mee in de internationale cyberoorlog die vorige week een nieuw hoogtepunt bereikte met de (mogelijk Russische) inbraak bij de Amerikaanse NSA. Vorig voorjaar al kraakte het Cyber Caliphate de Twitter- en YouTube-accounts van het Amerikaanse Central Command in het Midden-Oosten. Het zette er eigen propagandavideo’s op.

Dodelijker gevolgen hebben de geavanceerde versleutelingen van het telefoon- en social-mediaverkeer van IS. Voor alternatief, goed beveiligd e-mailverkeer wordt Truecrypt gebruikt. Voor chatverkeer is het gesloten broertje van WhatsApp, Threema in zwang. Inlichtingendiensten hebben daardoor vaak geen idee wat IS uitspookt. De Franse minister Bernard Cazeneuve (Binnenlandse Zaken) zei maart van dit jaar in een terugblik op de bloedige aanslagen in 2015 (Charlie Hebdo, Bataclan). „Bij al die aanslagen werden versleutelde telefoons en computers gebruikt. Dat is een moeilijk probleem voor ons.”

2. Aanslagen worden snel aan IS toegeschreven

Op het slagveld mag IS dan steeds meer terrein verliezen, in de propagandaoorlog met het Westen blijft de groep goed overeind. De sterkste aanwijzing daarvoor is dat aanslagen waar IS niets mee te maken heeft, toch aan de organisatie worden toegeschreven, zegt veiligheidsconsultant Glenn Schoen. „Na de aanslag in München door een extreem-rechtse Iraniër moest ik voortdurend vragen van media beantwoorden die suggereerden dat IS er wel weer achter zou zitten.”

Hetzelfde gold voor de aanslag in Nice. De Franse president François Hollande en premier Manuel Valls stelden meteen IS verantwoordelijk. Een opsteker voor het kalifaat, dat de aanslag daarna zelf ook claimde. Bewijzen voor daadwerkelijke IS-betrokkenheid (IS-vlag, video-boodschap of documenten) zijn evenwel tot op heden niet gevonden.

Reden voor de sterke propagandapositie van het kalifaat is de veelheid en bloederigheid van aanslagen waar IS wel achter zit, vooral in het Midden-Oosten, zegt Schoen. „Het zijn er meer dan ooit, ze maken meer slachtoffers dan ooit, en krijgen meer media-aandacht dan ooit”.

De aanstekelijkheid van IS-propaganda bleek onder meer bij Larossi Abballa, de 25-jarige moordenaar van het Franse politiestel in Magnanville. Bij hem werden onthoofdingsvideo’s gevonden van IS, naast filmpjes van trainingen in de bossen rond Parijs. Daarbij waren „onthoofdingen” van konijnen geoefend.

Al enkele jaren schermen westerse inlichtingendiensten en antiterreurdiensten met de zogenoemde counternarrative als tegenzet in de propagandaoorlog met IS. Teruggekeerde jihadisten en bekeerde terroristen moeten worden ingezet om voormalige strijdmakkers op het goede spoor te brengen. „Om een krachtig tegengeluid te bieden”, zei de woordvoerder van antiterreurdienst NCTV onlangs.

De laatste tijd is van de counternarratives niet veel vernomen. Uit Syrië teruggekeerde strijders worden voornamelijk vastgezet. Hetzelfde geldt voor teruggekeerde vrouwen als Laura H. Defensie kreeg wel met het omgekeerde te maken. Een sergeant en oud-militair liepen over naar IS. Opnieuw propagandasuccesjes voor het kalifaat.

3. Buitengrens Europa nog zwakke plek

Grenscontroles blijven een zwakke plek van Europa. Daarvan profiteert zowel de georganiseerde wapenhandel die zich vanaf de Balkan naar West-Europa verspreidde als IS. De wapens die IS voor de Parijse aanslagen gebruikte, kwamen uit de Balkan of Oost-Europa. Het kalifaat kon enkele keren zijn dreigement waarmaken, dat de vluchtelingenroutes via Griekenland worden gebruikt om „strijders voor het kalifaat” Europa binnen te smokkelen. Twee van de acht terroristen van de aanslagen in Parijs in november waren een maand eerder via het Griekse eiland Leros de EU binnengekomen.

De Europese Commissie publiceerde enkele keren kritische verslagen van onaangekondigde inspectiebezoeken aan de Griekse grenscontroles. De laatste, in mei, bracht nog steeds „ernstige tekortkomingen” aan het licht, zowel bij het identificeren als het controleren van achtergronden van binnenkomende asielzoekers.

Ook in Nederland ging bij controles het nodige mis, met name vorig najaar toen vluchtelingen met duizenden per week tegelijk binnenkwamen. Eveneens duizenden van hen zijn toen niet of nauwelijks geïdentificeerd of onderzocht op terroristische dreiging, zo wees onderzoek van de Volkskrant in juni uit.

Nog in mei van dit jaar maakte de Inspectie Veiligheid en Justitie bekend dat de screening van asielzoekers „niet zorgvuldig” verliep.

4. De lone wolf kan zeer effectief zijn

De aanslag in Nice op 14 juli waarbij een vrachtwagenchauffeur zijn witte truck als zeer effectief moordwapen gebruikte, was om meer dan één reden slecht nieuws voor de veiligheidsdiensten.

In de eerste plaats had Mohamed Lahouaiej Bouhlel de politie volledig verrast. Die was aanvankelijk met weinig personeel ter plekke en had niet aan andere beveiligingsmethoden gedacht, zoals het leggen van betonblokken rond de Promenade des Anglais.

Bouhlel kon mede daardoor met relatief weinig assistentie (er zijn een paar handlangers gearresteerd) veel doden (86) en gewonden (200) veroorzaken. „Met kille precisie reed hij zigzaggend door de mensenmassa op de Promenade des Anglais” , zegt veiligheidsconsultant Glenn Schoen. „Daardoor kon hij zoveel mogelijk slachtoffers maken, zonder met zijn vrachtwagen vast te lopen”.

De gewelddadige actie in Nice doorbrak het dominante beeld van de lone wolf die met een mes (Reutlingen, Würzburg, Charleroi) of kalasjnikov (Toulouse) wel gruwelijke, maar geen grootschalige terreur veroorzaakt. Omar Mateen, de schutter in de gaybar van Orlando in Florida, kwam in juni met 50 doden en 53 gewonden ook ver.

Mede om dit soort dreigingen van plots opduikende gewelddadige eenlingen het hoofd te bieden, hebben antiterreurdiensten hun aanpak aangepast. Naast de bewaking van bekende objecten hebben metropolen als New York en Parijs stevig bewapende antiterreureenheden verspreid over de stad gestationeerd. In New York moeten die binnen zeven minuten overal ter plaatse kunnen zijn.

De aanslag in Nice was om nog andere reden een belangrijke casus voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zegt oud-AIVD’er Kees Jan Dellebeke. Dellebeke werkte tot en met 2012 bijna veertig jaar bij de inlichtingendienst. „Nice onderstreepte de noodzaak van het omgekeerd denken. Dus niet: Hoe kunnen we een aanslag voorkomen? Maar: stel, ik wil een grote aanslag plegen, hoe kan ik met een krachtig maar onverdacht moordwapen als een vrachtwagen zover mogelijk komen?”

Dat vergt creatief denken. „Maar bij de AIVD is, net als bij veel andere overheidsdiensten, protocol vaak belangrijker dan creativiteit”, zegt Dellebeke. „Binnen de dienst werkt men veel met afvinklijstjes. ”

5. Inlichtingendiensten volgen steeds meer ‘targets’.

Er zijn niet zozeer meer aanslagen. Er zijn meer aanslagen die lukken, en dat komt door de capaciteitsproblemen bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Dat zei de Noorse contraterrorisme-expert Petter Nesser tijdens het verjaardagsfeest van de tien jaar oude NCTV, eind vorig jaar.

De bezuinigingen die tot de capaciteitsproblemen leidden, zijn grotendeels teruggedraaid. Maar de gevolgen worden – ook bij de AIVD – nog steeds gevoeld, zeggen bronnen. Personeel dat eerst werd weggestuurd, moet nu weer worden aangetrokken. Vooral specialisten die apps als Threema, Telegram en Truecrypt kunnen binnenkomen, zijn welkom. Net als Arabische vertalers.

En dan is er nog het snel stijgend aantal targets en andere personen die Europese inlichtingendiensten in de gaten houden. In inlichtingenkringen circuleren inmiddels getallen van ongeveer 10.000 voor Frankrijk (de S-lijst voor alle personen die een veiligheidsrisico inhouden), 8.000 voor Duitsland en 6.000 voor het Verenigd Koninkrijk. Dat is inclusief de burgers uit deze landen die op het Syrische slagveld voor IS strijden. Voor Nederland zijn dat er zo’n 130.

Al deze groepen worden niet ‘24/7’ digitaal en lijfelijk gevolgd. Dat zou de capaciteit van politie en inlichtingendiensten ver te boven gaan. Die activiteit vergt meer dan twintig fulltimers per ‘target’ . Hoeveel personen in de praktijk werkelijk voortdurend worden geschaduwd en digitaal gevolgd, is onbekend. Voor Nederland zou het volgens bronnen gaan om ten minste enkele tientallen die worden geschaduwd, gehackt en afgeluisterd door instanties als politie, inlichtingendiensten en andere overheidsorganisaties.

6. Toeristen zijn kwetsbaar

De meest recente Nederlandse slachtoffers van terreur vielen niet op Schiphol of Amsterdam CS, maar op het strand van de Thaise badplaats Hua Hin. Daar ontploften twee weken geleden enkele bommen achter elkaar. Ze waren verborgen in diverse plantenpotjes, op vijftig meter van elkaar verwijderd. Vier Nederlandse toeristen raakten gewond, van wie twee ernstig. De daders worden gezocht in kringen van de Thaise oppositie of moslimseperatisten.

Hoewel IS hier vermoedelijk niet de hand in had, onderstreepte de aanslag de kwetsbaarheid van toeristen in het buitenland. De aanslag, vorig jaar, in de Tunesische badplaats Sousse, viel in dezelfde categorie. Die werd wel met IS in verband gebracht. Sindsdien krijgen vakantiebeurzen opmerkelijke gasten. „Wees altijd op je hoede op vakantie”, waarschuwde minister Koenders (Buitenlandse Zaken) tijdens de laatste in Utrecht.

En dan is er nog de curieuze geschiedenis rond de aanslag in Garland (Texas), mei vorig jaar, tijdens een expositie van Mohammed-cartoons. PVV-leider Geert Wilders was daar aanwezig. Onlangs lekte uit dat een FBI-agent tevoren in contact stond met een van de twee daders. De undercoveragent zou de dader zelfs heben opgestookt („Tear up Texas”). Bij de schietpartij raakte een politieman gewond en werden de twee schutters doodgeschoten. Wilders bleef ongedeerd.

De Nederlandse regering noch de bewaking van Wilders wist iets af van de rol van de FBI, bleek vorige week. De PVV-leider wil nu van het kabinet weten hoeveel risico hij daadwerkelijk in de VS heeft gelopen.