De grootste sculptuur is onzichtbaar

Kunst op het station

Het station van Utrecht is vol met mensen en dingen. Dus is er nu kunst die zich voegt naar de drukte. Heeft onstoffelijke kunst de toekomst?

Je hoeft het niet te zien, maar het kan wel: vier mensen die synchroon staan te niksen in de stationshal van Utrecht. Foto Aafke Holwerda

Oh nee, gehackt! Forenzen in Utrecht zullen even naar adem happen de komende maanden, tenminste: als ze een beetje opletten. Want er is iets aan de hand met de wifi in Hoog Catharijne en bij het Centraal Station.

Om te beginnen zijn er veel wifi-punten, met bovendien dichterlijke namen. Maar het opvallendste gebeurt als je er met je mobiel inlogt en een website bezoekt. Dan kloppen opeens de nieuwsberichten niet meer. Foto’s staan ondersteboven, woorden staan door elkaar. Alle klinkers zijn vervangen door de ‘u’.

Ja, je bent gehackt. Eén troost: het is ongevaarlijk. „Wij zijn de goeie kant”, zegt mediakunstenaar Constant Dullaart, brein achter deze ‘digitale sculptuur’: „Wij stelen geen foto's, geen wachtwoorden, geen creditcardgegevens. Al had dat makkelijk gekund. Ik hoop dat mensen genoeg schrikken om zich van dit soort gevaren bewust te worden.”

Daartoe past hij de berichten telkens anders aan. Ook vormen de namen van de 150 wifi-punten een dichterlijk manifest, dat mensen waarschuwt. En, zegt hij glimmend: het is de grootste sculptuur van Nederland. Zelfs al is het kunstwerk voor veel mensen totaal onzichtbaar.

Vreemde momenten beleven

Dullaart is een van zes kunstenaars die een tijdelijk kunstwerk hebben ontworpen voor het stationsgebied in Utrecht. Dat is flink op de schop genomen – slogan: CU2030 – waarbij fondsen vrijkwamen en de stichting ‘Kunst in het Stationsgebied’ projecten organiseert. Glimmende sculpturen of gevelkunst vond de organisatie weinig zinvol: het stationsgebied is een mensenmassa, een verkeersknooppunt en een halve bouwput bovendien. Dus werden het performances en tijdelijke installaties: kunst die zich voegt naar die drukte.

Opgelet dus. Wie de komende maanden op het station komt, kan vreemde momenten beleven. Zo staan in de stationshal vier mensen te niksen – kijken wat op hun telefoon, draaien zich om, laten sigaretten vallen, rapen ze op. Niets bijzonders, ware het niet dat ze het alle vier synchroon doen – iets wat niet elke passant zal opvallen. „Maar wie het wel doorheeft, zal daarna met verscherpte aandacht om zich heen kijken”, hoopt kunstenaarsduo Sander Breure en Witte van Hulzen. Maandenlang legden ze in Utrecht een ‘archief’ aan van alledaagse handelingen, stof voor nieuw werk.

Andere performances komen van kunstenaar en sjamanist Marcus Coates, die gebeurtenissen uit de kalender van de natuur vertaalt naar optredens. Hij wil de natuur terugbrengen in het stedelijk leven. Toen vleermuizen in juni weer actief werden, trad een koor op met vleermuisgepiep. Een speciaal aankomstbord naast de stationshal geeft aan wanneer niet treinen, maar vogels en vissen in Nederland aankomen.

Andere bijdragen zijn een kleurig paviljoen met cirkelvormige zitplekken op de stationstrap door kunstenaarsduo Polylester, een hijskraanvormige sculptuur van kunstenaarsduo HeHe, en een openbaar werkatelier waar kunstenaar Berend Strik en modeontwerper Aziz Bekkaoui een voorstelling voorbereiden. De projecten lopen enkele maanden, na 2018 worden meer permanente kunstwerken verwacht.

Tegen het consumentisme

Optredens, digitale hacking, zou dit de toekomst van opdrachtkunst zijn? Onstoffelijke kunst – ontmoetingskunst, performances – is geliefd bij kunstenaars als daad tegen passief consumentisme. Door bezoekers te activeren, ze deelgenoot te maken, schenk je mensen iets waardevols, is het idee. Gek genoeg kan onstoffelijkheid ook passen bij overheden: die ontzamelen, bouwen minder, of kiezen voor multifunctionele architectuur – liever zonder te veel nagelvaste gevelplastieken.

Onstoffelijke kunst biedt beperkingen of vrijheid, het is maar hoe je het bekijkt. Witte van Hulzen is opgetogen: „Performancekunst was vroeger echt kunst tegen het establishment, mensen die een mes in hun lijf staken. Dat soort werk kun je niet blijven herhalen. Los daarvan is het leuk om hier zo’n groot publiek te hebben, per dag zien wel zo’n duizend man onze choreografie.”

Wie goed kijkt, kan veel zien. Wie vooral de trein moet halen, kan een hele trits kunstwerken passeren zonder ook maar iets door te hebben.

Public Works, t/m 31 mei 2017 in Hoog Catharijne en stationsgebied Utrecht. Inl: www.publicworksutrecht.nl