Aangifte doen als zzp’er? Vergeet je huis niet

belasting

Je huurkosten opvoeren als aftrekpost, wanneer mag dat nu eigenlijk?

Illustratie Tomas Schats

Goed nieuws voor zzp’ers: zelfstandigen mogen de volledige huurkosten van hun woonhuis voortaan opvoeren als fiscale aftrekpost. Dat bleek vorige week uit een uitspraak van de Hoge Raad. Hoe goed dat nieuws is, bewees de ondernemer die de zaak aanvocht meteen zelf maar even: zijn belastbare inkomen ging in één klap van 33.238 euro, naar 27.469 euro. Dat scheelt nogal wat.

Geen aanleiding om de wet aan te passen, bepaalde staatssecretaris Wiebes (VVD) vrijwel direct. Hoog tijd om te snoeien in het woud van aftrekposten, zegt de PvdA nu. Maar voor wie geldt de uitspraak nu eigenlijk?

Uit de uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat zzp’ers die werkzaamheden vanuit huis verrichten – denk aan: thuiswerken, voorraden opslaan, administratie bijwerken, of een afspraak met klanten maken – het huurrecht tot hun vermogensrecht mogen rekenen. Dat wil zeggen dat een gehuurd huis opgevoerd kan worden als kostenpost, bij de aangifte van de inkomstenbelasting. Voorwaarde is dan wel dat minimaal 10 procent van het huis ‘zakelijk’ gebruikt wordt. Dat kan bijvoorbeeld om een werkkamer gaan, maar de keukentafel waaraan je klanten ontvangt, of die enorme archiefkast achterin de kamer tellen ook mee. Reken je vervolgens niet té rijk: voor het privégebruik van de woning moet een bedrag aan de winst moet worden toegevoegd: de bijtelling.

Terugwerkende kracht

Geldt de uitspraak met terugwerkende kracht? „Ja”, zegt Willem Suijkerbuijk van boekhoudkantoor Kees de Boekhouder.

„Maar let wel op: de beslissing om je huurkosten tot je vermogen te rekenen kun je alleen nemen in het jaar waarin je de onderneming bent begonnen, of bij het betrekken van een nieuwe huurwoning.”

En dat betekent dat je de huur alleen als kostenpost kunt opvoeren wanneer je sinds een van die momenten nog een aangifte inkomstenbelasting moet doen, de aangifte sindsdien nog niet definitief is, óf dat de aangifte nog binnen de bezwaartermijn van zes weken valt.