19 medailles, waarom is dat niet genoeg?

Rio 2016

De teleurstelling over de Nederlandse prestaties op de Olympische Spelen is voelbaar. „Meedoen belangrijker dan winnen? Dat gaat echt niet op.”

De huldiging van TeamNL in de RAI voor de prestaties op de Olympische Spelen in Rio. Foto Remko de Waal / ANP

Misschien heeft het wel met de afgelopen dagen te maken. Met de kritiek van Nederlandse olympiërs op NOC*NSF en de ‘loservlucht’ waarop ze mee moesten, en waardoor ze de rest van de ploeg alleen schreeuwend voor de tv konden steunen.

En met de items tijdens de eerste talkshowavond sinds de Spelen in Rio: in De Wereld Draait Door zat judoka Henk Grol, vooraf kanshebber op een medaille in Rio – zeker volgens Grol zelf– om zijn verhaal te doen. Daarna een minutenlange reeks olympische teleurstellingen, begeleid door een orkest dat Bittersweet Symphony speelde: een snikkende Noël van ’t End, een met haar schoenen smijtende Dafne Schippers.

Later die avond schoven zwemster Femke Heemskerk, judoka Marhinde Verkerk en wielrenner Tom Dumoulin aan bij Pauw. Allemaal maakten ze teleurstelling mee, zelfs Dumoulin, ook al won hij zilver. En dan was er nog chef de mission Maurits Hendriks die het gewoon zei: hij was teleurgesteld over het aantal medailles. De focus ligt vooralsnog nog een beetje op de teleurstelling over de prestaties.

Negentien medailles. Eén minder dan vier jaar terug in Londen. Wel acht keer goud, een aantal dat alleen in Sydney in 2000 werd overtroffen (12). Maarten van Bottenburg, hoogleraar Sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht, proeft de teleurstelling van de afgelopen dagen ook, maar benadrukt dat Nederland het gewoon heel goed heeft gedaan. „Acht goud is net zoveel als landen als landen als Italië en Australië. We hoorden bij de beste landen, op de allergrootste na.”

Ondergrens is niet gehaald

Eind vorig jaar noemde Hendriks Londen de ondergrens. Die ondergrens werd nu niet gehaald. Van Bottenburg zegt:

„We zijn net achter de verwachtingen gebleven. Het waren vooral judo, zwemmen en de paardensport, onderdelen waar we in het verleden altijd meer medailles op haalden, die tegenvielen.”

Eén medaille slechts bij het judo, een bronzen voor Anicka van Emden, maar veel vroege uitschakelingen voor medaillekandidaten als Kim Polling, Grol en Verkerk. In het open water werd maximaal gepresteerd met de gouden medailles voor Sharon van Rouwendaal en Ferry Weertman, maar in het zwembad werd er niets gevierd. Ook geen enkele medaille voor de spring- en dressuurploeg.

De teleurstelling bij Hendriks zat hem bij deze drie sporten vooral in het feit dat NOC*NSF hierin juist met het oog op topprestaties met extra nadruk in heeft geïnvesteerd. „De verwachting was dat de investeringen en het focusbeleid voor meer groei zouden zorgen”, zegt Van Bottenburg. Tegelijkertijd zijn er op deze Spelen juist in veel verschillende sporten medailles werden behaald. „De olympische ploeg was nog nooit zo breed.”

Maar NOC*NSF en ook de gemiddelde Nederlander hebben hoge verwachtingen, en daarmee valt de teleurstelling volgens Van Bottenburg deels uit te leggen. Die verwachtingen zijn ook redelijk. Want Nederland mag dan klein zijn, er is wel degelijk sprake van een topsportklimaat.

„We onderschatten hier weleens hoe belangrijk we sport vinden. Ons topsportklimaat is sinds begin jaren negentig ook flink veranderd. Tot de Spelen van Barcelona in 1992 deden we er op de medaillespiegel niet toe, nu staan we consequent tussen plek tien en vijftien. Nederland is geen China, nee, geen Rusland, geen Verenigde Staten. Maar het gaat erom óf je investeert en hoe je investeert in topsport. Uit onderzoek naar zestien landen kwam naar voren dat Nederland zeer efficiënt investeert.”

Niet tevreden met zilver

Er wordt in Nederland volgens Van Bottenburg heel anders naar topsport gekeken dan in Scandinavische landen bijvoorbeeld, of België.

„Het is niet zoals in de VS misschien, maar ook hier zijn kinderen van jongs af aan bezig met sport. Gewoon bij verenigingen, maar de basis wordt daar wel gelegd.”

Nederlanders – nooit deden er meer mee dan in Rio – zijn volgens Van Bottenburg kanshebbers waar ze ook aan meedoen. „Dat heeft deels met het strenge selectiebeleid van NOC*NSF te maken. Je moet bij de wereldtop staan. ‘Meedoen is belangrijker dan winnen’ gaat echt niet op. Als je meegaat, ben je kanshebber.”

Wat ook bijdraagt aan de teleurstelling, volgens hem: sporters zijn niet meer tevreden met zilver. Neem een Dumoulin, Schippers, de hockeyvrouwen. Van Bottenburg:

„Dat zegt iets over hoe wij in Nederland sport bedrijven. Dat zilver een teleurstelling is, zou ik bijna een nieuwe stap in het topsportklimaat noemen.”

Emotionele Spelen

Het voelde als emotionele Spelen, zegt Van Bottenburg, als de Spelen van alles of niets. Symbolisch vond hij de val van wielrenster Annemiek van Vleuten, die onderweg naar goud tijdens een afdaling de controle verloor en levenloos over een hoge betonnen stoeprand gevouwen lag.

„Er werd daarna goud gewonnen, maar tegelijk dacht je dat zij misschien dood op de weg lag. Het waren uitersten: het was of teleurstelling, of het was euforie.”