Schep orde in de berg digitale foto’s

We maken meer foto’s dan ooit, maar bekijken doen we ze nauwelijks. Wie garandeert dat die foto’s blijven bestaan?

Leuk, zo’n strandtentje op Vlieland. Even wat foto’s naar het thuisfront appen. Meteen die andere op Instagram zetten. De vogelkiekjes gaan op Facebook, net als die selfie na het kitesurfen – kunnen je collega’s die ook vast bekijken. Filtertje erover, en kom maar door met die likes.

Fotograferen kan tegenwoordig snel en gratis. De telefoon, vaak met kwalitatief goede camera, behoort tot onze standaarduitrusting. Delen is simpel: sociale media als Facebook (schatting: zeker 350 miljoen geposte foto’s per dag, wereldwijd) en Instagram (zeker 70 miljoen) zijn ingericht op het maken en verspreiden van beeld voor een groot publiek. Dit jaar zullen wereldwijd grofweg 2,5 biljoen foto’s online worden gedeeld of opgeslagen, schat adviesbureau Deloitte – 15 procent meer dan vorig jaar.

Waarom maken we zoveel foto’s? De primaire functie van fotografie verandert, zegt José van Dijck, KNAW-president en hoogleraar mediastudies. Foto’s worden steeds meer een middel voor sociale interactie. „Vroeger maakte je foto’s als herinnering, om in albums te stoppen. Nu stuur je ze om iets te zeggen, om een emotie over te brengen.” Denk aan een foto van je vers gekochte Starbucks-koffie. „Dat hoeft het volgende moment niet meer belangrijk te zijn.”

Meer lezen over tech en media? Volg ons op Twitter: @NRCtechmedia.

Doordat het aantal toeneemt, wordt archiveren ingewikkelder: je moet vaker bedenken welke foto’s je (al dan niet) wilt bewaren. „Als je dat niet vanaf het begin systematisch doet, is het onbegonnen werk”, zegt Van Dijck. „Je moet er heel veel tijd voor vrijmaken.” Want de archieffunctie is belangrijk:

“Foto’s maak je vaak impulsief, maar wil je later toch nog gebruiken.”

De meeste mensen hebben duizenden tot tienduizenden bestandjes. Op computers, telefoons, harde schijven, sociale media, apps, in de cloud. En dan krijg je ook nog foto’s van anderen, via diensten als WhatsApp. Zie daar nog maar iets in terug te vinden - laat staan over twintig jaar.

Digitale puinzooi

We zijn lui in het bijhouden van ons digitaal archief, blijkt uit onderzoek van Cathy Marshall, topresearcher bij Microsoft. Hier eens een back-up, daar een kopietje: veel systeem zit er niet in. „De meesten maken er een puinzooi van”, zegt ook Martijn van den Broek, hoofd Collecties bij het Nederlands Fotomuseum. „Ze denken: ik heb die foto ergens geplaatst, dus die staat in mijn feed, die kan ik online terugvinden. Dat is naïef, het is schijnveiligheid.”

Het zomaar online zetten van foto’s biedt geen garantie voor de verre toekomst, zeggen experts. Je geeft de bestanden immers aan een externe partij, en dat kan – afhankelijk van de voorwaarden – gevolgen hebben. Denk aan Hyves: toen dat in 2013 van een sociaal netwerk in een gameplatform veranderde, konden leden hun foto’s nog twee weken terughalen. Toen verdween alles - tot frustratie van fans. „Hyves bestond niet meer, dus de overeenkomst tussen Hyves en de gebruikers verviel”, zegt online jurist Charlotte Meindersma. „Het bedrijf had geen geldige reden om foto’s, video’s en andere content te behouden.”

Lees ook: Het eind van Hyves kwam niet onverwacht, over hoe Hyves de strijd verloor van Facebook.

Dat geldt ook voor de cloud: diensten als Dropbox, Google Photos, iCloud (Apple) of OneDrive (Microsoft). Hoewel zij niet zomaar zullen stoppen met hun dienst, blijf je uiteindelijk afhankelijk van de voorwaarden van de cloud-beheerder. „De cloud is een fysieke machine, een serverfabriek. Ook die is kwetsbaar”, zegt Eric Ketelaar, emeritus-hoogleraar Archiefwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. „En als de dienst over tientallen jaren failliet gaat, kan een ander zeggen: ruim op die rommel.” Dan kun je maar beter wat back-ups hebben liggen.

Een foto in een schoenendoos kan scheuren of verkleuren – denk aan de 45.000 kleurendia’s die fotograaf Ed van der Elsken in zijn vochtige dijkhuisje liet beschimmelen. Maar analoge foto’s kun je nog altijd bekijken. Hoe zit dat bij digitale bestanden? Wat als de computer over tientallen jaar de fotobestanden niet meer herkent? De bestandsindeling JPEG, veel gebruikt voor foto’s, heeft geen eeuwige levensduur. Je moet dus tijdig blijven converteren, zegt Van den Broek.

“Veel mensen kwakken hun foto-cd in de kast en zien tien jaar later wel weer verder. Dan kan het zomaar zijn dat deze niet meer leesbaar is.”

Zoeken in hooiberg

Een voordeel van digitale bestanden: je kunt ze eindeloos kopiëren. Elke kopie - ook die in back-ups - is net zo goed als het origineel. Maar kopieën zorgen ook voor nóg meer foto’s. Hoe orden je die stapels?

Commerciële partijen als Apple en Google willen daarbij helpen: zij ontwikkelen technieken om de boel op orde te brengen. Vaak gebeurt dat met metadata. De meeste smartphones verzamelen al data over de tijd, datum en vaak plaats waarop de foto is gemaakt. Ook weet de telefoon door de voor- of achterkantcamera of je een selfie hebt gemaakt. Scheelt weer sorteren.

Onder andere iPhoto en Google Photos gebruiken ook gezichtsherkenning, hoewel deze nog niet optimaal functioneert. „Maar de ontwikkelingen gaan snel”, zegt Van den Broek. „Als je weet dat je op vakantie een rode jas aan had, kun je foto’s in de toekomst vinden door te zoeken op ‘rood’. Dat maakt het gemakkelijker.” Maar wat als je in twintigduizend foto’s – het aantal selfies dat jongvolwassenen in hun leven maken, aldus Ketelaar ¬– moet zoeken? Ga er maar aan staan.

Lees ook: Facebook is de smoelenkampioen, over de gezichtsherkenningstechnologie van het sociale netwerk.

Op dit moment vergt dat nog allerlei archiveringshandelingen. Mapje voor familie, mapje voor vakantie, mapje voor hardloopselfies. Ouderwets metadateren, net als vroeger, in het fotoalbum: Jan-Erik en Hedy op Vlieland, 16-08-2016. Maar dan moet je dat wel kunnen opbrengen. “De meerderheid just takes the photograph”, zegt Ketelaar, “om nu met vrienden te delen.”

“En morgen maak je gewoon weer nieuwe.”