Waarom trokken die Mongoolse worstelcoaches hun kleren uit?

Opeens trokken de twee coaches van de Mongoolse worstelaar Mandakhnaran Gandorig woedend hun kleren uit, voor het oog van de jury die de bronzen medaille net aan diens tegenstander hadden gegeven. Waarom deden ze dat?

Foto Laurent Kalfala/AFP

Het zijn pezige, stevige mannen met van die kenmerkende bloemkooloren. Oren waarvan het voor altijd opgebolde kraakbeen verraadt dat er ooit te vaak aan is getrokken of gesjord. En dat klopt. De Mongoolse worstelcoaches Byambarenchin Bayaraa en Tsogtbayar Tserenbaatar hebben zelf ook geworsteld, van wie de laatste op het hoogste niveau. In de jaren negentig deed hij tweemaal mee aan de Olympische Spelen, zij het zonder succes.

Het is ook niet zijn eigen deelname aan de Spelen van Barcelona en Atlanta die zijn landgenoten vermoedelijk het meest zal bijblijven. Sinds zondag zal Tserenbaatar worden herinnerd als de coach die in Rio uit frustratie zijn kleren uittrok nadat zijn protegé Mandakhnaran Gandorig de strijd om het brons had verloren in de verliezersfinale tot 65 kilo.

Uitdaging

Tserenbaatar stripte. Omdat hij niet kon geloven dat Gandorig alsnog had verloren. De Mongoliër zou de partij gaan winnen en was daar zo heilig van overtuigd dat hij de overwinning bijna tien seconden voor het einde al begon te vieren. Opponent Ikhtiyor Navruzov uit Oezbekistan probeerde zich nog op hem te storten, maar dit was onmogelijk. Gandorig rende uitdagend van hem weg in rondjes, met gebalde vuisten in de lucht.

Wie bekend is met Mongoolse worstelkunst, zag dat dit ontwijken wat weg had van de rituele overwinningsdans in het Mongoolse worstelen. Gandorig bewoog zijn armen op en neer, zoals winnaars dat behoren te doen: op en neer als de vleugels van een adelaar. Verschil is dat er nu op een officiële mat wordt gestreden en niet als gewoonlijk op een dorre vlakte nabij hoofdstad Ulaanbataar.

De sport is er zeer geliefd. Naast boogschieten en paardrijden geldt worstelen als een van de drie mannelijke vaardigheden in Mongolië. In een ver verleden was het heerser Dzjengis Khan (1162-1227) die al geloofde dat worstelen de perfecte training was voor zijn leger. Meer dan duizend jaar later afficheren Mongoolse leider zich nog steeds graag met de sport. Toen vicepresident Joe Biden er namens de VS op staatsbezoek was, werd hij in een tent gezet om partijen te aanschouwen. Foto van die dag: Biden in worstelhouding tegenover een vriendelijke reus waar hij twee keer in paste.

Passief

Zo breed en groot is Mandakhnaran Gandorig niet. De worstelaar in de verliezersfinale is smal en pezig. En snel en lenig genoeg om de laatste tien seconden van de partij weg te glippen van zijn opponent uit Oezbekistan. Na de laatste zoemer juichen hij en zijn entourage nog harder. Zijn beide coaches huilen en assistent-coach Tserenbaatar geeft hem een kus en tilt hem op zoals een ouder dat doet wanneer hij zijn kind wil laten zweven als een vliegtuig. Pure liefde en trots. Al die sportmaaltijden zonder vet, al die bezoeken aan de sauna tegen overtollige ballast: het is niet voor niets geweest. Opoffering beloond.

Maar dan. Ineens ziet Gandorig dat hij aan het slot nog een strafpunt heeft gekregen voor passiviteit. Door juichend in het rond te rennen, ontnam hij zijn tegenstander de mogelijkheid om een punt te maken. Eindstand: 7-7. Doordat beide mannen vanaf dat moment evenveel punten hebben, geldt een speciale regel in het worstelen: de maker van het laatste punt wint: de Oezbeek Navruzov.

Dezelfde Navruzov, wiens kwartfinale ook in controverse eindigde. Hij won toen via dezelfde regel, waarna de verantwoordelijke arbiters werden gestraft om die foutieve beslissing. Ze moesten naar huis.

Uitzonderlijk is die controverse niet. Evenals bij andere vechtsporten geldt bij worstelen ook dat bepaalde worpen en wurggrepen door de een verschillend geïnterpreteerd kunnen worden dan de ander. Net zoals er verschillende zienswijzen bestaan van het begrip passiviteit. Op de Spelen van 2008 gooide een Zweedse worstelaar zijn bronzen medaille weg. Na de halve finale te hebben verloren wegens passiviteit was hij te kwaad om zijn medaille te koesteren.

Tien medailles

Die desinteresse voor brons geldt niet voor de Mongoliërs. Als ze doorhebben dat ze hebben verloren, slaan ze op tilt. Gandorig gaat op zijn knieën voor de jury die onverbiddelijk bleef. Zijn coaches vloeken. Wenden zich ook tot de jury en beginnen zich daar uit te kleden. Hoofdcoach Bayaraa stopt bij zijn broek, assistent Tserenbaatar gaat een stap verder.

Dit is wat Tserenbaatar bij de aansluitende persconferentie verklaarde over zijn stripact. “Er zijn drie miljoen Mongoliërs die allemaal op een bronzen medaille rekenden. Zoveel sporters van ons zijn hier niet. En nu? Geen brons. Heel het stadion was voor ons.” Het land met een kleine drie miljoen inwoners had 43 sporters afgevaardigd naar Rio. Eén judoka won er zilver, een bokser brons. Het waren de negende en tiende medaille die Mongolische sporters ooit wonnen op de Spelen. Nooit goud.

Tserenbaatar wist wat andere coaches op het olympisch toernooi ook al hadden geconstateerd: dat goede arbitrage bij het worstelen zeldzaam is. Nenad Lalovic, hoogste man in de worstelsport, pareerde die kritiek al eerder in Rio. “Het is veel beter dan het vroeger was. Echt veel beter.”

Misschien was het onnodig dat Tserenbaatar zijn kleren uittrok. Maar zijn actie getuigde wel van gedrevenheid. In zijn onderbroek verbeeldde hij de overtreffende trap van bittere ernst. Dit was zijn naakte waarheid.