Arnon Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

11/14

‘Toen ik verkering kreeg, reed ik al varkens’

Arnon Grunberg

Om vier uur in de nacht klim ik in de vrachtwagen van Jan van Hemert. We gaan varkens ophalen bij Antoon Schouten.

„Ik zit vijfendertig jaar in het vak en ik ben op mijn achttiende begonnen,” zegt Jan. „Mijn vader zat al in de varkens, dan weet je niet beter.”

We kijken naar de volle maan.

„Ik heb al varkens afgeleverd bij Westfort. Ze beginnen vroeg met slachten, dus de eerste varkens moeten er al ’s avonds laat zijn.”

„Heb je een privéleven?” informeer ik.

„Ik ga altijd om een uur in de middag naar bed,” vertelt Jan, „dan heb je toch een soort ritme. Toen ik verkering kreeg, reed ik al varkens, dus mijn vrouw weet niet beter. Ik rijd altijd door, ook als ik ziek ben. Of je nu thuis met pijn ligt of met pijn in de wagen zit maakt niets uit. Op vakantie ga ik niet. Wel toen de kinderen klein waren, ik heb alle Center Parcs van Nederland gezien.”

„Hoeveel varkens passen er in je wagen?” vraag ik.

„205,” zegt Jan. „Het zijn er steeds minder geworden, want dierenwelzijn staat hoog in het vaandel.”

Om een uur of 5 parkeren we voor de varkensstallen.

Jan strooit zaagsel in zijn vrachtwagen. Dan pakt hij een soort grote, groene rammelaar, hij geeft er mij ook een. Met de rammelaar worden de varkens in de vrachtwagen gedirigeerd.

Het stukje tussen stal en vrachtwagen is het enige daglicht dat ze zien, maar het is donker dus daar merken ze weinig van.

„Varkens lopen naar het licht,” zegt Jan. „Dus als we in de stal het licht uitdoen en we doen het hier aan komen de varkens vanzelf naar buiten.”

Voor ze de vrachtwagen ingaan worden ze een tweede keer geoormerkt, voor het geval het eerste oormerk er is uitgetrokken.

Ik mag ze ook oormerken. Dat valt niet mee, zo’n varken bij zijn oor pakken.

„Kom, jongens,” roept Antoon vanuit de stal.

„Ze lopen hard tegen je knieën op,” zegt Jan.

En vanuit de deuropening zegt Antoon: „Wandelende koteletjes.”

Dat zijn het ook. Hebben de koteletjes een ziel?

Tussen de varkens besef ik dat Christus niet zozeer voor de mensen als wel voor de varkens is gestorven. De eersten zullen de laatsten zijn en in de toekomstige wereld zullen de koteletjes voorop lopen.

Met die vrome, ietwat katholieke gedachte, voel ik mij van alle zonden verlost.

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’