Rechterbeen gezocht (6)

Janice zag er prachtig uit in haar strakke zwarte lange jurk, met zilverkleurige lovertjes rond haar décolleté. Haar lange zwarte haar opgestoken. Haar nieuwe krokodillenlerentasje bij zich. Alle ogen waren op hen gericht toen ze het restaurant binnenkwamen. Ze waren het enige donkere paar.

Restaurant De Passie was een typisch modern-culinaire tent. Pretentieus strak design. Ritselend van de obers. Niks voor Ray. Maar aan hem zou het niet liggen vanavond. Hij wilde het beste voor zijn meisje. Hij bestelde meteen champagne. Om te vieren dat Janice eindelijk een solocontract als soulzangeres had binnengesleept. Toeren in Duitsland, Janice kon over niets anders praten. Het leek Ray onverstandig om over zijn werk te beginnen. De vermoorde vrouw in de Bijlmerbajesgracht.

Het was feest dus ze kozen het ‘laat-je-verrassen-door-de-chefmenu’, tien gangen met louter verse streekproducten. „O Ray, ik ben zo gelukkig”, zei Janice. Ray schonk nog eens in.

De ober serveerde de vierde gang. „Crawfish, echt soulfood.” Hij zette twee bordjes neer met grijze hapjes in een ondiep beige sausje. Voor de uitleg zette hij nog een bordje op tafel. Met het complete dier erop. Ray herkende het meteen. „Dit”, zei de ober en pakte het beest op, „is een Amerikaanse rivierkreeft, uit de wateren hier in de omgeving. Heel smakelijk. Opmerkelijk detail is”, zei hij – en keerde ongepelde dier met scharen en pootjes naar Janice en Ray toe – „dat dit diertje twee penissen heeft.” Hij wees met de pink naar twee pootachtige uitstulpsels aan het onderlijf. „Maar die eet u niet hoor... Eet smakelijk!”

Janice moest lachen en nam haar eerste hap. Ray dwong zichzelf ook een hap te nemen. Maar het kreeftenlijfje bleef steken in zijn keel. Hij zag de wriemelende rivierkreeft weer voor zich die de duiker uit de mond van de dode vrouw had gepeuterd.

Ray moest kokhalzen. Hij probeerde uit alle macht te slikken, maar dat werkte averechts, en in plaats van dat de hap naar binnen ging, kwam die met kracht naar buiten. Met een perfecte boog kotste Ray Janices prachtige zwarte jurk onder de rivierkreeft met beige saus.

„What the fuck!”, riep Janice. Ze sprong op; haar stoel viel met een klap achterover.

Vanuit het niets schoot een lange, magere man tevoorschijn, die haar meevoerde naar achteren.

Toen Ray, die even naar de wc was gegaan om zich op te frissen, terugkwam, zat de man, strak in het pak, haar naar achteren, uitvoerig met Janice te praten aan tafel. Op Rays stoel. „Patrick Lemoensberg, eigenaar en gastheer”, stelde hij zich voor, en liet een extra stoel voor Ray bijzetten. De man ging niet meer weg. Hij vroeg Janice honderduit naar haar carrière, liet nog meer champagne aanrukken – Ray kreeg er geen woord tussen. Lemoensberg begon mee te eten en over zijn eigen zaken te vertellen, De Passie was nog maar een begin, hij wilde een ‘gamechanger’ zijn met een groot horecaproject in Amsterdam. Details kon hij nog niet geven, maar het zou wereldnieuws worden.

Janice had het naar haar zin – met Lemoensberg. Ray voelde zich steeds ongemakkelijker. Toen ging ook nog zijn telefoon. Hij had piketdienst, dus moest opnemen. Hij liep weg van tafel. Een opgewonden Nol Fontein aan de lijn, hoofd voorlichting van de politie Amsterdam. „Ray, kerel, soul cop! Ik heb je nodig. Nu meteen!”

(Wordt vervolgd)