Over de rug van het paard

Mens en paard gaan juist aangenaam met elkaar om

illustratie Pavel Constantin

In zijn opiniestuk De rug van een paard is niet bedoeld om te rijden (NRC Weekend, O&D pagina 6, 20 augustus) komt Willem Vermaat tot een absurde conclusie: we zouden moeten stoppen met het fokken en gebruiken van de dieren.

Het paardenras bestaat al meer dan vijfduizend jaar en wordt al sinds mensenheugenis gebruikt om op te rijden. Met meer recht kun je beweren dat koeien niet bedoeld zijn om op te vreten, en dat honden in roedels in de bossen thuishoren. Wat er met paarden in het wild gebeurt kunnen we in de Oostvaardersplassen zien; paardenliefhebbers kunnen daar beter wegblijven.

Het paard draagt de ruiter niet met zijn rugspieren, maar veel meer met zijn buikspieren. De rugspier van het paard is een bewegingsspier.

Rugproblemen bij een paard – die trouwens helemaal niet bijster veel voorkomen – hebben dan ook meestal meer te maken met verkeerde bewegingen dan met (het gewicht van) een ruiter. Zelf ben ik zo’n dertig jaar actief in de paardensport en de fokkerij, maar heb nog nooit een paard met rugproblemen gehad.

De mishandelingen waar Vermaat op doelt zijn misstanden die in de topsport wel voorkomen, maar waar gelukkig veel aandacht voor is en die algemeen worden afgekeurd. Het gebruik van de zweep door Jur Vrieling heeft meer met frustratie en emotie van doen dan met paardenleed. Een paard lijdt niet onder een tik met een zweep. Terecht overigens dat hij hierop wordt aangesproken.

In de dressuur is er de omstreden ‘rollkür’ methode. Die is inmiddels in Zwitserland bij wet verboden, en ook binnen de Europese paardensportbond (FEI) wordt daar de nodige discussie over gevoerd. Een verantwoord gebruik van sportpaarden is van essentieel belang voor het genoegen dat publiek en ruiter aan de hippische sport kan beleven.

Paardensport is groot in Nederland. Er zijn bijna 300.000 paarden en pony’s in ons land. De meeste paarden staan met meerdere soortgenoten op stal en worden op en top verzorgd. Na een middagje in het land willen mijn paarden maar wat graag weer naar hun ruime stal, waar ze lekker kunnen rusten en hun eigen drinkwatervoorziening hebben. Een keer in de week laat ik ze een parcours springen, waar ze met hun oortjes naar voren en zonder morren rond lopen; er is geen enkele aanwijzing dat ze dit als onaangenaam ervaren.

Ik zou ze niet graag hun ‘vrijheid’ teruggeven, zoals de heer Vermaat lijkt te bepleiten, want het paard is gedomesticeerd en kan niet overleven in de vrije natuur.