‘Ons Tootske’ bleef een doodgewone Brusselse ket

Het duurde enkele decennia voor Toots Thielemans ook in België de waardering kreeg die hij verdiende. Maar nu rouwt de hele natie om de overleden jazzlegende die altijd ‘die gezellige nonkel’ is gebleven.

Toots Thielemans (91) speelt op zijn mondharmonica tijdens South East Jazz Festival in de Amsterdam Arena. Foto Evert Elzinga / ANP

„Een voorbeeld voor ons allemaal”, zegt een zichtbaar geëmotioneerde Brusselaar. Hij heeft het nieuws pas net gehoord: zijn beroemde stadsgenoot Toots Thielemans is op 94-jarige leeftijd in zijn slaap overleden. „Zeer triest. Een hele grote Belg en tegelijk zo’n eenvoudige mens die het met een simpel instrument als een mondharmonica is gaan maken in Amerika. Uniek!”

Hij is met zijn vrienden naar het Brusselse Warandepark gekomen voor een van de jaarlijke zomerse lunchconcerten. Op het podium brengen artiesten een ode aan Thielemans. En in het publiek is de dood van ‘Toots’ het gesprek van de dag. „Hij was een echte Brusselse ‘ket’, een schoffie uit de arme volkswijk Marollen,” zegt een vijftiger die met zijn collega een vroege pint bestelt aan de bar. De Bluesette, Thielemans grootste hit, neurieën? Vooruit, dat durven ze nog wel. „Maar we gaon ’m nie fluiten hé! Dat kon alleen ons Tootske.”

Pensioenfonds

Zelf noemde Thielemans Bluesette, dat hij in 1962 componeerde, zijn ‘pensioenfonds’. Hij schreef het nummer tien jaar na zijn emigratie naar de Verenigde Staten. Bluesette, waarop hij unisono de melodie meefluit, werd een wereldhit en bracht Thielemans rijkdom.

„Maar in België had men in die tijd nog geen idee wie Thielemans was”, zegt jazzexpert Karel Van Keymeulen van dagblad De Standaard. „Pas decennia later kreeg hij ook thuis in België de erkenning die hij verdiende.” Volgens Van Keymeulen is dat „eigen aan ieder klein land”. Hij maakt de vergelijking met Jacques Brel, die andere grote Belgische artiest. „Die moest ook eerst in het buitenland doorbreken voordat de Belgen hem omarmden. Internationale waardering weegt nu eenmaal zwaarder dan wat in België over je wordt geschreven.”

Ondanks zijn internationale furore bleef Thielemans „een échte Belg”, zegt Van Keymeulen. „Hij bleef altijd die gezellige nonkel (oompje, red.) op het podium. Hij sprak zijn publiek toe in het Nederlands, in het Frans én in het plat Brusselse dialect.” Humor en zelfspot typeerden hem. „Zoals elke Brusselaar was hij erg goed in zelfrelativering. Ik schreef een keer een slechte recensie over een concert. De volgende keer dat we elkaar zagen kwam hij op me af. ‘Je had gelijk, het was helemaal niks’, zei hij.”

Jean Baptiste Thielemans

Voor Thielemans’ geboortehuis in de Brusselse Hoogstraat haalt muzikant Ben Vanderweyden zijn mondharmonica tevoorschijn. „Een hard bobber, een speciale Thielemans-editie van harmonicaproducent Hohner. Die koester ik met liefde.” Met veel gevoel speelt hij Bluesette, terwijl aan de overkant van de straat een tv-ploeg inzoomt op het plakkaat bij de voordeur: een armzalig, met punaises aangebracht, geplastificeerd A-viertje met de naam ‘Jean Baptiste Thielemans’.

In 1925, net drie jaar oud, speelde Thielemans hier zijn eerste deuntjes op een accordeon. „Le piano des pauvres, de piano van de armen,” zegt Vanderweyden. Pas op de mondharmonica brak hij later door, maar „hij heeft zijn eenvoudige afkomst nooit verloochend”.

Thielemans past nu in het rijtje „allergrootste jazzlegendes”, zegt Vanderweyden. „Quincy Jones, John Coltrane, Miles Davis, Herbie Hancock.” Vergelijkingen met artiesten als André Hazes en Jacques Brel gaan volgens hem niet op. „Thielemans was toch vooral uitvoerend muzikant in dienst van anderen. Maar daarin was hij een hele grote. Wat hem echt uniek maakte, was zijn menselijke sound.”

Voetstuk

Pas de laatste tien jaar werd hij in zijn vaderland op een voetstuk geplaatst. Aan de voet van het Atomium speelde hij tijdens een nationaal evenement ‘Ne me quitte pas’ van landgenoot Jacques Brel. Thielemans kreeg de koninklijke Baron-titel, er werd in Brussel een straat naar hem vernoemd en in 2012 werden ter ere van zijn negentigste verjaardag op acht Belgische locaties verjaardagsconcerten gehouden.

Daarna was het genoeg geweest, vond hij zelf. Tijdens zijn allerlaatste optreden, op het Belgische festival Jazz Middelheim, speelde hij zijn versie van ‘What a wonderful world’.

„Hij zat vol levenslust, maar hij had ook een stevige melancholieke kant,” zegt jazzexpert Van Keymeulen. Daarom ook, volgens hem, keerde Thielemans op late leeftijd terug naar ‘zijn’ Brussel. „Dat zijn toch de wortels die aan je trekken.”