Motorclubleden niet welkom

Motorclubs

Als hun clubhuis dicht moet, gaan motorclubs naar cafés. Maar ook daar worden ze steeds vaker geweerd door de politie. Gevolg: ze gaan naar huiskamers.

De politie valt binnen bij Café Promenade in Rotterdam. Bij de actie werden vier mensen aangehouden. De eigenaresse stopte daarna met het café. Foto Simon Stokvis

Het is Hollandse Avond in Café Promenade in Rotterdam, vrijdagavond 25 maart van dit jaar. Dat betekent dat er een zanger in de bar staat, die de ene na de andere Nederlandstalige klassieker over de speakers brengt. De sfeer zit er goed in: er is eten en er wordt flink doorgedronken.

Onder de veertig gasten bevinden zich flink wat mensen met een zwart motorhesje aan. Op hun rug staat een grote afbeelding van een doodshoofd, en in sierlijke letters No Surrender Holland.

Rond acht uur ’s avonds flitst plotseling een fel licht door de bar. Twintig agenten in kogelvrije vesten stormen het café in. Met gummiknuppels in de aanslag schreeuwen ze dat de muziek uit moet. Iedereen moet z’n handen omhoog houden en wordt door de agenten gefouilleerd.

Reden voor de inval is een tip over de aanwezigheid van vuurwapens, maar die worden niet aangetroffen. Wel vindt de politie een mes en een katapult.

Het Rotterdamse café is pas een klein jaar open, en het overleeft de inval niet. Eigenaresse Usenie Meerts zegt dat ze niet anders kon dan haar kroeg sluiten.

„Opeens was ik eigenaar van een No Surrender-café, want zo stond het in alle kranten. Niemand uit de buurt kwam meer een biertje drinken. Ik ben ervan overtuigd dat dit precies de bedoeling van de inval was. Want er is bijna niks aangetroffen, en het heeft er toch maar mooi toe geleid dat de plek waar No Surrender weleens een biertje dronk niet meer bestaat.”

Hells Angels

De aanpak van het Rotterdamse café maakt deel uit van de strijd die politie, gemeenten en justitie voeren tegen motorclubs die in verband worden gebracht met criminaliteit, zoals No Surrender, Satudarah en Hells Angels. Om het lidmaatschap te ontmoedigen, maakt de overheid het zulke clubs moeilijk om bij elkaar te komen.

Gemeenten sluiten waar mogelijk clubhuizen. Dat kan als zo’n clubhuis in strijd is met het bestemmingsplan, door te controleren of de club de horecawet overtreedt, of door verhuurders te vragen het huurcontract met de motorclub te beëindigen. De aanpak heeft effect: de afgelopen twee jaar hebben autoriteiten 43 clubhuizen gesloten of de aanvraag tot vestiging geblokkeerd. Maar het betekent ook dat de problematiek verschuift: zolang tientallen afdelingen van motorclubs geen eigen gebouw hebben, proberen ze elders samen te komen.

Bijvoorbeeld in het Rotterdamse café van Usenie Meerts. Kort nadat ze het in 2015 heeft geopend, komt een man binnen die zich voorstelt als een lid No Surrender. Hij vraagt of hij er wekelijks met een groepje bij elkaar mag komen. „Ik was eerst wel wat huiverig”, zegt Meerts. „Ik ken ook de verhalen uit de media over die jongens. Maar hij beloofde dat ze zich zouden gedragen. ‘Wij zijn echt geen menseneters’, zei hij. ‘Sta je voor ons open?’ Ik heb toegezegd. Ik wilde ze gewoon een kans geven en niet al meteen veroordelen.”

Vanaf dat moment komen leden van No Surrender op vrijdagavond samen in de kroeg van Meerts. Soms zijn ze met vijfentwintig man, soms met zijn vijven. Ze bestellen broodjes bij de Surinamer in de straat en drinken stevig door aan de bar, tussen andere stamgasten, die niks met de motorclub te maken hebben.

„Het ging eigenlijk hartstikke goed”, zegt Meerts. „Ik heb er niet één keer last van gehad.”

Maar vanaf het moment dat de motorclub zich laat zien in het café, merkt Meerts dat de gemeente haar anders gaat behandelen. Politiecontroles nemen toe. Na sluitingstijd staan agenten voor de deur om te noteren wie er met wie naar buiten gaat.

„In de buurt was ik de enige kroeg die steeds weer een controle kreeg”, zegt Meerts. „De wijkagent kwam langs en vroeg dan: gaat het wel een beetje, is het nog wel te doen, die kroeg runnen? Of er kwamen gemeenteambtenaren langs die vroegen of ik wel wist wie er binnen zat.”

De gemeente Rotterdam zegt dat zij niet kan reageren op individuele gevallen.

Clubhesjes

Ook in de rest van het land proberen gemeenten motorclubleden te verbieden om zich in hun hesjes in de horeca te vertonen. Zo nam de gemeente Sittard-Geleen eind vorige maand een nieuw initiatief om leden van motorbendes te weren. Cafés ontvingen een brief met instructies hoe ze „personen kunnen weigeren in uw gelegenheid, zonder daarbij te discrimineren”. Als de leden hun clubhesjes dragen, kan de ondernemer hun vragen het café te verlaten. Blijven de motorrijders zitten, dan schiet de politie te hulp.

De overheid doet dit omdat justitie over signalen beschikt dat de clubs „door intimidatie of andere drukmiddelen” cafés proberen in te nemen als stamkroeg.

Ruim zeventig cafés in Nederland zouden verweven zijn met verondersteld criminele motorclubs, staat in de voortgangsrapportage van 2015 over Outlaw Motorcycle Gangs (OMG), zoals de politie die motorclubs noemt. „OMG’s bieden bijvoorbeeld aan om een slecht lopende zaak over te nemen (mogelijk witwassen) en de ruimte dan te gebruiken als clubhuis en vergaderlocatie.”

Naar huis

Als het café gesloten is, waar ga je dan heen? Naar huis. Dat is precies wat motorclubs vanwege de sluiting van hun clubhuizen en stamkroegen doen: ze houden clubbijeenkomsten bij individuele leden. Binnen No Surrender is daar in elk geval begin dit jaar sprake van geweest, zeggen bronnen binnen de motorclub tegen deze krant.

Ook motorclub Satudarah wordt het steeds lastiger gemaakt om cafés te bezoeken, vertelt Xanterra Manuhutu, een van de leiders van Satudarah wereldwijd. Vorig jaar had de club de grootste problemen een horecagelegenheid te vinden om zijn 25-jarige bestaan te vieren. Daarom besloot een lid cafés te benaderen met de vraag of er een Turkse bruiloft gehouden kon worden.

De politie kreeg er lucht van. Meteen waarschuwde brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland haar leden per mail: wie benaderd wordt door Satudarah met de vraag of er een Turkse bruiloft gehouden kan worden, moet de politie bellen.

Het is frustrerend, zegt Manuhutu. „We hadden op de hoogtijdagen twaalf clubhuizen door het hele land. Dat zijn er nu nog maar zes of zeven.” Daarom wijken sommige afdelingen van de club uit naar huiskamers.

De Zwolse burgemeester Henk Jan Meijer, sinds dit jaar voorzitter van een overleg tussen burgemeesters over de aanpak van outlaw motorclubs: „Of er sprake is van „een waterbedeffect als motorclubs hun clubhuizen kwijtraken? Ja. Het verplaatst zich naar cafés of bij mensen thuis. Dat ze thuis samen komen, betekent wel dat de chapters wat kleiner blijven, want je kunt niet met tachtig man bij iemand thuis komen.”

In Zwolle sloot Meijer het clubhuis van de Trailer Trash Travelers, omdat het illegaal was.

„Die motorclub is vervolgens massaal in de horeca van Zwolle gaan zitten. Daar voelden de eigenaren zich door geïntimideerd. We hebben die leden toen een verbod gegeven om dat te doen. Hoe ik ze dat kon verbieden? Ze kwamen met tientallen tegelijk naar binnen, dan kun je op basis van noodbevel optreden omdat ze het normale leven verstoren.”

Waar de Travelers nu samenkomen, vindt Meijer moeilijk te zeggen. „Verschuivingen vinden plaats naar andere plekken. Of ze hergroeperen zich in een andere gemeente.”

Sinds ze haar kroeg kwijt is, zit Usenie Meerts werkloos thuis. Heeft ze spijt dat ze No Surrender heeft laten samenkomen in haar café? Meerts: „Natuurlijk denk ik weleens: als ik ze nou maar had geweigerd, dan had ik mijn kroeg misschien nog gehad. Maar ik vind nog steeds: die mannen hebben in mijn kroeg niks verkeerds gedaan, en ik ook niet. Ja, je moet uitkijken, hoor je dan. Maar het is uitkijken voor iets waarvoor je niet kan uitkijken.”