Schrijver Arnon Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

12/14

Ik heb de varkens niet geslagen

Arnon Grunberg

„Kijk, hoe vredig ze daar liggen te slapen”, zegt vrachtwagenchauffeur Jan van Hemert over de varkens die we uitladen bij Westfort Vleesproducten.

Ik weet niet of ‘vredig slapen’ de juiste woorden zijn.

Met behulp van de grote groene rammelaar worden de varkens naar de hokken gebracht vanwaar ze langzaam, bijna automatisch, door middel van een ingenieus sluissysteem, doorschuiven naar de verdovingslift. In deze lift worden ze met gas verdoofd. Anders dan in Abattoir Noord-Holland, waar het verdoven met een electrocuteertang gebeurde. Was ik een varken zou ik voor het gas kiezen.

Nogal wat varkens zitten onder de schrammen van het vechten.

Nadat Jan zijn vrachtwagen heeft gedesinfecteerd sluit ik me aan bij René van Rijn, een forse, behulpzame en kundige man die mij namens Westfort zal begeleiden. René heeft tatoeages die erop wijzen dat hij met varkens werkt.

„Wat is dat geluid?”, vraag ik. Het doet denken aan een niet goed afgestelde machine.

„Dat zijn de varkens”, antwoordt René. „We slachten er 40.000 per week op twee locaties. Vanwege de vakantieperikelen nu iets minder.”

De andere slachterij bevindt zich in Gorinchem, maar de bedoeling is dat die gesloten wordt zodra de slachterij in IJsselstein door China is goedgekeurd. China is een belangrijke markt voor Westfort.

Een dierenarts van de Voedsel- en Warenautoriteit houdt de varkens in de gaten. Ze kijkt chagrijnig. Heel af en toe wordt een varken apart gezet. Die zal aan het einde van de dag op halve snelheid worden geslacht om te kijken of het dier echt gezond was.

Jeroen, een jonge jongen met bril, moet de varkens naar de sluis leiden en vandaar de lift in. De lift gaat op en neer, dat duurt ongeveer anderhalve minuut. Als de lift opengaat, rollen de varkens eruit, ze worden opgehangen aan een achterpoot en vervolgens worden ze ‘gestoken’. Dat wil zeggen dat de halsslagader wordt opengesneden. Het bloed wordt gebruikt voor consumptie.

De varkens zijn nuchter als ze gedood worden omdat je anders kans hebt op bezoedeling als de darmen per ongeluk worden opengesneden.

Ik mag het werk van Jeroen overnemen. Met ijver, nauwgezetheid en zelfs iets van vreugde, ongeveer dus zoals ik schrijf, drijf ik de varkens naar de sluis.

Na een halfuurtje zegt René: „Je hebt er weer een stuk of 250 het hoekie om geholpen.”

Ik heb het humaan gedaan, ik heb de varkens niet geslagen. Zo nu en dan riep ik: „Kom, jongens.”

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’