Tv-recensie: Hoe Griet Op de Beecks noden troeven werden

Zomergasten De tweede Belgische Zomergast van dit jaar sprak radicaal over gevoelens en maakte veel kijkers #VerliefdopGriet.

Geen zeezicht of ruisend korenveld op de achtergrond voor de vierde Zomergast van dit jaar, maar een rafelige opslagplaats. „Ik vind de lelijkheid ook wel mooi, en het verval”, aldus schrijver Griet Op de Beeck.

Het slotfragment van de avond vormde eveneens een plastische visuele verbeelding van haar gedachtegoed: de hoofdrolspeler in de Canadese speelfilm Mommy van Godard-adept Xavier Dolan drukt met zijn blote handen de randen van het nagenoeg vierkante filmkader opzij zodat het breedbeeld wordt. Hij illustreert daarmee Op de Beecks advies: als het slecht met je gaat, wacht dan niet tot iemand je komt redden, maar trek jezelf aan de haren uit de drek.

In tegenstelling tot de keuze vorige week van Hedy d’Ancona waren de meeste fragmenten deze week nieuw voor mij. Op de Beeck wist er meteen veertig, zei ze, maar wist de selectie met pijn en moeite terug te brengen tot dertien (waarvan vijf grotendeels Franstalig, dat verruimt de blik enorm).

Zomergasten in vijf minuten

Het fenomenale succes van Op de Beeck als schrijver valt niet alleen te verklaren uit haar literaire kwaliteiten. Ze spreekt met haar radicale voorliefde voor mensen die anderen niet zien staan en voor een bevrijding van het gevoelsleven en raakt kennelijk een gevoelige snaar, meer nog in Nederland dan in België.

Ook tijdens en na de uitzending was dat merkbaar aan de reacties op Twitter, waar #VerliefdopGriet een populaire hashtag werd. Een overwegend mannelijke minderheid moest niets hebben van haar pleidooien, ten onrechte vergeleken met de zouteloze ideologie van de zelfhulpboekjes.

Ze koos verschillende tv-fragmenten uit waarin mensen in een verdomhoekje terug praten. Gedetineerden en teruggestuurde asielzoekers in Belgische reportages, een jongetje dat herstelde van ernstige brandwonden in het opmerkelijke tv-programma Radio GaGa. Op de Beeck werd vooral geraakt door het feit dat het kind zich schaamde en verontschuldigde voor zijn ongeluk. Ze wenste hem toe dat hij zou leren daarmee op te houden.

Die betrokkenheid lijkt niet los te zien van haar eigen achtergrond, opgevoed door „ouders die om uiteenlopende redenen niet zo geschikt waren voor die rol.” Het is het oude liedje: een ongelukkige jeugd is een goudmijn voor een kunstenaar. Met veel moeite en na therapie wist ze te bewerkstelligen dat „de grootste noden de grootste troeven werden”.

Kijk de hele uitzending terug

Interviewer Thomas Erdbrink keek of hij water zag branden, terwijl de paradoxale relatie tussen romans en autobiografie toch al heel goed was uitgelegd door Jonathan Franzen.

Erdbrink voelt zich duidelijk het minst op z’n gemak bij emoties en psychologie. Hij blijft hardnekkig doorvragen als het allang duidelijk is en ziet andere dingen over het hoofd. Na kritiek vorige week op een soms al te botte toon, werkte hij nu hard aan elegantie en empathie, maar het moest uit zijn tenen komen. Zijn gebruikelijke lichte ironie werkt vast beter in de laatste twee afleveringen, met een wetenschapper en een politicus.

Op de Beeck koos voor veel culturele fragmenten, omdat ze al jong ontdekte dat je je in de wereld van de kunst kon ontworstelen aan een door desinteresse gekenmerkte omgeving. Veel daarvan is te vinden in haar romans, maar die kans liet Erdbrink ook liggen. Hij sprak wel terecht zijn bewondering uit voor de kwaliteit van Belgische speelfilms en documentaires, maar toen Op de Beeck zei weinig te weten van de Nederlandse situatie, verzuimde hij te vragen waarom ze de filmrechten van Kom Hier Dat Ik U Kus had gegund aan de Nederlandse regisseurs Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden. Vlak daarvoor werd een fragment vertoond uit hun documentaire Ne Me Quitte Pas. Beiden groeiden weliswaar in België op, maar het is toch interessant, in het licht van Op de Beecks voorkeur voor Nederlandse directheid.

Het was een rauwe avond, met een wonderschone dansvoorstelling van oudere transgenders en een zelfmoordenaar. In The Bridge vertelt een jongen die van de Golden Gate was gesprongen (en werd gered door een zeehond) dat hij tijdens de val van gedachten veranderde. „Dood willen is iets anders dan willen dat het ophoudt”, zei Op de Beeck. Dat wisten we misschien wel, maar daarom is het nog niet minder waar.