Energiedoelen? CO2-opslag is de enige manier; we moeten er nú mee beginnen

Opinie CO2-opslag is de olifant in de kamer, stellen Niels Berghout en Oscar Kraan. Zonder halen we onze energiedoelstellingen niet, maar overheden negeren deze oplossing.

illustratie Ruben L. Oppenheimer

Overheden wereldwijd hebben afgesproken om de opwarming van de aarde als gevolg van klimaatverandering te beperken tot maximaal 2 graden Celsius. Vorige maand werd het emissiereductiedoel voor Nederland vanuit de EU bekend: 36 procent broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 2005. Twee onlangs gepubliceerde rapporten van het Planbureau voor de Leefomgeving en Shell over de energietransitie laten net als vele wetenschappelijke studies naar CO2-emissiereducties zien dat zonder CO2-afvang en -opslag deze doelstellingen zo goed als onhaalbaar zijn. Toch nemen overheden op dit moment te weinig actie om de afvang en opslag tijdig van de grond te krijgen.

CO2-afvang en -opslag (afkorting: CCS, geleend van het Engelse Carbon Capture and Storage) is één van de beschikbare technologieën om de opwarming van de aarde te beperken. Het broeikasgas koolstofdioxide (CO2) komt vrij bij de verbranding van brandstoffen (kolen, olie, gas, biomassa) en industriële productieprocessen, en is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de door mensen veroorzaakte opwarming van de aarde. CCS gaat de uitstoot tegen door CO2 af te vangen bij de bron en op te slaan onder de grond (in bijv. lege gasvelden).

Na de verregaande afspraken in Parijs afgelopen december tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties zijn overheden, bedrijven en ngo’s overal ter wereld aan het nadenken hoe zij de opwarming tot maximaal 2 graden Celsius kunnen beperken. Aangezien we nu al rond de 1 graad opwarming zitten, zullen we ons energiesysteem binnen enkele decennia volledig moeten hervormen. Voor de meeste westerse landen betekent dat een volledig fossiel-vrije elektriciteitsvoorziening en gebouwde omgeving, en verregaande elektrificatie van het personenvervoer met elektrische auto’s.

Sommige sectoren zijn echter vrijwel onmogelijk op tijd CO2-emissievrij te maken. Denk aan de luchtvaart en de zware industrie. Bovendien zal de wereldwijde bevolking toenemen, van 7 miljard nu naar 10 miljard in de tweede helft van de 21e eeuw, en zal economische groei ervoor moeten zorgen dat de meeste van deze mensen toetreden tot de middenklasse, met bijbehorende energievraag. Zelfs in combinatie met ambitieuze energiebesparingsprogramma’s en toenemende efficiëntie van gebruik leidt dit gemakkelijk tot een verdubbeling van de globale energievraag. De gemiddelde wereldburger zou dan niet meer dan 100 gigajoule aan (primaire) energie per jaar mogen consumeren. De Nederlander gebruikt momenteel gemiddeld bijna 200 gigajoule per jaar (40 gigajoule staat gelijk aan een retourvlucht Amsterdam - Singapore).

Een twee keer zo grote energievraag, groeiende sectoren die nog lang van koolwaterstoffen afhankelijk zijn en een beperkte beschikbaarheid van biomassa leiden ertoe dat het een illusie is om te denken dat we fossiele brandstoffen in deze eeuw volledig kunnen uitbannen. In een recent rapport van Shell, A better life with a healty planet, rekent de oliemaatschappij voor dat van de energie haast onvermijdelijk een kwart fossiel zal moeten zijn. En toch moeten de emissies netto op nul uitkomen.

De rest moet dus gecompenseerd worden door negatieve emissies. Door de combinatie van biomassa en CO2-afvang en opslag kan de CO2-concentratie in de atmosfeer verminderd worden, doordat de CO2 die door planten en bomen is opgenomen tijdens het groeiproces, na verbranding kan worden opgeslagen met behulp van CCS. CCS-technologie is dus niet alleen nodig om de overgebleven emissies af te vangen van bijvoorbeeld de zware industrie, maar ook om negatieve emissies te creëren die compenseren voor emissies die we niet kunnen afvangen, zoals in de luchtvaartindustrie.

Tot nu toe laten overheden CCS-technologie echter massaal links liggen. Een voorbeeld: in dezelfde week dat het Verenigd Koninkrijk zijn handtekening onder 2 graden Celsius zette, zette het tevens een streep door een grootschalig CCS-project. Ook in eigen land is de discussie over CCS gestopt sinds het project in Barendrecht onder druk van de lokale bevolking werd geschrapt in 2010.

Nederland heeft een uitstekende infrastructuur voor CCS, in de vorm van geschikte gasvelden met een grote opslagcapaciteit. Hoewel CCS veilig is en gebaseerd is op bestaande technologieën, kan uitgeweken worden naar offshore locaties als lokaal draagvlak blijkt te ontbreken. Bovendien kan de toepassing van CCS bij de nieuwe kolencentrales (Maasvlakte en Eemshaven) ervoor zorgen dat zij kunnen bijdragen aan energiezekerheid voor de momenten dat de zon niet schijnt of de wind niet waait.

Het wordt dus tijd dat de Nederlandse overheid CO2-afvang en opslag opnieuw serieus gaat bekijken. De industrie is er klaar voor, maar het ontbreekt aan de juiste financiële prikkel en vergunningen. Zoals het Planbureau voor de Leefomgeving voorstelt: een goed geformuleerde routekaart met duidelijke doelen voor CCS, het beschikbaar stellen van geschikte offshore locaties en een fonds dat CCS-ontwikkeling mogelijk gaat maken, is nodig.