Ook chimpansees kunnen intensief samenwerken

Biologie

Het valt misschien niet direct op, maar chimpansees doen het wel: samenwerken. Dat is nu in een proef aangetoond.

Samenwerking bij de chimps. Drie dieren trekken gezamenlijk aan een trekstang, twee kijken er toe. Foto Frans de Waal

Mensen kunnen heel goed samenwerken. Haast sterker nog dan ons taalvermogen wordt die hypersocialiteit wel genoemd als de unieke menselijke eigenschap die de basis voor het succes van onze soort zou zijn. Maar deze week publiceert de Nederlands-Amerikaanse primatoloog Frans de Waal, samen met collega’s, in Proceedings of the National Academy of Sciences eindelijk een grootscheeps experiment waarin chimpansees laten zien dat zij óók goed kunnen samenwerken.

Bij dieren zou intense samenwerking tussen individuen nauwelijks voorkomen. Bonobo’s doen het een beetje, maar chimpansees zouden nauwelijks effectief kunnen samenwerken. Dat bleek in de afgelopen jaren tenminste uit een reeks van experimenten. Meestal moesten de dieren daarbij samenwerken om voedsel ergens uit te voorschijn te trekken, bijvoorbeeld omdat er aan twee stokken tegelijk moest worden getrokken. Wie in zijn eentje trok, scoorde geen eten. Bonobo’s lukte dat wel, chimpansees nauwelijks.

Sceptisch

Primatoloog Frans de Waal is altijd sceptisch geweest over die claims. Want in de vrije natuur is er genoeg samenwerking tussen chimps. Bij de beruchte overvallen op buurgroepen bijvoorbeeld, maar ook in de complexe politieke allianties waarmee in chimpgroepen de macht georganiseerd wordt.

Eerdere experimenten werden in aparte ruimtes gehouden, vaak met zorgvuldig uitgezochte chimpansees. Maar het nieuwe experiment was vrij toegankelijk voor de héle groep van 11 chimpansees in het Yerkes National Primate Research Center in Atlanta. Het duurde ook maandenlang, veel langer dan de eerdere proeven. In deze meer natuurlijke situatie kan met een breed repertoire aan gedrag gemakkelijker een sociale evenwichtssituatie ontstaan.

De chimpansees moesten verder zelf maar uitzoeken wie met wie samen zou werken om de vruchten (die voortdurend werden aangevuld) te verwerven. Per dag was het experiment een uur lang toegankelijk, twee of drie keer per week. In totaal werd 94 uur aan video geanalyseerd.

Negatieve reacties

De onderzoekers telden bij elkaar 600 ‘asociale’ acties: stelen van zojuist door anderen verworven voedsel, het wegduwen van een ander aan het apparaat. Maar er waren ook 3.565 samenwerkingsacties, ongeveer één per anderhalve minuut. En ook opmerkelijk: asociaal gedrag leidde vaak tot negatieve reacties van de anderen.

In dit experiment probeerde iedere aap minstens twee keer te stelen, maar de enige met een negatief ‘samenwerkingsquotiënt’ was een oude, bijna blinde vrouw die nooit ook maar één keer samenwerkte, maar wel geregeld pikte. Over de 94 sessies werd in de eerste 20 vaak samengewerkt, alsof de chimps het apparaat eerst goed moesten begrijpen. Tussen de twintigste en vijftigste sessie werd juist érg weinig samengewerkt, alsof ze toen begrepen dat je ook een ander het werk kon laten doen. Maar na de 50ste sessie schoot de samenwerking weer tot grote hoogte: het sociale correctiemechanisme werkte.